Biotech verdient echte kritiek

De commissie-Terlouw, die probeert de meningen van Nederlanders over gentechnologie in kaart te brengen, is het vertrouwen van maatschappelijke organisaties kwijt. Het was te verwachten. Deze organisaties streven helemaal niet naar serieus debat over biotechnologie.

Vanaf het allereerste begin was duidelijk dat de commissie-Terlouw niet is ingesteld om een breed maatschappelijk debat te voeren over biotechnologie naar analogie van het debat over kernenergie nu bijna twintig jaar geleden. Hooguit is sprake van een veredelde opiniepeiling met gebruikmaking van modieuze focusgroepen, om na te gaan welke problemen er bij de bevolking leven rond biotechnologie en voedsel.

Ook politieke partijen gebruiken dit soort veredelde tupperware-parties om hun programma's te toetsen en bij te stellen. De meningspeiling over biotechnologie en voedsel is vooral bedoeld als grondstof voor het echte debat over biotechnologie, dat volgend jaar in de Kamer wordt gevoerd.

Vorige week hebben de maatschappelijke organisaties dan eindelijk hun vertrouwen in Terlouw c.s. opgezegd. 'Eindelijk', omdat ze dat al vanaf het begin van plan waren; het wachten was alleen op het goede moment. Desalniettemin was het een tamelijk kinderachtig gebaar, zeker als je kijkt naar de argumenten die ze hanteren voor deze publieke stap. Zo zetten ze vraagtekens bij de representativiteit van Terlouws onderzoek, omdat slechts 150 Nederlanders zijn uitgenodigd voor de focusgroepen. Dat is flauw, want de focusgroepen zijn bedoeld om na te gaan welke argumenten en overwegingen een rol spelen en niet om na te gaan hoeveel of hoe weinig Nederlanders het daarmee eens of oneens zijn.

Verder hebben de maatschappelijke organisaties bezwaren tegen de voorbeelden die Terlouw gebruikt. Daar is inderdaad het nodige tegen in te brengen, al was het maar dat een kwart volstrekt niet realistisch is. Dat wordt er op de bijeenkomsten in het land overigens keurig bij verteld. Opvallend is dat op de website van Greenpeace de voorbeelden, naar eigen zeggen, kritisch onder de loep worden genomen. Die kritiek wijkt echter niet wezenlijk af van de bedenkingen die Terlouw c.s. zelf opperen. Wat dat betreft zijn de maatschappelijke organisaties en de commissie-Terlouw het dus zeer met elkaar eens.

Een ander bezwaar is het gebrek aan openheid van het debat. De focusgroepen vergaderen in besloten kring. Hoezeer ik als journalist voor openheid ben, daar valt best iets voor te zeggen. Het gaat om groepen willekeurige Nederlanders die zich -heel voorzichtig- een oordeel proberen te vormen over toepassing van gentechnologie in de voeding. Hoewel het debat al twintig jaar woedt, is het onderwerp de meeste deelnemers niet of nauwelijks bekend. In zo'n situatie is het terecht dat Terlouw c.s. de deelnemers niet blootstelt aan de demagogie van de actievoerders of het overdreven optimisme van de industrie.

De maatschappelijke organisaties dichten de commissie een opdracht toe die deze vanaf het begin niet heeft gehad, namelijk dat Terlouw zou moeten vaststellen of we als samenleving voor of tegen gentechnologie zijn. Zoiets kun je geen enkele commissie vragen, omdat dat een onzinnige vraag is. Ook de maatschappelijke organisaties zelf zijn niet tegen het gebruik van gentechnologie voor het maken van medicijnen. Zelfs de productie van wasmiddel-enzymen door genetisch gemanipuleerde micro-organismen stuit niet op bezwaren van hun kant.

Gentechnologie als zodanig staat dus niet ter discussie. Het debat gaat vooral over de mogelijkheden van gentechnologie en de eventuele maatschappelijke gevolgen en de gevolgen voor gezondheid en ecologie. Daar kun je heel zinnige discussies over voeren. Bijvoorbeeld over de vraag of en zoja hoe we de controle op voedingsmiddelen moeten verbeteren om onaangename verrassingen als recent met de, overigens biologisch geteelde Sterrenmix-thee uit te sluiten. Of over de vraag hoe groot het risico van het uitkruisen van nieuwe erfelijke eigenschappen is en hoe je dat zou kunnen voorkomen. Of hoe je kunt zorgen dat 'beschermde' kennis van gentechnologie toch ten nutte gemaakt kan worden voor het verbeteren van de wereldvoedselproductie. Daarbij zij aangetekend dat Nederland, zoals Dorette Corbey terecht schrijft (Podium, 27 september), niet op een eiland leeft. De regels van de Europese Unie voor toelating van genetisch gemodificeerde producten gelden ook hier.

Vanwege de flauwe en weinig ter zake doende argumenten, waarmee het vertrouwen in de commissie-Terlouw is opgezegd, rijst het vermoeden dat de maatschappelijke organisaties niet zijn geïnteresseerd in een debat over gentechnologie. In een echt debat gaat het namelijk om beweringen die je kunt toetsen of bijstellen, maar vooral ook beweringen die gestaafd worden door feiten en kloppende redeneringen. Op basis van wat ik tot nu toe heb gezien van de inbreng van maatschappelijke organisaties, voelt in ieder geval een aantal van hen weinig voor een serieus debat over biotechnologie. Ze spelen liever in op gevoelens van angst en bezorgdheid. Daarmee dragen ze echter niet bij aan een zinvolle en democratische besluitvorming over gentechnologie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden