Bismarcks biografie respectabel monument

Ernst Engelberg, Bismarck. Urpreusse und Reichsgrunder. geb., 840 blz. prijs (in 1985) DM 48, Deel twee: "Bismarck. Das Reich in der Mitte Europas" . Geb., 732 blz., prijs DM 58, Beide delen verschenen eerst bij Akademie- Verlag, Oost-Berlijn en daarna bij Siedler-Verlag in West-Berlijn.

Met deze drie namen heeft Kosch in kort bestek drie eeuwen van in zijn ogen noodlottige Pruisische geschiedenis willen kenschetsen. Van Frederik de Tweede en Bismarck loopt een rechtstreekse lijn naar de terreur van Adolf Hitler. In de militante Pruisische politiek tegen Oostenrijk-Hongarije ziet de Oostenrijker Kosch de bron van de Nazi-ellende. Dat dit standpunt al spoedig kritisch onder vuur werd genomen, zal niemand verwonderen. Tegelijkertijd heeft de gedachte, dat Pruisen met zijn ijzeren kanselier Bismarck een kwalijke rol in de Duitse geschiedenis heeft gespeeld een taai en lang leven gehad.

Sinds de grote Berlijnse tentoonstelling over Pruisen in 1981 is er in de beeldvorming rond deze in 1945 geliquideerde staat een kentering opgetreden. Ook in de toenmalige DDR nam de historische belangstelling toe en groeide de behoefte aan een zekere verdediging van dat Pruisen als drijvende kracht in de geschiedenis van Duitsland. Het ruiterstandbeeld van Frederik de Grote verhuisde van een hoekje achter hoge heggen in het Potsdammer park Sanssouci naar de boulevard Unter den Linden in Berlijn.

Een ander monument werd in 1985 in OostBerlijn opgericht: het eerste deel van de biografie over Bismarck van de historicus Ernst Engelberg. Het tweede deel kwam uit in 1990. Engelberg wist de sleutel tot archieven met stukken over Bismarck te bemachtigen die tot op dat moment potdicht waren.

Hij was niet tevreden met het stereotiepe Bismarck-beeld en zocht naar de redenen van de fascinatie die van Bismarck uitgaat. Daarbij vergat hij de sociaal-economische omstandigheden niet. Nochtans is het opmerkelijk, dat de grote historische persoonlijkheid Bismarck zo sterk in het middelpunt komt te staan bij een historicus die op grond van zijn marxistische opvattingen de wetmatigheden van de geschiedenis zou moeten laten prevaleren.

Engelberg heeft zich als geen ander voor en na hem in zijn onderwerp verdiept. Zijn tweedelige biografie bevat een enorme schat aan historische feiten en analyses van die feiten. De ontwikkeling van Bismarck van Pruisische jonker op een landgoed in Pommeren naar de rechtenstudie in Gottingen en vervolgens via het gezantschap van Pruisen in Frankfort en later in Petersburg naar de waardigheid van Rijkskanselier volgt de schrijver met grote zorgvuldigheid. Het is dunkt mij hier niet de plaats om de beschrijving van Bismarcks levensverhaal dunnetjes over te doen. Beter lijkt het me om enkele hoofdlijnen binnen Bismarcks politieke denken en handelen aan de hand van Engelbergs boeken aan te wijzen.

In de eerste plaats typeert Engelberg Bismarck als de adellijke grootgrondbezitter van gene zijde van de Elbe die in een feodale relatie met zijn ondergeschikten is verbonden. De landarbeiders worden geacht trouw aan hun landheer te zijn en het monarchistische regeringsprincipe van Pruisen te ondersteunen. De gebeurtenissen voor en na de zogenaamde Maartrevolutie in Berlijn in 1848 hebben Bismarck daarom diep geschokt. Koning Frederik Willem IV deed concessies aan de revolutionairen: de soldaten werden uit Berlijn teruggetrokken, de koning ontblootte het hoofd bij de lijkkisten van de bij de gevechten omgekomen burgers en stelde een grondwet in het vooruitzicht. Tegenover de revolutie stelde de vertegenwoordiger van de Pruisische Landdag Otto von Bismarck de stichting van de Verein fur Konig und Vaterland in 1848.

Engelberg vat de wezenlijke kenmerken van Bismarcks denken en handelen als volgt samen: "Het strategische doel van de binnenlandse politiek bleef voor Bismarck het behoud en de versterking van het Pruisische koningschap, dat op zijn beurt de economische, sociale en politieke macht van het steeds meer kapitalistisch producerende jonkerdom veilig moest stellen. Om het negatief te zeggen: de massa's, vooral de steeds zelfstandiger wordende arbeidersklasse, moesten onder de duim worden gehouden; de machtsaanspraken van de liberalen en de democraten moesten worden afgeweerd, want die zouden tot een burgerlijk parlementarisme kunnen leiden. Als tegenprestatie was Bismarck wel bereid tot concessies op het gebied van de economische en de Duits-nationale politiek" . (I,453) Op het gebied van de buitenlandse politiek was Bismarcks voornaamste doel de hegemonie van Pruisen in Duitsland, hetgeen inhield dat Oostenrijk werd buitengesloten. Tevens wilde Bismarck de Bondsdag in Frankfort laten verdwijnen of zich aan Pruisen laten onderwerpen. Na 1866 nam Frankrijk de plaats van Oostenrijk als storende factor binnen het proces van Duitse eenwording onder Pruisische hegemonie in.

Ging het Pruisen tijdens de zeventiende en achttiende eeuw om het scheppen van een gesloten Pruisisch territorium van Kleef tot Koningsbergen, in de negentiende eeuw was het om consolidering van het bestaande en om een hegemoniale status in Duitsland te doen.

De grote tegenstander van Pruisen was Oostenrijk-Hongarije. De politiek van Bismarck was gericht op het uitschakelen van Oostenrijk bij de strijd om de eerste plaats in Duitsland. In de plaats van de groot-Duitse oplossing (met inbegrip van Oostenrijk) trad de klein-Duitse oplossing (zonder Oostenrijk). De gezamenlijke Pruisisch-Oostenrijke strijd tegen Denemarken om Sleeswijk-Holstein en Lauenburg in 1864 kon niet verhinderen dat in 1866 de oorlog tussen Pruisen enh Oostenrijk uitbrak die met de slag van Koniggratz in een overwinning van Pruisen uitmondde. Pruisen had gezegevierd. En een nog grotere zege volgde op 18 januari 1871 met de Kaiserproklamation in de spiegelzaal van Versailles.

Ook met krachten in Pruisen/Duitsland zelf had Bismarck te kampen. Door de verkondiging van het dogma van de pauselijke onfeilbaarheid op het Eerste Vaticaanse Concilie in januari 1870 vreesde Bismarck, dat het primaat van de macht binnen de rooms-katholieke kerk voortaan bij Rome en niet meerwat de Duitse gelovigen betreft - bij de Duitse bisschoppen zou liggen. Bismarck ging de strijd aan met paus Pius IX. Rudolf Virchow zou deze tot 1878 durende strijd als Kulturkampf betitelen. Bismarck zag in het dogma van de onfeilbaarheid de uiting van een curiaal absolutisme dat de nationale Duitse wetgeving aantastte.

Nog veel moeilijker kreeg Bismarck het met de sociale veranderingen in Duitsland als gevolg van een grootscheepse industrialisatie na 1871. In de socialistische beweging ontwaarde hij een groot gevaar voor de toekomst van de monarchie. Met zijn Sozialistengesetz van 19 oktober 1878 verbood Bismarck alle sociaal-democratische organisaties, hun kranten en andere geschriften. Aan de andere kant introduceerde hij een omvattende sociale wetgeving: verzekering tegen ziekten, tegen ongevallen, ouderdomsverzekering en invalidenverzekering.

Het tij was echter niet meer te keren. Bismarck had niet echt een antwoord op de wil tot politieke en sociale emancipatie van de Duitse arbeiders. De Rijksdag wenste het Sozialistengesetz niet te verlengen. De feitelijke oorzaak van Bismarcks afscheid van de politiek lag in de vervreemding tussen hem en keizer Wilhelm de Tweede. Bismarck struikelde over het door hem zo vurig verdedigde monarchistische principe toen hij de keizer op het gebied van de binnenlandse en de buitenlandse politiek de les meende te meoten lezen. Op 20 maart 1890 verliet de loods het schip, zoals het satirische tijdschrift Punch het zo prachtig wist uit te beelden. Wrok vervulde Bismarck tijdens de jaren van gedwongen passiviteit in Friedrichsruh bij Hamburg.

Om in de termen van Nietzsche te blijven: door de focus vooral op de persoon van Bismarck te richten heeft Engelberg een 'monumentale historie' geschreven, in zijn onuitputtelijke aandacht voor details (zoals Bismarcks verliefdheden) een 'antiquarische historie' en in het afwegen van de voors en tegens van deze grote en sluwe politicus een 'kritische historie'.

Bij de derde karakteristiek komt Engelbergs marxistische hart te voorschijn. Engelberg is tijdens zijn speurtocht naar het leven van Bismarck in wisselwerking met de bewogen Duitse geschiedenis van de negentiende eeuw steeds sterker gefascineerd geraakt door deze persoonlijkheid die jammer genoeg altijd zo gemakkelijk geetiketteerd werd door de uitdrukking Blut und Eisen.

Kenners beweren dat het verschijnsel van tenminste gedeeltelijke vereenzelviging het lot van iedere biograaf is en dat zelfs Joachim Fest met zijn biografie over Hitler dat lot ten deel viel. Engelberg heeft de motieven achter Bismarcks beslissingen leren begrijpen en althans gedeeltelijk leren billijken. Bismarck treedt naar voren als mens en niet als pion van boven-persoonlijke sociale krachten. Daardoor is deze rijke levensbeschrijving geenszins een vulgair-marxistisch geschrift geworden.

Wat Bismarck zelf over zijn kennis van de geschiedenis zei, dat hij die namelijk van zijn voorouders "met respect had ontvangen" is ook van toepassing op zijn biograaf. Engelberg gaat respectvol om met zijn 'object'. Maar dat weerhoudt hem er niet van om stevige kritiek op Bismarck uit te spreken, wanneer het de sociale politiek na 1873 in het Duitse rijk betreft. Repressie was voor Bismarck het belangrijkste middel om op de August Bebel, Ferdinand Lassalle en Karl Marx georienteerde arbeidersbeweging de baas te blijven. Bij dit onderwerp spreekt Engelbergs marxistische hart en is de afstand van schrijver en beschrevene het duidelijkst merkbaar.

Opmerkelijk is, dat Engelberg in beide delen van zijn biografie veel aandacht schenkt aan Bismarcks houding tegenover geloof en kerk. Bismarck zocht de innerlijke zekerheid, dat Gods zegen rustte op de opgaande lijn van de Pruisisch-Duitse geschiedenis. Maar hij zocht die pas, nadat hij eerst de machtsverhoudingen in Europa had geanalyseerd en tot nuchtere inzichten was gekomen. Bismarck was allereerst een mens van de ratio en daarna pas van de religio. De pietisten van de negentiende eeuw konden hem nooit tot een der hunnen maken.

Wat Engelberg bij het onderwerp geloof en kerk echter te weinig behandelt, is de anti-revolutionaire kerkopvatting van de Romantiek tot en met de theoloog Vilmar die tijdens de gehele negentiende eeuw (ook voor de politiek in Nederland) zo wezenlijk is geweest. Het centrale boek 'Politische Ekklesiologie im Zeitalter der Revolution' van Reiner Strunk uit 1971 had in de - overigens zeer uitvoerige - bibliografie niet mogen ontbreken.

Bismarck was geen machtswellusteling die Europa aan Pruisen wilde onderwerpen. Het ging hem om het bewaren van het evenwicht tussen de grote politieke machten in Europa. In dat kader kreeg Pruisen een dominante rol in Duitsland toegespeeld. Het zal heel lang duren voordat deze biografie aan vervanging toe is. En ook dan zal zij nog als historisch monument met respect worden behandeld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden