BISCHOFFERODE VINDT EEN STOK OM DE WESTDUITSE HOND TE SLAAN

Het Westduitse BASF mag zichzelf een kali-monopolie toemeten door alle Oostduitse concurrenten op te kopen. Vier Duitse mijnen moeten dicht, waaronder de Thomas Muntzerkalimijn in het Oostduitse Bischofferode. Vrije markt-economie, zeggen ze in het westen. BASF schakelt gewoon een concurrent uit, zeggen ze in Bischofferode, waar de Wende toch al weinig goeds bracht. Bericht uit een hongerstakend dorp.

Maar drie jaar Duitse eenwording heeft tot nog toe vijf miljoen banen gekost in de voormalige DDR, en dat is veel op een bevolking van zestien miljoen. Het was dan ook te verwachten dat de vlam in de pan zou slaan.

Maar waarom nu en waarom juist in Bischofferode?

“Bischofferode is overal”, zo staat op spandoeken in Erfurt en Gotha. In alle Thuringer steden zal voortaan elke week worden gedemonstreerd voor de hongerstakers van Bischofferode. Met zo'n wekelijkse mars is ooit Erich Honecker verdreven.

Uiterlijk verschilt Bischofferode weinig van al die andere dorpen in de ex-DDR, het is hooguit nog iets rommeliger dan het Oostduitse gemiddelde.

Het nieuwe Duitse oosten anno 1993: recent bijgeverfde huizen, weinig Trabants meer, wel veel tweedehands BMW's, en natuurlijk een tehuis voor immigranten. De uit Rusland en Roemenie ingevlogen volksduitsers zijn gehuisvest aan de voet van de met spandoeken versierde kaliberg. Maar dit keer slaan de teksten niet op buitenlanders, het gaat hier om de eerste Oostduitse bedrijfssluiting die uit de hand loopt. Kali, een grondstof voor kunstmest, blijkt ook een voedingsbodem voor protest.

Op 10 december 1992 deelde de directie mee welke oplossing is gevonden voor de in problemen verkerende Duitse kaliwinning. Het is eigenlijk heel simpel: het Westduitse BASF mag een kali-monopolie scheppen op de Duitse markt door alle Oostduitse concurrenten op te kopen. In ruil daarvoor garandeert het chemieconcern het behoud van 7500 van de huidige 11 000 arbeidsplaatsen in de (oost- en west-)Duitse kaliwinning. Vier Duitse mijnen moeten dicht, zo hebben BASF en de overheid afgesproken, waaronder ook de Thomas Muntzer-kalimijn in Bischofferode.

De details van de fusie zijn opmerkelijk. De kali-dochter van BASF, het in Kassel gevestigde Kali & Salz, fuseert met de Mitteldeutsche Kali, waarin alle kalimijnen in de voormalige DDR zijn ondergebracht. Deze Mitteldeutsche Kali is op haar beurt eigendom van de Treuhandanstalt, de overheidsholding die alle voormalige staatsbedrijven in het oosten moet verkopen of sluiten, in iedere geval moet zien kwijt te raken. In het toekomstige kalikartel van Duitsland krijgt de Treuhandanstalt 49 procent van de aandelen. De Treuhand ('wij vechten voor elke arbeidsplaats') geeft een bruidsschat van 1 miljard Dmark mee aan de Oostduitse mijnen.

Volgens critici komt die subsidie via een omweg bij BASF terecht. “De Treuhandanstalt, opgericht om de nieuwe deelstaten te helpen, ondersteunt zo dus een Westduits bedrijf”, zegt Hanno Rybicki. Hij is lid van de ondernemingsraad in Bischofferode en inmiddels weer etende. Rybicki ziet er dan ook weer florissant uit. Hij zit in een gebouw op het bedrijfsterrein dat in beslag is genomen door de ondernemingsraad; een gebouw verderop zitten de hongerstakers. Daaronder op 600 meter diepte bevinden zich de kaligangen, een labyrint met een doorsnee van 12 kilometer.

BASF en de Treuhand zeggen de pijn van de kali-sanering eerlijk te zullen verdelen: zowel in Oost- als in WestDuitsland gaan er twee kalimijnen dicht. De vakbond IGBE vindt het ook allemaal erg eerlijk en roept de collega's in Bischofferode op zich bij hun ontslag neer te leggen, uit solidariteit met hun collega's elders in de Duitse kaliwinning.

Maar in Bischofferode denkt men heel anders over solidariteit, en sinds begin april houdt het personeel de mijn bezet. Wel gaat de produktie gewoon door “terwille van onze klanten”, zegt Rybicki marktbewust: “Zij zijn onze toekomst, onze klanten willen we behouden.” Sinds begin juli is de bezettingsactie verscherpt. De bedrijfskantine, waar sinds de eenwording geen eten meer is geserveerd, is in gebruik genomen door hongerstakers die er hun stretchers, hun 'hongerbritsen', hebben neergezet. Hoewel het een milde vorm van hongerstaken is - zodra de arts gevaren constateert, wordt de hongerstaker afgelost - is Bischofferode sindsdien volop in het nieuws.

Buiten de mijn, even voorbij het tehuis voor buitenlanders, is een garage ingericht als nood-cafe. Aanvankelijk was er in het dorp ook een mooi cafe, maar dat was veel te duur voor de inwoners van Bischofferode, vertelt de ondernemende eigenares (“Hiernaast heb ik nog twee banen”). Nu zit iedereen hier in de garage: de man van een van de hongerstaaksters (zij loste hem af toen hij naar het ziekenhuis moest), hun zoon, en de plaatselijke alcoholisten. Een oudere man zegt dat hij zijn familie in het westen van Duitsland nog nooit zo weinig heeft gezien als sinds de eenwording. “Vroeger kochten ze een pak koffie en een paar panty's, kwamen hierheen en vierden twee weken goedkoop vakantie. Nu zie ik ze nooit meer.”

Tot deze zomer toe stuitte elk Oostduits protest op een goed afgemetselde verdedigingswal in Bonn: de Oostduitsers hadden immers in december 1990 hun stem gegeven aan de CDU? Dan wisten ze dat ze een vrije-markteconomie zouden krijgen. Nu is er opeens een gat ontstaan in het Bonner metselwerk, want met vrije-markteconomie heeft zo'n kali-monopolie natuurlijk niets van doen. “Dit is pure planeconomie”, zegt OR-lid Rybicki. Juist daarom is Bischofferode de stok geworden waarmee de Oostduitsers slaan: voor het eerst kunnen met Westduitse argumenten Oostduitse banen verdedigd worden.

De Oostduitsers van Bischofferode willen vrije concurrentie, terwijl BASF een monopolie wil.

“Wij zijn de enige kalimijn die al in de DDR-tijd volop naar het westen exporteerde”, zegt Rybicki. Van kali uit Bischofferode wordt bij Kemira in de Rotterdamse Botlek bijvoorbeeld kunstmest gemaakt. Het wil er bij de bedrijfsbezetters dan ook niet in dat hun mijn nu opeens de minst efficiente zou zijn en daarom dicht moet.

Bij de Treuhand wijst de woordvoerster er echter op dat Bischofferode de enige kalimijn in Oost-Duitsland is die verlies maakt: 70 mark per ton kali. Door nu snel de verlieslijdende mijnen in oost en west te sluiten en de winstgevende samen te voegen, kan het hoogst haalbare aantal banen worden behouden. Als Bischofferode niet dicht gaat of de fusie niet door gaat, zullen er uiteindelijk meer mijnen in problemen komen en nog meer mensen hun baan verliezen, zo klinkt het uit Berlijn.

In Bischofferode gelooft men niets meer. “De enige reden dat juist wij dicht moeten, is dat onze kali het meest rechtstreeks concurreert met die van Kali & Salz”, zegt Rybicki. Andere Oostduitse mijnen produceren een kalisoort die niet direct concurreert met de kali uit de Westduitse mijnen.

Trouwens, de bezetters van de Thomas Muntzer-mijn in Bischofferode zijn ervan overtuigd dat ook de andere Oostduitse kalimijnen op termijn zullen moeten sluiten. De mijn in Zielitz bij Maagdenburg bijvoorbeeld: “Die ligt zo mooi aan allemaal verkeerswegen, daar maken ze vast een vuilnisbelt van.

BASF heeft nog wel wat te storten'', zegt een sympathisante die bij de hongerstakers is aangeschoven.

Bedrijven uit het westen die concurrenten in het oosten opkopen om ze vervolgens uit te schakelen: dat is het grote complot dat veel Oostduitsers wel vaker menen te ontwaren. En hoewel de Treuhandanstalt juist om dat te voorkomen altijd baangaranties eist van westerse bedrijven die Oostduitse firma's opkopen, kijken steeds meer Oostduitsers met wantrouwen naar de investeerders van druben.

In het geval-Bischofferode wordt die argwaan nog versterkt door de weigering van de Treuhandanstalt om het contract met BASF openbaar te maken. Dat BASF een monopolie krijgt toegespeeld is duidelijk, maar de precieze afspraken zijn geheim. “Het is in het normale zakenleven absoluut ongebruikelijk om contracten openbaar te maken, dat moet u toch met me eens zijn”, zegt een woordvoerster van de Treuhandanstalt hierover.

Gregor Gysi krijgt het contract al helemaal niet te zien. Dit boegbeeld van de PDS, de ex-communistische partij, duikt in elk Oostduits arbeidsconflict op. De onbezoldigd advocaat van de mijnbezetters krijgt geen inzage omdat het contract “te ingewikkeld is voor niet-accountants”, zo meldde het Duitse ministerie van economische zaken deze week. Ook de parlementariers van de Bondsdag-commissie die de vorming van het kali-kartel al hebben goedgekeurd, hebben nooit inzage gehad in de kleine lettertjes.

De hongerstakers, veertien mannen en vier vrouwen, zitten aan een enorme houten tafel in de oude bedrijfskantine. Thermoskannen koffie, een zakje 'Vitamine-genot', kalktabletten en enveloppen (“We krijgen solidariteitsbrieven uit heel Duitsland en iedereen krijgt antwoord”) liggen op tafel. Zeker geen radicalen, deze hongerstakers. Alleen Wilhelm Muller, een solidaire Saks uit Leipzig die is komen meedoen maar zeer uit de toon valt, spreekt van revolutie en opstand.

De hongerstakers zijn tussen de 35 en de 50: te jong om met vut te gaan, te oud om snel een nieuw leven op te kunnen bouwen in het westen van Duitsland. Trouwens, daar is ook geen werk meer nu de Westduitse economie dit jaar krimpt met twee procent.

“We wisten dat de vrije-markteconomie ontslagen met zich mee zou brengen, we wisten dat er hier te veel mensen rondliepen”, zegt Renate Hellwing, die er nog fris uitziet maar ze hongert dan ook pas een dag. De eerste inkrimpingen en bezuinigingen werden door iedereen aanvaard: het bedrijf moest immers overleven op de harde vrije markt. “We dachten dat we moesten gesundschrumpfen (afslanken)”, zegt Gisela Fiedler, die al langer meedoet en intens zwarte kringen onder haar ogen heeft. “De kantine ging dicht, de creche verdween, van de 1 900 werknemers verdwenen er 1 200, ga zo maar door.” Het afslanken bleek echter geen voorwaarde voor overleven, maar een begin van sluiting te zijn.

Toen de directie in december de sluiting aankondigde, beloofde zij dat als het personeel een andere koper dan BASF zou vinden, de mijn niet dicht hoefde. Waarschijnlijk was de directie onaangenaam verrast toen het personeel inderdaad met een potentiele koper aan kwam zetten: Johannes Peine, Westduits kunstmesthandelaar en transportondernemer. Hij wilde de mijn voortzetten en garandeerde vrijwel alle werknemers behoud van werk.

Maar zijn bod werd afgewezen door de Treuhandanstalt. “Het ondernemingsplan van meneer Peine is zowel door ons als door een onafhankelijk adviesbureau onderzocht en niet-realistisch bevonden”, zegt de woordvoerster van de Treuhandanstalt.

Inmiddels heeft het weekblad Der Spiegel artikel 20 uit het geheime contract met BASF boven water gekregen: om het kali-monopolie te garanderen, hebben de fusiepartners afgesproken dat ze geen enkele concurrent zullen dulden. Krachtens deze afspraak mag de Treuhandanstalt dus onder geen beding Bischofferode verkopen aan Johannes Peine, want dat zou het monopolie van BASF ondergraven.

“Al was er een koper gekomen met tig miljard mark, dan had die nog Bischofferode niet mogen kopen”, zegt Gisela Fiedler.

VERVOLG OP PAGINA ZZ 2

HET MONOPOLIE VAN BASF

VERVOLG VAN PAGINA ZZ 1

De kaliwerkers hebben eigenlijk een vrij bescheiden wens: ze willen als zelfstandig bedrijf de markt op, met Johannes Peine en zonder BASF.

“Misschien belooft Peine ook wel iets wat hij niet kan waarmaken”, zegt een van de hongerstakers. Toch willen zij verkocht worden aan Peine, omdat ze dan een kans krijgen om zich onder zijn leiding als zelfstandige kalimijn waar te maken op de vrije markt. Rybicki: “Als we vervolgens failliet gaan, oke, dan kunnen we accepteren dat de mijn dicht moet. We moeten in elk geval een kans krijgen.”

Maar die krijgen ze waarschijnlijk niet. In Bischofferode hebben de kaliwerkers achteraf de indruk dat BASF in 1989, direct na de val van de Muur, al aanstuurde op het uitschakelen van die lastige concurrent in de ex-DDR die naar het westen exporteerde. “Meteen na de Wende kwamen er al mensen van Kali & Salz het bedrijf binnen. Wij dachten toen, hoera, daar komt onze redding”, zegt Renate Hellwing. Maar terwijl iedereen in die dagen de zegeningen van de vrije concurrentie roemde, streefde BASF naar een kali-kartel.

Het duurde niet lang of de Treuhand stelde een hoge baas van BASF-dochter Kali & Salz aan als directielid bij de Mitteldeutsche Kali. Inmiddels bestaat de gehele directie van de Oostduitse kalimijnen uit Westduitsers, “op een alibi-Ossi na”, zoals Rybicki het noemt. Onder het personeel gaat het gerucht dat ook deze laatste Oostduitser aan de top inmiddels een villa heeft gekocht in het Westduitse Kassel. Het is deze directie die het personeel een ultimatum stelde: als de bezetting niet uiterlijk dit weekeinde zou zijn opgeheven, zouden alle opdrachten die de Mitteldeutsche Kali krijgt, worden doorgesluisd naar de andere Oostduitse mijnen. De werknemers zouden op die manier een leegstaand bedrijf bezetten, en dat heeft weinig zin. Dit dreigement heeft de directie donderdag ingetrokken.

Wel dreigt de leiding nog steeds de vertrekpremie voor de werknemers te verlagen van de eerder beloofde 20 000 naar het elders in de ex-DDR gebruikelijke bedrag van gemiddeld 6 000 D-mark, tenzij de bezetting wordt opgegeven. De bezetters hebben donderdag echter besloten door te gaan, en ook de hongerstakers blijven staken.

Terwijl dit ultimatum afgelopen week naar zijn einde liep, kregen de werknemers van Bischofferode nieuwe hoop, en de aanhangers van de vrijemarkteconomie trouwens ook. Karel van Miert, de EG-commissaris die verantwoordelijk is voor de eerlijke mededinging, besloot maandag een officieel onderzoek te openen naar de fusie van Kali & Salz en Mitteldeutsche Kali. Monopolievorming mag niet op de vrije Europese markt, reden voor Van Miert om kritisch te kijken naar de nieuwste aankoop van BASF. Hij zei alvast “ernstige bedenkingen” te hebben. Of het veel oplevert, is de vraag, want de Commissie in Brussel heeft pas een keer eerder een fusie durven verbieden. Dat was de aankoop van De Havilland, de Canadese fabrikant van vliegtuigen voor de kortere afstand, door het Franse Aerospatiale en het Italiaanse Alenia. De directie van de Mitteldeutsche Kali is niet onder de indruk: wat de EG ook beslist, de mijn in Bischofferode gaat dicht, aldus een woordvoerder deze week. Aan de poort van de mijn zijn inmiddels de eerste neo-nazi's gesignaleerd die hun solidariteit met de hongerstakers wilden betuigen. Op weg naar de herdenking van de sterfdag van nazi Rudolf Hess, vorige week zaterdag, kwamen ze langs in Bischofferode. “Met hen willen we niets te maken hebben”, zegt Rybicki echter gedecideerd.

Maar in welke politieke stroming hebben de mijnwerkers uit Bischofferode dan nog wel vertrouwen? Prompt veren de hongerstakers op en ontspint zich een heftig debat. Hebben zij er in 1990 fout aan gedaan door de CDU hun vertrouwen te schenken? Een vrouw vindt van niet, ook al zou ze nu iets anders stemmen. “De SPD wilde de eenwording en de invoering van de D-mark vertragen, dat moet je toch ook zien.” “Juist ja, de langzame weg, dat was veel beter geweest”, antwoordt Erwin Schein, eveneens hongerstaker.

Terug naar de oude DDR-tijd wil hij niet, maar Schein zou wel graag terug willen naar november 1989, de maand dat de Muur viel, om Duitsland vervolgens te verenigen op andere voorwaarden dan nu is gebeurd.

Het vertrouwen in de politiek is echt weg. Een droomaanbod van de deelstaat Thuringen om in samenwerking met Bonn alle kaliwerkers in Bischofferode een baan elders te garanderen, in ruil voor het opgeven van de bezetting, is afgewezen om de simpele reden dat niemand waarde hecht aan die belofte.

“Zevenhonderd arbeidsplaatsen scheppen in dit gebied, waar de werkloosheid twintig procent bedraagt en alle industrie al verdwenen is? Dat is een utopie”, zegt OR-lid Rybicki.

Optimisten wijzen op de overal zichtbare bedrijvigheid in de oostelijke deelstaten. Die nieuwe bedrijvigheid blijft echter beperkt tot de afzet van produkten uit het westen: autodealers zijn er op elke hoek. Maar als de industrie in Oost-Duitsland wegvalt, wie moet er dan nog auto's kopen om over alle nieuwe wegen te rijden? Renate Hellwing: “Ze bouwen hier garages en supermarkten, maar scheppen geen werk.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden