Bisschop van Luyn: we hebben vaak maar een armzalig geloof

ROTTERDAM - “Geen koude sanering, geen zakelijk motief, geen plan van de tekentafel, geen kwestie van 'de laatste doet het licht uit'. Trouwens: wíj doen niet het licht aan of uit. Het Licht ìs aan en wij moeten het weerkaatsen.”

PIETER VAN DER VEN

Bisschop drs. Ad van Luyn verdedigt de plannen van het bisdom Rotterdam om binnen tien jaar de bestaande, ongeveer tweehonderd, territoriale parochies om te vormen tot zo'n vijftigtal regionale, pastorale eenheden, verder bijeengebracht in zes dekenaten.

“Eeuwenlang heeft de structuur van afzonderlijke, territoriale parochies gefunctioneerd, maar die is tijdgebonden. Om - zeker in de Randstad - nu het Licht te laten schijnen is deze structuur niet meer zo geschikt. De gewone parochie met haar beperkte mogelijkheden redt het niet om in deze samenleving missionair aanwezig te zijn. Daar zijn sterkere verbanden nodig, teams van pastorale professionals. Dat wordt een proces, dat tijd en energie kost en veel gesprek.”

Volgens de gisteren aangeboden nota 'Samenwerking geboden' zal het model van de ene parochie met haar ene pastorale kracht een meer of minder zelfstandig onderdeel worden van een geheel onder leiding van een pastoraal team, met diverse talenten, taken en hoedanigheden. Het is geen Rotterdamse uitvinding, maar voor Nederland op deze schaal wel nieuw.

Vandaag drie jaar geleden werd Ad van Luyn (61) tot bisschop benoemd, als opvolger van de eerder dat jaar onder grote commotie vertrokken bisschop Bür. De benoeming overviel hem. Zijn naam had de laatste tien jaar wel vaker rondgezongen, maar die buien waren overgedreven, zeker sinds er al een ordebroeder op de Bossche zetel zat. Hoewel het formeel niet zo werkt, waren de salesianen met bisschop Ter Schure al ruim bedeeld en mocht Van Luyn erop rekenen dat nu eens de jezuïeten aan de beurt waren of de franciscanen of een van de vele missiecongregaties. Van Luyn waande zich in de luwte, dacht trouwens dat kardinaal Simonis hem als kersverse secretaris-generaal van de r.-k. kerkprovincie nog niet kwijt wilde. Maar Simonis was de eerste die hem warm aanbeval diens vroegere zetel te aanvaarden.

Na de flamboyante, luidruchtige, lachgrage Bür kwam Van Luyn, nuchtere Groninger, in de plooi. Kon de overgang drastischer?

“Terugkijkend heb ik niet gemerkt dat men er een probleem mee had; ik heb een hartelijk welkom gekregen. Ja, men zal wel eens hebben vergeleken; dat gebeurt altijd, weet ik. Ik ben wel vaker in mijn leven mensen opgevolgd. Maar je moet jezelf blijven. Ik ben niet zo uitbundig als Bür was, hoef ik ook niet te zijn. Maar ik ben ook niet zo gereserveerd hoor, dat valt wel mee. Ik besteed veel tijd en aandacht aan ontmoetingen met mensen in de parochies; in vergaderingen ben ik spontaan, maak van mijn hart geen moordkuil. In onze stafvergaderingen is er niet minder humor en we lachen veel.”

Bür is overspannen weggegaan. U hebt één vrije dag in de week, en die besteedt u aan preken maken, mij ontvangen enzovoorts. Daar gaan we weer, denk ik dan.

“Ja het is in deze functie veel en het is gestaag, je komt er niet los van. Ik heb ook vroeger volle agenda's gehad, maar nu gaat het ook in het weekend door: bijeenkomsten, parochiebezoek, vormsel. Door de week is het druk op veel niveaus, bisdom, kerkprovincie, daarbuiten. Zoveel vragen en verzoeken van: komt u eens? Ik doe dat graag, zeg niet graag nee. Maar de agenda loopt vol, soms over. Toen ik hier kwam hebben we met enkelen een concert-abonnement genomen voor zes keer. Het eerste jaar kon ik drie keer mee, het tweede jaar één keer. Ik doe maar niet meer mee. Maar tot nu toe blijf ik er gezond bij.”

U hebt altijd met salesianen gewoond; nu niet meer.

“Het is het gevolg van mijn benoeming. Toch ben ik zelden alleen. Ik heb - met veel moeite - twee Duitse zusters hier gekregen. Zo hebben we hier in huis toch iets van religieus leven. Eten doe ik bijna altijd met de vicarissen of met de zusters. Mijn vrije dag breng ik zoveel mogelijk bij onze communiteit in Leusden door. Maar het is hectisch; ik zou meer tijd moeten hebben om te bidden, voor meditatie. Eén keer per jaar (eind januari) is me een week retraite gegund, maar ook dan gaat er wel werk mee. Ik heb drie weken vakantie, tijd voor een paar goede boeken.

Bent u inmiddels van dit u onbekende bisdom gaan houden?

“Helemaal vreemd was het me niet, ik heb er zes jaar gewoond. Het is de dichtstbevolkte provincie, een intense, boeiende samenleving, vol ontwikkelingen en problemen, en aanknopingspunten voor het evangelie. Klinkt dat vroom? Ja, het is mijn wapenspreuk: werken voor het evangelie. Er is zoveel neiging de kerk, het instituut centraal te stellen. Maar het evangelie is zoveel breder - de kerk staat daar in dienst van. Waar wordt uitgegaan van menselijke waarden heb je aanknopingspunten; het evangelie staat daar niet haaks op, maar trekt ze door tot hun laatste consequenties. Er gebeurt hier veel om een betere samenleving op te bouwen.”

Kunt u daar als kerk meer dan een marginale rol in spelen?

“De r.-k. kerk in Zuid-Holland is altijd marginaal geweest. Ik maak me wel zorgen dat meer dan de helft van de Nederlanders bij geen enkele kerk zegt te willen horen. Ik relativeer het ook: het wil niet per se zeggen dat er geen gevoel is voor het transcendente of het evangelie.”

Rekent u zich dan niet rijk met een dooie mus, de hype van zinzoekers en 'nieuwe katholieken'?

“Nee, daar reken ik me niet rijk mee - ik reken me rijk met de rijkdom van het evangelie: dat is zo onverwoestbaar, zo actueel, over menselijke waarden, een menswaardig bestaan. Relaties staan overal onder druk: met de medemens door het individualisme, met God door de secularisatie. Dat kan op den duur niet bevredigen, dat sluit de mens op in zichzelf. Het evangelie opent de mensen voor nieuwe mogelijkheden; met die boodschap reken ik me rijk.

Maar we hebben vaak maar een armzalig geloof; als kerk zijn we te weinig geworteld in èchte omgang met God, èchte spiritualiteit; we zijn te weinig dienstbaar aan de wereld. Daarom terug naar het evangelie, de krachten bundelen, niet 'verkerkelijken' op binnenkerkelijke thema's.''

Bisschop Van Luyn pleit voor een sterkere katholieke dienst aan de wereld, maar ook voor aanwezigheid in het culturele, het academische milieu, het debat over waarden en normen. De bijzondere leerstoelen van de Radboud-stichting, noemt hij, maar ook de KRO, de opiniepagina's van de kranten. Wel mist hij een goed, katholiek tijdschrift.

Voor de eigen gemeenschap wil hij 'oases', waar de diepere vragen in een sfeer van vertrouwen aan de orde kunnen komen. Hij bedoelt: het “geloof in de verrezen Heer; geloven is relationeel. Met pasen zijn in Frankrijk 2500 jonge volwassenen gedoopt: die kwamen niet af op het instituut of de doctrine, maar op een Persoon!”

Veel gelovigen (pastores, theologen incluis) uiten zich heel wat vager; zit juist dit geloof in een 'persoon' niet danig in de put?

“Ik waag te veronderstellen dat dat meevalt. Veel jongeren, die weinig moeten hebben van een kerk, zeggen dat ze wèl bidden, alleen, in het donker. Bidden doe je niet tot een voorwerp, een kracht, maar tot Iemand. We moeten weer naar de kernwaarheid. God is liefde en dat is wederkerig. Het relationele is wezenlijk.”

U hebt laatst met veel succes de oude Roger Schutz van Taizé naar Rotterdam gehaald: er kwamen duizenden jongeren op af. Sommigen zien dit dwepen met Taizé toch wat zorgelijk aan: een vroom soort wiet, een romantisch sfeertje van religieuze oppervlakkigheid.

“Nee, dat doet aan Taizé echt tekort. Het spreekt onomstotelijk jongeren aan, al jaren en uit vele culturen. De gammele bussen uit Oost-Europa die met kunst en vliegwerk Taizé bereiken. En die jongeren zitten daar dan een week; dat is geen wiet, dat is een serieuze cursus, waarin ze iets van het transcendente ervaren, heel persoonlijk en met elkaar. Taizé neemt de jongeren met heel hun hebben en houden serieus; er wordt niet verwacht dat ze al ergens zijn. Nog iets: de voorzieningen in Taizé staan op een ongelooflijk laag peil. Dat moet vooral zo blijven: zo kom je tot het wezenlijke, een ontmoeting met God. Het thema is 'pelgrimage van vertrouwen' en precies dat hebben ze nodig in deze wereld met al die veel te grote zorgen. Maar Taizé wijst hun er ook altijd weer op dat ze op hun eigen plek voor die noden moeten inzetten. Echt, ik vind Taizé een gave Gods.”

Taizé is ook zeer oecumenisch. In uw hervorming van de parochiestructuren komt de oecumene er bekaaid af. Waarom de oplossing alleen maar verwacht van katholieke schaalvergroting, niet van intensief oecumenisch samengaan?

“Wat oecumenisch niet of wel kan is geen kwestie van ons bisdom alleen, we hebben te maken met andere bisdommen, de wereldkerk. Ik vind dat wat we samen met andere kerken kunnen doen, ook samen moeten doen en dat is meer dan nu gebeurt. Maar er zijn ook verschillen waar het moeilijker ligt: de sacramenten. Het is niet verstandig daar grenzen te overschrijden. Winst op korte termijn zou op de lange duur verlies betekenen aan eigen identiteit en rijkdom van de diverse kerken. Als het over zulke intieme geloofszaken gaat als de eucharistie moet je niet te snel zijn.”

'Dialoog' is thans de sleutel van het beleid van de bisschoppen; maar neem het gepraat in het Landelijk Pastoraal Overleg: 'dialoog' lijkt een toverwoord, een 'klamme deken' over een verscheurde kerk die niet weet van waar en hoe.

“Voor het LPO hebben we inderdaad nog niet de goede werkwijze gevonden en dat is langzamerhand wel hard nodig. Maar neem onze recente Vredesbrief: die was het resultaat van dialoog. En de nieuwe brief over het katholiek onderwijs opent een serie consultaties. Het zijn nieuwe manieren van brieven schrijven, nieuwe gespreksvormen, geen vergaderingen maar ontmoetingen. Nee, ik hoor daar niet alleen maar bekende dingen, ik leer er echt van bij.

Geloven is wezenlijk 'dialogaal', openbaring ìs dialoog. Ik zou alleen willen dat we ons niet alleen richten op binnenkerkelijke spanningen, maar ons inspannen voor de wereld, voor een morele consensus over fundamentele waarden, onze krachten bundelen voor diakonie. De Raad van kerken en Muskens stellen de armoede aan de orde, maar wie voert dat verder uit? Wat doen wij, zodat mensen, jongeren, ouden van dagen, gehandicapten kunnen participeren? Als toch eens al die diverse groepen als 'Acht mei', het Contact Rooms Katholieken, de Werkgroep Katholieke Jongeren de krachten zouden bundelen voor de noden in de wereld, dan kunnen we ik weet niet wat bereiken. Onze laatste vredesbrief somt een hele agenda op, voor iedereen, niet alleen voor vredesgroepen. Over binnenkerkelijke dingen moet ook wel eens worden gepraat, maar als die alleen altijd bovenaan de agenda staan dan zijn we geen goede 'ekklesia'.''

Bisschop Van Luyn heeft voor de komende jaren plannen genoeg, primair voor jongeren. Hij is ervan overtuigd dat er voor hen veel te doen is, “al is hen interesseren voor de zondagsmis vaak een brug te ver”, maar na het succes van Taizé in de Laurenskerk wordt nu geijverd voor een grote Nederlandse deelname aan de internationale jongerendag met de paus erbij, volgend jaar in Parijs. Van Luyn noemt verder de opvang van zwerfjongeren in Den Haag en Rotterdam, het hospice-werk voor terminale zieken, het adopteren van door de oorlog kaalgeslagen parochies in Bosnië. Diakonie, sociale kaart, multiculturele samenleving: het lijkt de verlanglijst van een activist.

Wat mist u het meest in uw bisdom?

“Een spiritueel centrum. Er is in Zuid-Holland niet één abdij of zoiets. Wat zou het niet goed zijn - een stadsabdij in Rotterdam, zoals bijvoorbeeld die in Parijs. Ik kom zelf vaak en graag in een bijzondere kloostergemeenschap van mannen en vrouwen bij Ivrea, Noord-Italië. Ik heb hun wel eens gevraagd of er niet een paar van hen bij ons kunnen beginnen. Maar spirituele bewegingen uit het zuiden slaan hier niet erg aan. Het moet van hier zelf komen. Als er mensen aan willen gaan staan dan wordt het probleem van huisvesting en geld beslist opgelost. Een nieuwe Nederlandse beweging van dienstbare vroomheid: wat we hard nodig hebben is een 'moderne devotie'.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden