Bioloog Tom van 't Hof maakt zich sterk voor Antilliaans paradijs boven en onder water

De vijf Antilliaanse eilanden met hun heldere water en fraaie koraalriffen zijn een paradijs voor duikers en snorkelaars. Kleurrijke vissen zwemmen tussen de onderwaterflora en wie geluk heeft, komt een zeeschildpad tegen. Maar een teveel aan onderwatertoeristen is op den duur funest voor het rif. Daarom vecht Tom van 't Hof (51) al jaren voor bescherming van de Antilliaanse wateren. Een onderscheiding is zijn beloning. Vandaag benoemt prins Bernhard hem tot officier in de Orde van de gouden ark.

JEANNETTE VAN DITZHUIJZEN

Bonaire was het eerste Antilliaanse eiland dat inzag dat er regels moesten worden opgesteld voor het rif. In 1979 vroeg het eiland de bioloog Van 't Hof voor de voorbereiding van een onderwaterpark. Hij had al zes jaar een oceanografisch onderzoeksprogramma op Curaçao gecoördineerd en was dus geen onbekende in de regio. “Bonaire was altijd al mijn favoriete duikeiland, dus ik hoefde niet lang over het verzoek na te denken”, zegt hij kort voor vertrek naar Nederland op de porch van zijn Sabaanse cottage. “Later ben ik parkmanager geworden met een lokale collega. Het vervelende is, dat we er toen niet in zijn geslaagd een duurzame financiële basis te creëren. Het eilandbestuur heeft geen beslissing willen nemen over een duikersheffing en het gevolg was dat het park rond 1986 blut was. Dus was er geen controle meer op bij voorbeeld het speervissen en werd er niet gepatrouilleerd. Pas in 1991 werd het eiland wakker en kon ik terugkomen om de boel opnieuw op poten te zetten. In 1991 kreeg het Bonaireaanse park bescherming en werd de heffing geregeld. Nu levert het onderwaterpark 200 000 dollar per jaar op!”

In de tussentijd had Van 't Hof ook op Curaçao een onderwaterpark opgezet. Daar werd veel aandacht besteed aan publiciteit en educatie, maar het eiland heeft tot op de dag van vandaag de voorgestelde beschermende wetgeving niet aangenomen. Een gemiste kans, vindt Van 't Hof. “Ja, want nu kan er niet effectief worden gecontroleerd op het speervissen en zijn er veel te weinig financiële middelen.”

Op Saba had Van 't Hof meer succes. Daar zag het eiland heel goed in, dat duiktoerisme een aardige bron van inkomsten zou kunnen zijn, maar het wilde wel een verantwoord beheer van de wateren. Van 't Hof: “Ik kende Saba alleen van vakantie en vond het een ontzettend leuk eiland. Hoewel het anderhalf jaar duurde voor de financiën rond waren, slaagde het eiland erin om in 1987 binnen drie maanden de noodzakelijke wetgeving aan te nemen. Het Sabaanse bestuur verdient daarvoor een enorme pluim.”

Het kleinste en groenste eiland van de Nederlandse Antillen beviel de bioloog en zijn vrouw zo goed, dat ze er zijn blijven hangen. Hij is een eigen adviesbureau begonnen, zijn vrouw gaf haar onderwijsbaan op om zich volledig aan de schilderkunst te wijden. “De onderwaterparken waren een ontzettend waardevolle ervaring voor mij. Ik was telkens betrokken bij het hele traject, van voorbereiding tot uitvoering, en daarbij ben ik ook nog parkbeheerder geweest. Mijn advieswerk nu is veel beperkter, in die zin dat ik alleen iets ontwerp of uitsluitend met de uitvoering bezig ben. Ik doe nooit meer dat hele traject.”

“Mijn natuurbeschermingswerk heeft voornamelijk betrekking op de onderwaterparken”, zegt hij bescheiden. Dat hij zich eveneens opwerpt als actief beschermer van de bovenwaternatuur van Saba en de andere eilanden, blijkt wel uit zijn voorzitterschap van de Saba Conservation Foundation. De stichting zet zich in voor kleinschalige ontwikkeling van het eiland, dat maar al te gemakkelijk door toeristische ontwikkeling onder de voet kan worden gelopen. En dat zou afbreuk doen aan het unieke karakter van Saba, dat eigenlijk uit een 870,4 meter hoge berg bestaat die steil uit zee oprijst. Daarmee is het eiland meteen het hoogste punt van het Koninkrijk der Nederlanden. Temidden van de groene bergruggen liggen vier dorpjes die uit witte cottages met groene luiken en rode daken bestaan. Een idyllisch plaatje, dat niet door grootschalige toeristenresorts verknald mag worden, vinden de Sabanen.

Van 't Hof: “Saba is het enige eiland van de Antillen dat tropisch regenwoud heeft. En op de top van de berg, Mount Scenery, hebben we een heel bijzonder stuk nevelwoud. De bergmahonie is er dominant en dat is in geen enkel ander nevelwoud in het Caribisch gebied het geval. Daarmee is de samenstelling van ons bos uniek. Ook de hoogte verschilt. Normaal zijn de bomen in een nevelwoud niet hoger dan een meter of zes, op Saba gaat het tot vijftien meter. Verder is het bos bijzonder, omdat het zo klein is. Dat maakt het ook kwetsbaar en daarom moeten we er zuinig op zijn. Gelukkig stond de bevolking achter ons, toen wij een paar jaar geleden actie ondernamen tegen de plaatsing van antennetorens op de bergtop. Dat is gelukkig niet doorgegaan.”

Het idee om van Saba één groot natuurpark te maken, heeft de Saba Conservation Foundation even laten varen. Na het succes van het onderwaterpark, ook voor de economie van het eiland, wil de stichting de maagdelijke top van Saba zo snel mogelijk onder haar beheer krijgen. Via een paar uitgezette paden zou zij de toerist dan kennis willen laten maken met het bijzondere bos. Door de rest voor het publiek af te sluiten, wil de stichting voorkomen dat dit stuk natuur teveel wordt belast. Voor de natuurtoerist die niet van klimmen houdt heeft de stichting al enkele wandelroutes op het eiland uitgezet.

Volgens de bioloog hebben ook de andere eilanden natuurgebieden die beschermd moeten worden. “Op Sint Eustatius gaat het om de top van de berg de Quill en om de noordelijke heuvels. Verder leeft daar een voor de Antillen unieke leguanensoort, die ernstig wordt bedreigd. De officiële naam is iguana delicatissima, en met zo'n naam vraag je natuurlijk wel om problemen.”

“Dan heb je nog het eilandje Klein Bonaire. Zeeschildpadden leggen daar hun eieren en het heeft een prachtig rif. Dat is in particuliere handen. Hetzelfde geldt voor Oostpunt, een volkomen ongerept gebied dat tien procent van Curaçao beslaat. Dat dreigt nu ontwikkeld te worden.”

Behalve de twee onderwaterparken van Saba en Bonaire heeft geen enkel natuurgebied, zelfs geen enkel natuurpark, wettelijke bescherming, vertelt Van 't Hof. “We wachten al heel lang op de landsverordening Grondslagen Natuurbeheer. Pas als die erdoor is en ook de eilanden voor wetgeving hebben gezorgd, kunnen gebieden worden aangewezen die voor bescherming in aanmerking komen. Tot die tijd zullen de milieubewegingen op de vijf eilanden alert moeten zijn. Maar daarna ook, natuurlijk.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden