Biomedische wedloop is niet te voorkomen

Sleutelen aan de mens, zoals het geheugen, de concentratie of de slaapbehoefte, is niet tegen te houden, denkt Maartje Schermer. Waar ligt de grens?

Nederland 2035. Een computerprogrammeur solliciteert bij een telecombedrijf. "Hoe staat u tegenover het gebruik van slaapremmers?", wordt hem gevraagd. Hij aarzelt. "Ik heb daar wel moeite mee. Je hoort soms toch wel over bijwerkingen. Is dat een bezwaar? Ik heb van mezelf weinig slaap nodig hoor!" Een dag later hoort hij dat een collega die geen problemen heeft met het gebruik van prestatiebevorderende medicatie, de baan heeft gekregen.

Dit voorbeeld is fictief. 'Slaapremmers' bestaan (nog) niet. Wel worden geneesmiddelen als modafinil en methylphenidaat (Ritalin) door studenten en wetenschappers gebruikt om een jetlag tegen te gaan en om geconcentreerd te kunnen doorwerken. Op dit moment is er nauwelijks bewijs dat deze middelen bij gezonde personen echt prestatieverbeterend werken, terwijl er wel bijwerkingen en andere nadelen zijn. Het is echter niet ondenkbaar dat er in de toekomst effectievere en veiliger middelen ontwikkeld zullen worden. Ook onderzoek op het gebied van elektrische hersenstimulatie en van genetica kan tot nieuwe mogelijkheden voor cognitieverbetering leiden.

Sociale druk

Cognitieverbetering is slechts één voorbeeld van 'sleutelen aan de mens' met biomedische technologie. Cosmetische ingrepen om het uiterlijk te verbeteren en doping voor betere sportprestaties zijn al bestaande praktijken, en de tv-serie 'De volmaakte mens' van Bas Heijne liet recent meerdere voorbeelden van verbetertechnologieën in ontwikkeling zien. Wat betekent het voor ons als individu en voor de samenleving als geheel, wanneer deze trend doorzet? Als ook cognitieve vermogens als concentratie, geheugen, leervermogen en slaapbehoefte gemanipuleerd kunnen worden?

Internationaal discussiëren bio-ethici, wetenschappers en filosofen daarover al geruime tijd. Veelbesproken kwesties zijn de betekenis van 'natuurlijkheid', de verhouding van de mens tot (bio-)technologie, de vraag of prestaties met behulp van een pil wel waardevol en authentiek zijn, of prestatieverbetering geen vals spelen is, en of het niet beter is om beperkingen te accepteren en oplossingen op het sociaal-maatschappelijke vlak te zoeken, in plaats van te gaan sleutelen aan de mens.

Als cognitieverbetering inderdaad effectief en redelijk veilig mogelijk wordt, dan zouden twee maatschappelijke problemen vooral aandacht verdienen: de sociale druk die daarmee gepaard kan gaan, en het risico op versterking van de sociale tweedeling. Beschikbaarheid van dure methoden van cognitieverbetering zou de kloof tussen arm en rijk - en die tussen hoog- en laagopgeleiden - kunnen versterken. Ook mensen die om principiële of gezondheidsredenen de verbetertechnologie niet willen gebruiken, raken op achterstand.

Elites die de nieuwste technologie voor zichzelf of hun kinderen weten te bemachtigen, zullen daarmee hun positie op de arbeidsmarkt verder kunnen versterken. Volgens sommigen is dat geen probleem: nu kan de elite zich immers ook al dure privéscholen en bijlessen veroorloven. Dit argument kan echter ook worden omgekeerd: die huidige trend is vanuit het oogpunt van rechtvaardigheid en gelijke kansen te bekritiseren.

Gratis concentratiepil

Volgens voorstanders van mensverbetering kan deze de verschillen juist verkleinen, en mensen met een achterstand vooruit helpen. Dan zou wel gelijke toegang voor iedereen gerealiseerd moet worden, bijvoorbeeld met subsidies. Zoals schoolboeken nu gratis zijn, zouden concentratiepillen dat ook kunnen worden. Een andere mogelijkheid om te voorkomen dat verschillen groter worden is het inperken van de vrije markt voor cognitieverbetering, bijvoorbeeld door alleen bepaalde (beroeps)groepen een vergunning te geven.

Een totaalverbod lijkt in een geglobaliseerde wereld echter onhaalbaar. Onderzoek tegenhouden is niet wenselijk en niet mogelijk, aangezien verbetermiddelen vaak gerelateerd zullen zijn aan onderzoek naar ziekten als alzheimer, of genetische aandoeningen. En ook al zou Nederland, of Europa, onderzoek naar of toegang tot cognitieverbeteraars verbieden, dan zouden andere landen er gewoon mee doorgaan.

In China, toch al wat gewend op het gebied van bevolkingspolitiek, zijn er wellicht minder scrupules ten aanzien van ingrijpen in de menselijke natuur dan in Europa. Onderzoek naar genetische manipulatie en genetica van intelligentie vindt ook daar plaats. De mentale wapenwedloop die biotechnologische cognitieverbetering zou kunnen ontketenen, zal zich niet houden aan nationale grenzen.

Dat betekent wel dat de druk om deze middelen in te zetten hoger zal worden. Voor overheden om het opleidingsniveau en de productiviteit van de (beroeps)bevolking te verhogen, en voor individuen om mee te blijven doen op de arbeidsmarkt. Het idee dat het individu maakbaar - verbeterbaar - is, in tegenstelling tot de maatschappij, lijkt alom geaccepteerd. Zo ook het idee dat beter vooral méér betekent, en dat economische groei gelijkstaat aan vooruitgang. Cognitieverbetering sluit naadloos bij deze ideologie aan.

De mogelijkheden om je hieraan als individu te onttrekken worden ondertussen kleiner en de bandbreedte van wat als 'normaal' functioneren geldt, steeds smaller.

De biomedische technologie om cognitie te verbeteren is er nog niet, maar we moeten nu al nadenken over de maatschappelijke ideologische en institutionele infrastructuur waarin deze straks ingebed zal worden.

Dit is het tweede deel van de serie 'Later in Nederland'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden