Blair de politicus, niet de mens

Blair, staatsman en wereldleider, samen met Helmut Kohl (midden) en Bill Clinton tijdens de G7 in Denver in 1997. ( FOTO'S UIT BESPROKEN BOEK )

Drie jaar na zijn aftreden schreef Tony Blair ’een lange brief aan het land dat hij liefheeft’. De persoon blijft achter de minutieuze beschrijvingen van de politiek zorgvuldig buiten schot.

Op ongeveer een kwart van zijn autobiografie ’Memoires’ lijkt Tony Blair eventjes zijn illustere voorganger Winston Churchill de loef te willen afsteken. Deze schrijver/staatsman, zo stelt de voormalige Britse premier subtiel, stortte zich steevast vol enthousiasme en durf op problemen die een oplossing behoefden. Maar inzake de Noord-Ierse kwestie toonde Churchill zich ongebruikelijk defaitistisch. Dat eeuwen van haat ooit zouden worden omgezet in een toekomst van vrede leek hem onwaarschijnlijk. Vele decennia later was het echter Blair die het ondenkbare voor elkaar kreeg en in 1998 het Ierse Goede Vrijdagakkoord sloot.

Dat was een epische prestatie, omdat elke millimeter voortgang die bij de ene partij werd geboekt de onderhandelingen met de andere partijen als in een reflex in zijn achteruit zette. Blair moest, schrijft hij, soms creatief met de waarheid omspringen en soms informatie verdraaien of achter houden; maar uiteindelijk lukte het hem en zijn team dan toch het vredesproces in gang te zetten en door de jaren heen naar het beoogde eindstation te begeleiden.

Het is een van de belangrijkste successen op het cv van de man die tussen 1997 en 2007 op Downing Street 10 woonde, en wiens premierschap zo euforisch begon. Blair was de man die Labour na achttien jaar oppositie een monsteroverwinning bezorgde op John Majors Conservatieven: door de partij grondig te moderniseren en meer in het midden te plaatsen. Hij was de jongste premier sinds 1812 en werd na de verkiezingen in mei 1997 door juichende mensenmenigten bijna als een messias onthaald. Hij is ook de enige minister-president van Labour die het presteerde drie keer achter elkaar te worden gekozen.

Toen hij halverwege zijn derde termijn door zijn eigen partijleden gedwongen werd af te treden, was zijn populariteit in eigen land evenwel tot een absoluut dieptepunt gedaald. Hij lag zwaar onder vuur vanwege zijn besluit om mee te doen aan de Irakoorlog, terwijl de Labourpartij werd verscheurd door een bloedgroepenstrijd. Hij werd beschimpt in de pers en bestempeld als oorlogzuchtig en het schoothondje van George Bush.

Onterecht, meent Blair. En dus probeert hij zijn politieke nalatenschap op te poetsen met memoires, in het Engels ’A Journey’ geheten. Hierin schetst de voormalige premier de wereld volgens Blair. Hij doet dat thematisch, omdat hij, zegt hij, geen doorsnee politieke autobiografie wilde schrijven over wie hij ontmoette en wat hij toen zei en deed. Er zijn hoofdstukken over Kosovo, Irak, 11 september 2001 en New Labour, maar ook over prinses Diana en zijn vete met partijgenoot en minister van financiën Gordon Brown, de vriend die in de loop der jaren veranderde in zijn politieke aartsrivaal.

Die opzet maakt de materie zeker overzichtelijk, maar gooit wel de tijdslijn door de war. Het hoofdstuk over Noord-Ierland voert de lezer bijvoorbeeld van 1998 naar 2007, met alle ontwikkelingen en politieke veranderingen van dien, waarna het opeens weer gaat over het prille begin van Blairs premierschap en de manier waarop Labour zich vanaf de Tweede Wereldoorlog heeft ontplooid. Met enige regelmaat refereert Blair aan dingen die nog gebeuren moeten in het boek, al dan niet voorzien van de toevoeging: ’maar hierover later meer’.

Dat gevoel van wagenziekte wordt nog eens versterkt door Blairs lichte babbelstijl. Hij schrijft zoals hij spreekt en dwaalt al vertellend vaak ongemerkt af. Zo stapt hij van Kosovo en de Russische president Jeltsin over naar een omschrijving van zijn latere relatie met diens opvolger Poetin, waarna hij via een uitstapje naar Sierra Leone weer terug belandt in Kosovo. Drie jaar heeft Blair gewerkt aan de tekst, die hij met de hand heeft geschreven: maar al leest het boek vlot: een strengere redacteur had het zeker goed gedaan.

Tony Blair, zoveel wordt duidelijk, ziet zichzelf als staatsman en wereldleider – niet alleen als gewezen premier. De kliek rond Gordon Brown mag hem dan op machiavellistische wijze hebben proberen te ondermijnen, zelf waren zijn motieven steeds zuiver en stond hem louter het belang van het land en Labour voor ogen. Als partijgenoten ontstemd zijn omdat ze, na een of ander schandaal, het veld moeten ruimen en hem ervan verdenken politiek te bedrijven, dan haast hij zich steeds te zeggen dat zijn beweegredenen toch echt puur waren; er was een crisis ontstaan en die moest worden ingetoomd.

De grootste smet op zijn politieke blazoen is dan ook Irak. Nu nog wordt hij daarop het meest aangesproken en aangevallen: op de deelname aan die omstreden invasie in 2003, die volgens Blair noodzakelijk was omdat de Iraakse leider Saddam Hoessein ’binnen 45 minuten’ in staat zou zijn massavernietigingswapens in te zetten. In januari moest Blair in Londen verschijnen voor alweer de vijfde enquêtecommissie, terwijl hij vorige week bij een signeersessie in Dublin door anti-oorlogbetogers met eieren en schoenen werd bekogeld. Dat de opbrengst van zijn memoires naar een veteranenorganisatie gaat, wordt gezien als ’bloedgeld’ en op Facebook wordt opgeroepen zijn memoires stiekem naar de sectie ’misdaad’ te verplaatsen.

Blair rechtvaardigt zijn besluit met 116 pagina’s aan analyses, overwegingen, documenten en minutieuze beschrijvingen van zijn denkproces. Hij geeft toe de rol van Al-Kaida en Iran te hebben onderschat en dat de oorlog daardoor langer duurde dan voorzien, maar roept zijn tegenvoeters ook op: ’Blijf openstaan voor alles’. De invasie mag vele mensenlevens hebben gekost en de massavernietigingswapens, toch de casus belli, mogen nooit gevonden zijn, de wereld is veiliger zonder Saddam.

Maar knagen blijft het wel. Ook bij Blair, die een brief bezit van een vrouw wier familie onder Saddam Hoessein vreselijke martelingen onderging. Ze vroeg hem in te grijpen en keerde na de val van de dictator terug naar Irak. Een paar maanden later kwam ze om bij sektarisch geweld. „Wat zou ze nu tegen me hebben gezegd?”, vraagt hij zich af.

De memoires dreigen soms te verzanden in een teveel aan detail. Zo is het voor Britse studenten politicologie misschien interessant exact te vernemen hoe en waarom New Labour bepaalde veranderingen doorvoerde en wat er toen gebeurde en hoe daarop vervolgens werd gereageerd en waarom dit verstandig danwel onverstandig was. De gemiddelde lezer zal na enkele bladzijden politiek manifest snel doorbladeren naar smeuïger delen.

Maar Tony Blair zou Tony Blair niet zijn als hij niet op de juiste momenten kwinkslagen en amusante episodes zou invoegen. Het beeld van de koninklijke familie die, na een traditionele barbecue in het Balmoralkasteel, met rubberen handschoenen aan de afwas doet, kan ontluisterend werken. „Je zit daar dan na het eten, de koningin komt vragen of je klaar bent, stapelt de borden op en loopt naar het aanrecht.”

Ook de beschrijving van de millenniumviering is onderhoudend. Werkelijk alles loopt in het honderd: de vuurwerkshow mislukt, het Millennium Wheel doet het niet, de Millennium Dome blijft leeg, omdat zowel bezoekers als pers door een stroomstoring vastzitten op een metrostation, terwijl tijdens een acrobatiekshow de acrobaten zonder veiligheidsharnas precies boven het hoofd van de koningin hun kunsten vertonen. Toch al op van de zenuwen ziet hij plots de krantenkoppen voor zich: ’Koningin dood in Dome door vallende trapezewerker’. Blair geeft toe: ’niet alles volgens plan’. „Ik vond het best een leuke avond”, zei zijn vrouw Cherie bij thuiskomst.

Blair noemt zijn boek „een (lange) brief aan het land dat ik liefheb”. Hij oreert, amuseert en doceert. Hij beschrijft hoe bang hij was toen hij voor het eerst premier werd en geeft het recept voor de vredesonderhandelingen in Noord-Ierland, waarbij hij al schrijvend onderzoekt in hoeverre dit ook op het Israëlisch-Palestijnse conflict van toepassing is.

Maar wie hij zelf nu precies is, blijft na 762 pagina’s onduidelijk. Hij vertelt weinig over zijn ouders, zijn jeugd, zijn politieke bewustwordingsproces of wie zijn denken beïnvloedde. Hij meldt tussen neus en lippen door altijd meer geïnteresseerd te zijn geweest in godsdienst dan in politiek, maar schrijft hierover verder niets. Dit terwijl zijn protestantse Ierse grootmoeder hem waarschuwde tegen het katholicisme en hij desondanks trouwde met een katholiek meisje en zich bekeerde. Tot 2007 was dit laatste geheim.

Maar je vraagt je onherroepelijk af in hoeverre zoiets van invloed wasop Blair als politicus – bijvoorbeeld bij het onderhandelen over de Goede Vrijdagakkoorden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden