Bizar, we bespraken de dood en toen kwam de klap

Stel God bestaat en je mag hem één vraag stellen. Wat vraag je dan? Eerste aflevering van een zomerserie. Vandaag: Rosita Steenbeek, schrijfster.

Je hebt eens gezegd: het is aangenaam om een relatie met God te hebben.

God is voor mij de meest diepe, wezenlijke laag van het bestaan. Vanaf mijn prilste jeugd ging ik naar de kerk en hoorde ik verhalen over de God van Israël die ook mijn God was. Ik stelde me Hem voor als een wijze vader. Nooit als een dreigende God. Thuis mocht alles over Hem gezegd, met Hem gespot, grapjes over Hem gemaakt. Mijn vader kon ons verrassen met de meest wonderlijke voorbeden. Dan zaten we met gevouwen handjes rond de tafel en bad hij 'Heer, strek uw beschermende hand uit over dit dartele moedertje dat ooit bij mij tussen de lakens is geglipt en over het kleine geteisem dat te kwader ure uit haar tevoorschijn gekropen is'.

Ik verbaas me wel eens over mensen die opgelucht zijn dat ze met het geloof hebben afgerekend. Voor mij zou het een verlies zijn als ik het geloof in God kwijtraakte. Ik kan vertwijfeld zijn over het onrecht, de pijn en het verdriet in de wereld maar houd me vast aan het idee van een diepere betekenis.

Is het een almachtige God?

Zo ervaar ik het niet. Maar Hij heeft wel een bedoeling met ons. Voor mij is de figuur van Christus een voorbeeld waarin het goddelijke zichtbaar wordt. Ik probeer naar dat voorbeeld te leven door niet wraakzuchtig of ijdel te zijn. Wanneer dat lukt is het alsof het Koninkrijk der Hemelen een beetje dichterbij komt. Maar geloven gaat met vallen en opstaan.

Wanneer viel je?

Op mijn dertiende kreeg ik een hersenbloeding.

Ik heb lang in het ziekenhuis gelegen. Kon niet goed zien, niet goed praten. Na een halfjaar ging ik terug naar school. De vanzelfsprekendheid van het bestaan was weg. Ik had de dood in de ogen gekeken. Ik heb toen avonden lang op mijn meisjeskamer zitten praten met vriendinnen over de zin van het leven.

Twee jaar geleden heb je een zwaar autoongeluk gehad. Heeft dat iets met je geloof gedaan?

Ik besefte dat ik dood had kunnen zijn. En mijn moeder ook. Het was een kwestie van een paar millimeter. Mijn dierbare neef die aan het stuur zat is wel overleden. Het was bizar. We waren in gesprek over de dood en toen kwam die klap. In het ziekenhuis heb ik maanden plat op mijn rug gelegen. Dat was een bijna kloosterlijke ervaring. Ik voelde geen opstandigheid of boosheid over mijn verblijf in die stille, saaie ziekenhuiskamer. Het was een vorm van onthechting, haast mystiek. Ik zag er tegenop om weer terug te gaan naar de wereld. Schreef: 'Witte sneeuw die neer blijft vallen op de witte aarde. Witte mensen die ons tussen zachte witte lakens leggen. O stille cel, couveuse, baarmoeder, nirwana, niets, ik wil hier niet weg'.

Het was een soort contact met het goddelijke, een oervrede. Ik was niet bezig met angsten of uiterlijkheden. Iets daarvan hoop ik vast te houden.

Wat is jouw vraag aan God?

Wat is de bedoeling, waar gaat het om, wat moeten we doen op aarde? Wat waren momenten dat je dacht: nu raak ik aan de bedoeling?

De momenten dat ik er was voor anderen. Toen mijn vader ziek werd, ben ik de laatste maanden elke dag met mijn moeder naar het ziekenhuis gegaan. Ik wist: hier gaat het om. Misschien is het ook de bedoeling om uit te vinden waar je talenten liggen en die tot bloei te brengen. Ik heb een tijdje geacteerd maar vond dat te oppervlakkig en ben toen gaan schrijven. Dat hoort bij mij.

Tien jaar geleden formuleerde je als 'bedoeling': een groots en meeslepend leven leiden. Zou je dat nu nog zo formuleren? Niet alleen, het gaat ook om concentratie en stilte. Maar met groots en meeslepend bedoelde ik toen de ontmoetingen met grote geesten als Moravia en Fellini. Ik was zoekende en het contact met deze oude kunstenaars was leerzaam en inspirerend. Na hun beider dood dacht ik : was ik ze maar nooit tegengekomen dan had ik ze nu niet zo gemist. Later realiseerde ik me dat ik ze op een essentieel moment in mijn ontwikkeling heb ontmoet, dat ze me hebben verrijkt en dat ik zonder hen verder kan.

In 'De laatste vrouw'schrijf je over Moravia : Ik wilde leven net als hij. Met hart en ziel en zinnen. (...) Ik wilde net als hij altijd die verwonderde, open blik houden. Daar sta ik nog steeds achter. Ik denk dat verwondering een deel van de bedoeling is. Ik besef nu, na alle doden, nog meer dat het leven één groot cadeau is.

Wanneer had je het gevoel dat je het verst verwijderd was van de bedoeling? Ik heb verkeerde liefdes achter de rug. Als een geliefde teveel dronk of rookte deed ik mee. Ik had een neiging tot aanpassen en zelfdestructief gedrag. Of ik dacht dat ik zo'n man moest redden, maar als iemand dat niet wil dan lukt het niet.

Had je ook last van zelfdestructief gedrag buiten de liefde?

Ik heb wel een tijdje de dood getart. Ik ging een keer met een paar vrienden na een feest met een Volkswagen naar Parijs. Ik ben toen baldadig op het dak van de auto gaan liggen terwijl de bestuurder rondjes racete over de Grote Markt van Antwerpen. Dat was echt spelen met mijn leven.

En omdat ik aan mijn hersenbloeding epilepsie heb overgehouden mag ik niet veel drinken. Dat deed ik vaak toch. Dan kreeg ik een toeval en gingen er weer hersencellen dood. Nu komt dat niet meer voor. Ik ben té dankbaar voor het leven.

Verlang je nog iets? Ik ben behoorlijk gelukkig op het ogenblik. Ik heb mijn weg gevonden. In het werk en in de liefde. Het is niet voor het eerst dat ik denk dat ik de man van mijn leven heb ontmoet maar ik ga er nu toch weer vanuit.

Terug naar je vraag. Welk antwoord zou God je geven?

Blijf maar luisteren naar de stem van je hart.

Je doet het wel goed? Wel aardig geloof ik.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden