Biologisch snacken

Op de vakbeurs Horecava smult Thijssen van duurzame bitterballen, bamiblokken en fritessaus.

Duurzaam is goed, duurzaam is hip. Zelfs de maatschappelijk toch wat conservatieve horeca doet er nu aan. De organisatie van de grootste Nederlandse vakbeurs voor horeca, de Horecava, meldt dat er ’opvallend veel duurzaamheid’ is op de beurs. Dat klinkt goed. Toevallig was die beurs afgelopen week net aan de gang, in de Rai in Amsterdam. Dus ging ik eens kijken of het ook echt zo is.

Lopen over de Horecava is een ontdekkingsreis in eten. Bij de buitengewoon lekkere minitomaatjes linksaf, langs de heerlijke buitenlandse worsten en voorbij de smakelijke lachmacouns van Mekka-food, naar een pleintje met stoelen en een podium. Daar lanceert Jan van der Gronden, directeur van het Wereldnatuurfonds Nederland, de campagne ’Duurzame vis op de kaart’. Ook de horeca moet aan de goede vis. Van der Gronden heeft alvast een groot voorbeeld: pizzabezorger New York Pizza zal voortaan MSC-vis leggen op zijn pizza’s. Een grote speler, zegt de spreker. Hij is duidelijk blij en trots. Nu de rest nog.

Verder gaat de tocht. Even snuffelen bij Weiderijck, een snackbakker die biologische waren maakt. Daar staat een stevig gebouwde man met Weidereijck-folders. Ben ik hier aan het goede adres voor biologische snacks? De stevige man knikt. Kan ik ze proeven? Hij knikt weer en serveert in luttele minuten een bitterbal en een bamiblok. Normaal ben ik niet dol op bamiblokken, maar deze is heerlijk: knapperig, rul op de tong en vooral van smaak geweldig.

„Ik vind het moeilijk”, zegt de forse man, die Piet Laan heet, „om biologische dingen goed te laten smaken.” Hij is de directeur van Weiderijck. Bedenkt die nog alles zelf? Laan knikt bevestigend. Nou, met die bitterbal is het ook wonderwel gelukt: stevig, geurig, domweg lekker. Wat is daar dan moeilijk aan?

„Er mag van alles niet in”, zegt Laan. Hij bedoelt: smaakstoffen. Nou, als de resultaten zonder zó lekker zijn, dan moeten we die misschien maar gewoon verbieden. Dan smaakt alles lekker.

Hij grimast en wijst me de weg naar nog een stand met een biologische nouveauté: Remia-frietsauzen. Deze mayonaisegigant heeft het licht gezien en maakt nu sauzen die officieel aan het eko-keurmerk voldoen. Dat valt nog niet mee, verzuchten ze bij de stand. Er mogen geen smaakmakers in en geen conserveermiddelen. Dat betekent, dat er dure olie in moet, die minder snel bederft, en duur is nooit goed in de frietkramenmarkt.

„Dit verkopen we vooral aan cateraars”, legt iemand van Remia uit. „Die moeten van de overheid dertig procent biologische producten gebruiken. Daar past dit mooi in.” De friettent op de hoek, zo geeft hij toe, staat minder te springen.

Dat is dan mooi stom van die friettent, want die sauzen van Remia smaken tenminste ergens naar. Krachtig in de neus, vol op de tong, romig en sappig tegelijk.

Vlakbij Remia staat Vion. Die verkoopt de bal waar collega Kees de Vré in deze krant al over schreef. Hoe zou die smaken? De ballen zijn gemaakt met twintig procent Meatless, een eiwit op lupinebasis, dat drie jaar geleden nog een onaangename aanslag veroorzaakte op het glazuur van de tanden.

Heeft Vion wat gevonden op dat probleem? Al snel verschijnt een jongedame met ballen in sap – gesudderd, niet gebakken. Ze zijn mooi rond, lekker rul, sappig en de smaak is ook goed. En toch, en toch... ik bespeur iets van de stroefheid die Meatless indertijd ook veroorzaakte.

Gelukkig hebben we die bami-blokken nog en die heerlijke mayonaise. Misschien kan de Horecava volgend jaar de smaak- en conserveermiddelen laten verbieden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden