Bitterblond

Ik wist dat ik niet langer aan de zijlijn kon blijven staan, het was tijd een daad te stellen en daarom zette ik mij deze week aan het bier bij De Prael, een van de twaalf stadsbrouwerijen van Amsterdam. Een tripel tegen de laffe eenheidspils van de grote brouwerijen, een Dortmunder tegen de hegemonie van biergiganten AB InBev en SabMiller, een Weizen tegen Ceta, het handelsverdrag tussen Canada en de EU. Of was ik daar niet tegen? Ik wist het niet precies, maar de Waalse boer die maandag in deze krant aan het woord kwam, had me aan het denken gezet. Hij hekelde de politici die jubelen over een Bordeaux die in China goedkoper kan worden gemaakt dan in Frankrijk. "Als je zo naar de wereld kijkt houdt het op, hè."

Globalisering, schaalvergroting, fusies, synergie, efficiency - ik vind het allemaal goed en wel, maar niet als het ten koste gaat van het lokale geluk van zoiets als De Prael en van de mensen die daar werken. Het verwarrende is dat ik altijd dacht dat ik vóór handelsverdragen was. In het verlengde van het idee dat democratieën geen oorlogen voeren - althans niet tegen elkaar - leek het me plausibel dat economische samenwerking niet alleen geld zou opbrengen, maar ook een zeker wederzijds begrip. Zoals in Europa de historische vijanden Duitsland en Frankrijk via een Gemeenschap voor Kolen- en Staal werden omgesmeed tot bevriende naties, zo zou de globalisering op mondiaal niveau ontspannend kunnen werken.

Maar wat als het omgekeerde het geval is? Wat als het wegvallen van economische grenzen niet de burgers ten goede komt, maar alleen de multinationale bedrijven die hun productie blijven verplaatsen naar de volgende plek waar de loonkosten en belastingen het laagst zijn? In Wallonië hebben ze gezien dat het zo werkt, onlangs nog, toen Caterpillar bekendmaakte te vertrekken uit Charleroi. Dan mag het potsierlijk lijken dat een regionaal parlement als het Waalse een internationaal handelsverdrag kan blokkeren - en uit bestuurlijk standpunt is het ook ergerlijk - maar inhoudelijk hebben de Walen goede argumenten, en niemand kan het hen kwalijk nemen dat ze gebruik maken van hun stemrecht.

De Vlaamse econoom Paul De Grauwe, hoogleraar aan de London School of Economics en voorstander van vrijhandel, schreef gisteren in De Morgen dat de globalisering 'op zijn grenzen botst'. Ten eerste vanwege het milieu, omdat wereldwijde productie leidt tot wereldwijd transport, ten tweede vanwege de 'sterk ongelijke verdeling van de baten en de kosten'. Aandeelhouders en toplieden profiteren van de flexibiliteit van de wereldmarkt, maar werknemers hebben het nakijken. De Grauwe concludeert dat handelsakkoorden 'beter in de ijskast worden gestopt' zolang de verliezers van de globalisering niet worden gecompenseerd. Dat lijkt mij juist. De opkomst van de populisten, links dan wel rechts angehaucht, laat zien wat er gebeurt als deze compensatie uitblijft; dan komen de verliezers hun gelijk halen door zich te wreken op het establishment.

Ober, mag ik nog een Bitterblond?

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden