Blankert: afspraak is afspraak, daar heb ik geen wet voor nodig

De Eerste Kamer moet volgende maand een knoop doorhakken over de wet die werkgevers verplicht openbaar te rapporteren hoeveel allochtonen zij in dienst hebben, of in dienst willen nemen. NCW-voorzitter Hans Blankert is tegen. “Een werkgever kijkt niet naar huidskleur of afkomst, maar naar vakbekwaamheid.” Politicoloog Chan Choenni dient hem van repliek. “De rapportageplicht voorziet eindelijk in feiten en cijfers, waarmee je discriminatie door werkgevers kunt aantonen.”

Maar een verplichte registratie van het aantal allochtonen dat een bedrijf in dienst heeft, daar voelt voorzitter Hans Blankert van het Nederlands Christelijke Werkgeversverbond (NCW) nog steeds niets voor.

“Omdat de cijfers in ieder geval geval de wending aangeven, hebben wij geen enkele behoefte om daar nog een keer regelgeving van de overheid overheen te krijgen. Om te beginnen kost het een paar centen (240 miljoen in het eerste jaar en daarna 140 miljoen per jaar). We willen best die stapels papier produceren, maar als daar geen enkele allochtoon mee aan het werk komt, dan heb ik wat last om aan mijn achterban uit te leggen dat het toch nuttig werk is.”

Volgens het wetsvoorstel, met een mondvol de 'Wet bevordering evenredige arbeidskansen allochtonen', zijn werkgevers met meer dan 35 werknemers verplicht om jaarlijks aan de kamers van koophandel te rapporteren hoeveel allochtone werknemers zij in dienst hebben of van plan zijn te nemen. De idee is dat werkgevers zich door deze meldplicht gedwongen zullen voelen om meer allochtonen in dienst te nemen. Geen bedrijf zal het immers leuk vinden om publiekelijk als 'anti-allochtoon' te boek te staan, is de veronderstelling.

Blankert wordt er niet warm of koud van en de aangesloten bedrijven evenmin. “Dat schandpaal-effect, dat is eigenlijk het argument dat ik het minst hoor bij mijn achterban. Dat wordt ook als zodanig niet gevoeld in de bedrijven. Dan zal ik ondernemer in Rotterdam zijn en ik heb dertig medewerkers onder wie geen enkele allochtoon en ik heb het laatste jaar niemand aangenomen: aan welke schandpaal moet ik dan worden genageld?” Een bedrijf dat om wat voor reden ook geen allochtonen in dienst heeft, krijgt geen sanctie opgelegd. Niet dat het NCW om boetes verlegen zit, maar het ontbreken van sancties maakt wel duidelijk dat de wet vooral een administratieve oplossing is. “De werkloosheid onder allochtonen is een maatschappelijk probleem waar we wat aan moeten doen. Daar krijg ik ondernemers voor gemotiveerd. Maar met wetgeving zetten ze hun hakken in de grond en zeggen: we zien wel wat er gebeurt. Dat hadden we nu net willen voorkomen.”

Een vrijwillige inzet van werkgevers en vakbeweging werkt volgens Blankert veel beter. Zij hebben in 1990 in de Stichting van de Arbeid afgesproken om binnen vijf jaar 60 000 allochtonen aan een baan te helpen. Daarmee zou de werkloosheid onder allochtonen (tussen de 30 en 40 procent) dalen naar het landelijke gemiddelde van zo'n 8 procent. Blankert erkent dat er sinds 1990 nog geen spectaculaire resultaten zijn geboekt, “maar er gebeurt wel het nodige”. Het aantal CAO-afspraken over het in dienst nemen van allochtonen is sinds 1989 verzesvoudigd tot een kleine tachtig. Daaronder zijn ook grote sectoren als de metaalindustrie en de bouw te vinden. De werkloosheid onder Turken, Marokkanen, Antillianen en Surinamers is sinds het Stichtings-akkoord met 16 procent gedaald. “Afspraak is afspraak en daar houden we ons aan. En daar hoeft deze initiatief-wet niet overheen te komen om ons in die richting te dwingen.”

Het NCW voelt wel voor het oorspronkelijke wetsvoorstel van minister De Vries van sociale zaken en werkgelegenheid, dat in de Tweede Kamer onvoldoende steun kreeg. De Vries wil bedrijven wel laten inventariseren hoeveel allochtonen ze in dienst hebben, maar die gegevens alleen op verzoek laten verstrekken aan de regionale arbeidsbureaus. Die zouden dan gerichte actie kunnen ondernemen om allochtonen te plaatsen.

Blankert maakt zich nog boos over een onderzoek van de Loontechnische dienst, waaruit bleek dat de ondervraagde zevenhonderd bedrijven met in totaal 240 000 werknemers slechts honderd allochtonen hadden aangenomen. Dat onderzoek heeft de beeldvorming over werkgevers geen goed gedan. “Maar wij zetten er grote vraagtekens bij. Want de bedrijven is gevraagd of ze het Stichtingsakkoord kenden. De meeste rechtgeaarde ondernemers kennen dat begrip niet, maar het gaat natuurlijk om de vraag wat ze in het bedrijf voor allochtonen doen. Als de Loontechnische dienst die vraag had gesteld, was er een heel ander beeld naar voren gekomen.”

De vorig jaar aangetreden NCW-voorzitter heeft er overigens nooit een geheim van gemaakt dat het streefgetal van 60 000 banen een onding is. “In Nederland is het zo dat, als je 60 000 afspreekt en het worden er 58 000, dan is het mislukt en zijn het er 62 000, dan is het succesvol. Onzin, natuurlijk. Het gaat mij om de richting en of het resultaat heeft. Het ruime toelatingsbeleid van Nederland mist ook hier zijn effect niet.”

Dat de meldplicht discriminatie zou tegengaan, is volgens Blankert ook een gezocht argument. Een werkgever kijkt niet naar huidskleur of afkomst, maar naar vakbekwaamheid. “Als ik een vent wil hebben, of-ie nu blank of zwart is, dan wil ik hem hebben. Dat is ook ons argument voor de huidige werknemers. Meneer, u hebt me indertijd toch niet aangenomen omdat ik een Turk ben? Nee, omdat ik een goeie lasser ben. En nu krijg ik een sterretje achter mijn naam omdat ik voldoe aan het fenomeen allochtoon.”

Werkgevers willen de discussie over allochtonen niet zozeer op morele gronden voeren (“Ze zijn zo zielig”) als wel op zakelijke argumenten. En die geven aan dat allochtonen in de toekomst onmisbaar zijn op de arbeidsmarkt doordat er steeds minder Nederlandse jongeren zullen zijn. Blankert: “De arbeidsmarkt dwingt ons ertoe allochtonen serieus te nemen. Het is op dit moment rampzalig met de werkgelegenheid, zowel voor autochtonen als voor allochtonen, maar er komen natuurlijk ook weer andere tijden. Daarom moeten we nu ook doorgaan met die projecten. Straks trekt de economie weer aan en dan heb je die mensen hard nodig, dus je mag nooit een gat laten vallen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden