Blauwbaard als rijke Parijzenaar

Nothomb excelleert, maar vernieuwt zichzelf niet

De barbaarse Blauwbaard uit het door Charles Perrault opgetekende sprookje is een eersteklasschurk. Zonder enig pardon vermoordt hij zeven vrouwen die tegen zijn verbod in een geheime, afgesloten kamer in zijn landhuis betreden.

Amélie Nothomb, die al eerder aan bekende fictieve personages in haar romans refereerde (De Schoonheid en het Beest, Dr. Jeckyl en Mr. Hyde), stak het Blauwbaardsprookje in een moderne jas. Ze doet dat niet alleen door het verhaal naar het hedendaagse Parijs te verplaatsen, maar ook door Blauwbaard neer te zetten als gedistingeerde heer en de laatste vrouw uit zijn rij slachtoffers een opvallend scherpe tong te geven.

Deze Saturnine, 25 jaar, huurt een weelderige kamer bij don Elemirio, een Spaanse edelman die negentien jaar ouder is dan zij. De huur is laag, de kamer zelf is onwaarschijnlijk mooi, met hoge plafonds en badkamer met vloerverwarming. Haar huisbaas probeert haar vanaf de eerste dag met zijn kookkunsten en een koelkast vol champagne te verleiden.

Als Saturnine hoort dat ze niet in de donkere kamer mag komen, en dat de acht huursters die haar zijn voorgegaan allemaal verliefd op don Elemirio zijn geworden en vervolgens spoorloos zijn verdwenen, snapt ze ogenblikkelijk met een psychopaat van doen te hebben, en ook dat haar de dood wacht als ze de kamer zal betreden. In plaats van te vluchten of don Elemirio bij de politie aan te geven, denkt ze geen gevaar te lopen omdat ze niet zo dom zal zijn verliefd op hem te worden of om in zijn doorzichtige val te lopen.

Dat is al een onderhoudend verhaal, maar zijn kracht ontleent 'Blauwbaard' aan de dialogen tussen Saturnine en don Elemirio. Er wordt volop gediscussieerd, de toon is beschaafd en intellectueel, maar ondertussen woedt een strijd tussen twee gepassioneerde mensen die in alles lijnrecht tegenover elkaar staan.

Dit verbale steekspel waaruit het overgrote deel van de roman bestaat is spannend, snel en levendig. Saturnine vindt de verboden kamer een primitieve valstrik: geen vrouw zou het in haar hoofd halen daar naar binnen te gaan als het haar niet zo uitdrukkelijk werd verboden. Hij noemt het een test; zij noemt hem verwaand. "Wie denkt u wel dat u bent om mensen aan testen te onderwerpen?" En waarom deed hij de deur niet op slot nadat het eerste slachtoffer was gevallen? Zijn antwoord: "Ik ben van nature edelmoedig: het is niet omdat één vrouw in de fout gaat, dat ik alle vrouwen daartoe in staat acht."

Het geloof wordt erbij gesleept. Zij, atheïstisch, snapt niet dat hij als katholiek de vrouwen niet tegen zichzelf beschermt. Hij vindt dat liefde gebaseerd hoort te zijn op trouw en respect, en dat je de geheimen van je geliefde dient te respecteren. Zij verwijt hem juist geen enkel respect te tonen voor God door zijn vrouwen op de proef stellen zoals Hij dat deed in de Hof van Eden. Hij daarentegen vindt het normaal om je geliefden te testen: de regels zijn immers duidelijk, het gevaar is vermijdbaar. Zij vindt het logischer om je geliefden juist tegen gevaar te beschermen. Hij noemt dat schamper moederliefde, iets voor kinderen, terwijl God zich tot het volwassen mensdom richt. Zij op haar beurt vindt God kinderachtig: lichtgeraakt, wispelturig, wraakzuchtig, 'een schoft met een kruideniersmentaliteit'. Hij beschuldigt haar van godslastering.

En zo gaat het overigens prachtig door Daan Pieters vertaalde duel voort, tijdens het dagelijkse diner waarbij de champagne rijkelijk vloeit. De kwesties die Nothomb aanroert - integriteit, liefde, vertrouwen en geloof - zijn interessant. Haar bekende ironische stijl, gelardeerd met zwarte humor, werkt als vanouds. Ook het macabere thema, de gewetenloze personages, de groteske setting zijn vertrouwde ingrediënten uit het Nothomb-universum.

Dat is ook de kritiek die je op 'Blauwbaard' kunt hebben. Ondanks Nothombs onconventionele fantasie, uniek in het literaire landschap, groeit ze niet echt als schrijfster. Ze excelleert in wat ze doet, maar na twintig romans wordt het een herhaling van zetten.

Uiteindelijk mondt de woordenstrijd tussen Saturnine en don Elemirio uit in een compromis: samen gaan ze de verboden kamer binnen. En daar wacht de lezer nog een onverwachte ontknoping.

Amélie Nothomb: Blauwbaard (Barbe Bleue). Vertaald door Daan Pieters. De Bezige Bij, Antwerpen; 170 blz. euro 19,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden