Review

’Blair komt terug’

Het Groot-Brittannië dat premier Tony Blair achterliet, is een land zonder illusies en vol cynisme. Dat maakt de lezer op uit ’Ten zuiden van de rivier’ van Blake Morrison, dat onlangs in het Nederlands verscheen. De schrijver over Blair, de Britse jeugd en integratie.

’Ik voorspel je: Blair komt terug. Straks, als Labour verloren heeft van de Conservatieven met hun David Cameron, willen ze af van Gordon Brown. En Blair is toch de enige binnen Labour met echt charisma.”

Blake Morrison zegt het met een bijna valse grijns. De wederkeer van Tony Blair: daar moeten veel Britten op dit moment niet aan denken. Ook de hoofdpersonen van Morrisons laatste boek ’Ten zuiden van de rivier’ zouden niet staan te juichen. Zij waren getuige van Blairs gigantische overwinning in 1997 en maakten mee hoe langzaam maar zeker de scepsis en het cynisme over zijn regering de overhand kregen in Groot-Brittannië.

’South of the River’, onlangs in het Nederlands verschenen, is een roman met een hoog realiteitsgehalte. Als het boek begint, is de jonge Blair net enige uren premier. Het land was na achttien jaar Conservatieven hard toe aan verandering. „Ik wilde vijf verschillende reacties op Tony Blair beschrijven”, zegt Morrison (1950) in de serre van een Amsterdams hotel. Hoofdpersoon Nat Raven, mislukt schrijver met groot ego, staat voor het opgewonden en hoopvolle deel van het electoraat. „Labour nieuw, Groot-Brittannië nieuw, Nat nieuw”, denkt Raven – mede geïnspireerd door een nieuwe (buitenechtelijke) liefde, die zich een dag na de verkiezingen aandient. Andere hoofdrolspelers in het boek zijn niet geïnteresseerd in politiek – zoals veel mensen geloven zij niet dat politiek invloed heeft op hun bestaan.

Al op die eerste bladzijden van ’Ten zuiden van de rivier’ worstelen de hoofdpersonen met een kater, overgehouden aan het verkiezingsfeestje van de plaatselijke Labourkandidaat. De kater trekt niet meer weg. „In de eerste dagen was er nog hoop”, zegt Morrison. Hij noemt als voorbeeld de dood van prinses Diana, op 31 augustus 1997, waarna Blair volgens de Britten uitstekend handelde. „Zo’n term als people’s princess, zoals Blair Diana noemde, dat zie je Gordon Brown niet doen. Je zag Blair in dat charisma groeien.”

Maar als Blair er inmiddels zo’n vier jaar op heeft zitten, moet zelfs Nat aan zijn vriend Harry toegeven dat hij zich ’bedonderd’ voelt. „Hij zou voorrang geven aan scholen en ziekenhuizen, en de wapenverkoop een halt toeroepen. En Groot-Brittannië Europeser maken. En meer geld in de kunsten stoppen (...) Wie had kunnen denken dat hij Amerika zo naar de mond zou praten.” En dan moet de inval in Irak – in 2003, buiten het tijdsbestek van de roman – nog komen.

De zwarte journalist Harry geloofde toch al nooit in Labours boodschap van gelijke kansen voor elke Brit. De enige die aan het eind van het boek nog waardering heeft voor de daadkracht van Blair is de verstokte Thatcher-adept Jack, oom van Nat en fabrikant van grasmaaiers in East Anglia. „Jack is oud-Engeland”, verklaart Morrison. „Voor ’9/11’ vond hij Blair een opportunist. Daarna zag hij vol bewondering hoe Blair de westerse waarden hoog hield.”

Kwam het definitieve keerpunt in de Blairbeleving voor veel Britten met de inval in Irak, voor Morrison lag dat, in zijn woorden, ’gecompliceerder’. Hij was journalist bij The Observer toen in 1990 de freelance-verslaggever Farzad Bazoft werd geëxecuteerd in Irak, op beschuldiging van spionage. De 31-jarige Bazoft werkte voor The Observer. „Je kon daar niet werken en op een gewone manier tegenover Saddam Hoessein staan”, vertelt Morrison. „Ik ben me altijd zeer bewust wat voor man hij was, welk regime daar heerste.”

„Zelf wilde ik graag geloven in Blair, ik heb altijd Labour gestemd. Maar ik had hem als journalist al tijdens vorige Labour-campagnes meegemaakt, en ik vond dat hij er uitzag en klonk als een Conservatief. Ik was achterdochtig, en ik wist hoe macht werkt.”

’Ten zuiden van de rivier’ beschrijft de ontwikkeling van dertigers en veertigers in Zuid-Londen, wiens teleurstellingen en tegenslagen in leven en werk gelijk opgaan met de teleurstelling in de politiek. Uit het boek stijgt het beeld op van worstelende individuen in een keiharde maatschappij. Werkende moeders komen niet toe aan quality time met hun kinderen. Gekleurde journalisten mogen blij zijn met een positie als stadsverslaggever op proef, al werken ze al jaren voor dezelfde krant. De ondernemer ziet zijn afzetgebied weggeroofd worden door goedkopere concurrenten op het Europese vasteland. En voor dagdromende schrijvers is sowieso geen plaats. Ook niet op het eeuwfeest in Blairs Millennium Dome, waarvoor Nat tot zijn verbazing niet is uitgenodigd. Cynisme viert hoogtij, en het geloof in de kracht van de politiek is verdwenen.

Is dit alles de erfenis van Tony Blair? Morrison: „Het is inderdaad ieder voor zich. Maar dat begon al ten tijde van Margaret Thatcher, en het ging door onder Blair. Het gevoel van gemeenschappelijkheid is min of meer verdwenen.” Hij wijt dat onder meer aan de sterk verminderde rol van de vakbonden als bindende kracht in de Britse samenleving, door toedoen van vooral Thatcher, maar ook Blair. De kloof tussen arm en rijk is groter geworden, zegt Morrison, en er is minder sociale mobiliteit dan in de jaren vijftig.

Zo zwartgallig als menig personage in zijn boek is hij zelf niet. Groot-Brittannië is nu een economische macht die internationaal meetelt, stelt Morrison, en de meeste Britten hebben het stukken beter. Dat is óók een erfenis van Thatcher, en van Blair. „Mensen hebben het goed met hun tv, internet, mobieltje. Veel mensen die ooit huurden, hebben nu een huis gekocht, en eigendom is een feelgood factor in Groot-Brittannië. Er is onder de Britten geen overheersend gevoel van crisis.”

Wel is er sprake van ’morele paniek’, zegt Morrison: over de jeugd. Vermiste kinderen houden van tijd tot tijd de hele natie in de ban tot ze dood of levend worden teruggevonden. Jeugdbendes in grote steden gaan elkaar te lijf met mes en pistool – in 2007 kwamen in Londen 26 tieners om door geweld, in 2006 waren dat er 17. De 64-jarige Jack voorspelt het verschijnsel al aan het eind van de roman: ’hummels met een pistool’.

Er wordt weer op dezelfde manier over kinderen en jongeren gesproken als ten tijde van de moord op James Bulger in 1993, stelt de schrijver. Hij publiceerde in 1997 een boek over het proces tegen twee tienjarige jongens die de driejarige James op gruwelijke manier ombrachten. De keiharde, onverbiddelijke houding van het Engelse publiek en pers tegenover de daders, en het feit dat deze als volwassenen werden berecht, wekte bij Morrison bijna evenveel afkeer als de moord zelf. „De kinderen zijn niet groot en gevaarlijk geworden, maar de samenleving van volwassenen heeft het zicht verloren op hun kleinheid en kwetsbaarheid”, schreef hij in The Guardian tien jaar na de moord op de peuter James. Dat geldt nog steeds, knikt hij. „Er is iets fout gegaan: grote mensen zijn bang voor kinderen. Ze dichten hen meer macht, meer verantwoordelijkheid toe dan ze hebben.”

Maar ook hij maakt zich inmiddels zorgen over ’de’ Britse jeugd. „Traditioneel was Groot-Brittannië een zeer gelaagde maatschappij. De arbeidersklasse stond onderaan. Kinderen zaten daar nog eens onder. „Nu”, zegt hij, „zijn ze gewoonweg brutaal.” Maar het ligt niet alleen aan de mondigheid van de hedendaagse tiener. Het komt ook door gebrek aan aandacht thuis of op school. „Ouders en school moeten daar iets mee.”

Iets anders wat veel (witte) Britten ernstig bezig houdt, is immigratie, illegalen en moslims. „In belprogramma’s op de radio zijn er veel boze reacties op hoofddoeken en zo. Tegelijkertijd proberen mensen krampachtig om niet racistisch te klinken. Dat heeft Blair wel degelijk goed gedaan: wetgeving tegen racisme en discriminatie van homo’s. Je kunt niet alles zomaar zeggen.”

De integratie is op veel plaatsen in Londen geslaagd, vindt de auteur. „De multiculturele samenleving werkt. Zwarten worden als deel van de maatschappij gezien. Je hebt geen bordjes ’Geen zwarten, geen Ieren’ meer. Het zijn nu de Polen van wie wordt gezegd: gaan jullie maar terug”, zegt hij met een spottend lachje. „Op andere momenten kun je wanhopig worden van de spanningen tussen Afro-Caribische groepen en anderen, of over zwarten die elkaar afmaken.”

Ook zijn volgende roman zal gaan over een aspect van de Britse samenleving. „Ik kan geen boek schrijven zonder een sociale kwestie als thema. In het volgende boek is dat klimaatverandering. Een ander onderwerp is gokken: de Engelse maatschappij is doordrenkt van goklust. Dat is denk ik altijd al zo geweest, maar het dringt nu pas tot me door. Misschien komt het doordat mijn zoon in de Londense City werkt: het lijkt me dat banken ook niet anders doen dan gokken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden