Blanke Zuid-Afrikanen zijn er nog niet geweest in Vicky’s pension.

door Sybilla Claus in Kaapstad

Wie door Zuid-Afrika reist, komt moeilijk in contact met de zwarte bevolking. Als toerist in een ontwikkelingsland heb je al snel de neiging in een duur hotel te kruipen, de wereld vanuit een bus te bekijken (met reisleider), de armoede uit de weg te gaan en rechtstreeks naar een wildpark of luxe resort te rijden. Maar wie een goed beeld wil krijgen van het dagelijks leven, kan overwegen wat comfort in te leveren en wél kennis te maken met de plaatselijke bevolking. Dat kun je op eigen initiatief doen, maar er zijn ook steeds meer reisorganisaties die in ontwikkelingslanden samenwerken met minder gefortuneerde uitbaters van hotelletjes of bed & breakfasts. Ook belangrijk: je geld komt terecht bij mensen die het goed kunnen gebruiken. Een sympathieke manier om te zien hoe in Zuid-Afrika de meerderheid van de bevolking leeft, is logeren in een township.

Al zeven jaar drijft de struise Vicky Ntozini haar Bed & Breakfast in township Khayelitsha in Kaapstad. Destijds moest ze haar buurtgenoten echt overhalen om blanke toeristen te verwelkomen. „Er waren hier nog diepe wonden uit de apartheidstijd. Sommige ouders hadden hun kinderen verloren, sommigen weten zelfs nog steeds niet waar zij begraven zijn.” Ooit kwamen alleen de gehate blanke agenten naar de townships. Voor blanke burgers was dat verboden. „De woede naar blanken was toen ik begon nog enorm. Een onderscheid tussen Afrikaners en buitenlanders maakte men niet: iedereen hoorde bij de blanke onderdrukkers.”

Ntozini bezocht buurtvergaderingen en legde in elke wijk uit wat ze van plan was. Indirect zouden immers veel meer townshipbewoners dan alleen zij ervan profiteren. Oudjaar 1998 kreeg ze de eerste slapers. „Vier jonge vrouwen uit Amsterdam. Zij waren ’s middags op bezoek met een toeristenbedrijf, en besloten te blijven logeren.” Het ’kleinste hotel’ in Zuid-Afrika was zo succesvol dat het navolging kreeg. „In Khayelitsha zijn er zes, in Guguletu twee, en in Langa ook twee.” Allemaal sloppenwijken met meer dan een miljoen mensen.

’s Avonds haalt ze me op van het vliegveld. Vicky Ntozini – een stevige zwarte dame – ziet er uit of ze naar een feestje gaat, met een groene glanzende jurk en omslagdoek, en haar haar hoog opgetast in een bijpassende groene doek. Verderop wacht echtgenoot Piksteel die ons met zijn rammelende oude Honda over de snelweg naar Khayelitsha scheurt.

De township in het donker oogt gezellig. Mensen staan op straat te praten. Overal huisjes, die Vicky shacks noemt, omdat het dak van golfplaat is. Voor haar eigen huis heeft Piksteel deurhekken aan elkaar gelast. Het is een kooi geworden waarin ’s nachts de Honda past. Ook het huisje heeft Piksteel eigenhandig gebouwd. In het gangetje zijn als tussenmuren halfronde gelakte boomstammen op elkaar getimmerd. Het maakt een knusse en verzorgde indruk. Het logeerbed is zo groot en vierkant dat het hoofdeinde niet te ontdekken valt. Maar daarmee is de slaapkamer wel bijna vol. Achter een wandje slaapt het echtpaar, plus negen deels op Afrikaanse wijze aangewaaide kinderen.

Een van de tienerdochters warmt een maal van kip, rijst en groentensaus op. Voor een bezoek aan shebeen Waterfront, de kroeg aan de overkant waar je met de locals kunt biljarten, is de vermoeidheid te groot. Vanaf een uur of zes ’s ochtends klinkt de bromstem van Piksteel al weer. Afrika staat altijd vroeg op. Nu blijkt dat mijn logeerkamer toch een klein raam heeft. In de douche staan elf tandenborstels in een beker en een enorme teil met was. Als die is weggesleept, kan er gedoucht worden. Nog warm ook!

Het ontbijt bestaat gelukkig niet uit vet spek en gebakken eieren zoals elk blank guesthouse in het land serveert. Vicky is opgehouden de maïspap te serveren, die veel zwarte Zuid-Afrikanen eten. De toeristen krijgen nu rooibosthee en typisch Britse ’Weetabix’, een soort geperste Bambix die je oplost in melk.

Op zondag kun je als toerist een kerkdienst bijwonen, met veel gezang in Xhosa, de taal die in de Kaap veel gesproken wordt. „Door de week kun je een school bezoeken, of een wandeling maken naar het treinstation of de vleesmarkt. De wijk waar ik woon ’Site C’ is het veiligste deel van Khayelitsha. Als je mijn shack kunt terugvinden kun je overdag best zelf op stap gaan. Natuurlijk zijn er no-go-areas. Maar ik kan in Amsterdam ’s nachts toch ook niet overal rondlopen?”

Vicky Ntozini is kordaat maar vriendelijk. Een zakenvrouw bij wie je je direct veilig voelt, en die goed aanvoelt hoe ze met de blanke toeristen moet omgaan. Al jaren ontvangt ze bijna dagelijks kleine en grotere groepen in haar huis.

Het enige wat de gastvrouw mist in haar pension zijn blanke Zuid-Afrikanen. „Zij wonen twintig kilometer verderop, in een compleet andere wereld. Waarom zijn zij niet benieuwd naar ons, net als jullie? Triest, ze missen iets geweldigs.”

Een wasvrouw draagt in de loop van de ochtend het wasgoed van de familie Ntozini naar buiten. Die neemt de Kinyanistraat steeds verder in. Aan de overkant hangt de ’levende wasmachine’ de broeken op, de stoep gaat inmiddels schuil onder rokken en hemden.

„Jullie zijn welkom bij Vicky’s”, zegt gastvrouw Ntozini tot slot. „Ik ben er trots op Zuid-Afrikaan te zijn, en zwart. Dat wil ik met jullie delen. En voor jullie maak ik zelfs oliebollies.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden