Biologisch helemaal niet zo logisch

Voor biologische landbouw is kunstmest een taboe, omdat het de interactie tussen bodem en plant verstoort. Maar zonder kunstmest zou er geen eten zijn voor bijna de helft van de huidige wereldbevolking. Het is beter de gangbare landbouw te intensiveren.

Het ministerie van landbouw heeft samen met boeren, fabrikanten en winkeliers een mediacampagne op poten gezet om de verkoop van biologisch geteelde producten te bevorderen. Doel is om het aandeel biologische producten in het winkelwagentje op te krikken van 2 procent nu tot 5 procent in 2004. De mediacampagne, met als motto 'Biologisch eigenlijk heel logisch' kost negen miljoen euro, waarvan de helft wordt betaald door het ministerie.

Is het wel zo logisch dat de overheid meebetaalt aan een campagne voor biologische landbouw? Want biologisch is helemaal niet zo logisch, noch uit oogpunt van gezondheid, noch uit oogpunt van milieu. Er is geen enkel onderzoek waaruit blijkt dat mensen die biologische producten eten langer leven of minder ziek zijn dan mensen die 'gangbare' producten eten. Het is ook niet logisch, want biologische producten bevatten dezelfde bestanddelen als gangbare producten. Het enige verschil is misschien dat er zich op of in gangbare producten resten bestrijdingsmiddelen kunnen bevinden. De toegestane hoeveelheden residu zijn zo gering, dat ze in het niet vallen bij het gif dat de planten zelf aanmaken.

Gezondheid moeten we breder zien dan de afwezigheid van ziekten. In dat verband schermt de biologische landbouw graag met het begrip vitaliteit of levenskracht. De viz vitalis zou bij biologisch geteelde producten een stuk hoger zijn dan bij gewone landbouwproducten. Die levenskracht is overdraagbaar, dus door biologische producten te eten zou je je eigen levenskracht vergroten en lichamelijk en geestelijk gezonder in het leven staan.

Vitaliteit van planten, dieren en producten wordt onder meer vastgesteld door te pendelen en het analyseren van kristallen van plantensap, niet direct methoden die wetenschappelijk geaccepteerd zijn. Dat mag allemaal best natuurlijk, maar met een onbestemd begrip als vitaliteit en de methoden om deze vast te stellen, lijkt biologische landbouw toch eerder thuis te horen in de hoek van het geloof dan in die van de ratio.

Een tweede argument is dat biologische landbouw duurzamer is dan gangbare landbouw. Ook daar valt het een en ander op af te dingen. Ik wil er een ding uit lichten, het gebruik van stikstofhoudende kunstmest. Voor biologische landbouw is kunstmest een taboe, omdat het de interactie tussen bodemleven en plant verstoort. Je kunt je echter afvragen of dat een houdbare opstelling is in een wereld waarin bijna drie miljard mensen nog regelmatig met een hongergevoel naar bed gaan.

De Canadese agronoom Vaclav Smil rekent in zijn recent verschenen boek 'Enriching the Earth' (2001) voor dat de helft van alle stikstof die is vastgelegd in biomassa (inclusief ons eigen lichaam) afkomstig is van de industriële omzetting van stikstof uit de lucht in ammoniak en vervolgens kunstmest, waarvoor ook een deel van ons aardgas wordt gebruikt. Zonder die industriële stikstof zou je met het huidige landbouwareaal ruim drie miljard mensen kunnen voeden met een karig, voornamelijk vegetarisch dieet.

Anders gezegd, zonder kunstmest zou er geen eten zijn voor bijna de helft van de huidige wereldbevolking. Dierlijke mest is op wereldschaal geen alternatief. Om alle industriële stikstof te vervangen moet de veestapel verzesvoudigen. Alleen al het areaal om die dieren te voeden zou een veelvoud zijn van het huidige landbouwareaal. Om nog maar niet te spreken van de schade in de vorm van vraat en erosie.

Vanuit de biologische landbouw wordt biologische stikstofbinding aangeprezen als alternatief om de bodemvruchtbaarheid op peil te houden. Bij biologische stikstofbinding leggen bacteriën, al dan niet in samenwerking met bepaalde planten (vlinderbloemigen, zoals erwt en lupine) stikstof uit de lucht vast. Om in een land of regio dezelfde opbrengsten als met kunstmest zou je echter anderhalf tot twee keer meer grond nodig hebben. Voor Nederland betekent dat inpolderen en het ontginnen van onze nieuwe 'woeste gronden', de natuurgebieden.

Op wereldschaal leidt uitbreiding van het landbouwareaal tot nog snellere ontbossing en tot het in gebruik nemen van marginale gronden, berghellingen bijvoorbeeld, die extra gevoelig zijn voor erosie. In plaats van een vruchtbare bodem heb je dan helemaal geen bodem meer. Dan heb je toch meer aan het ontwikkelen van technieken om de gangbare landbouw te intensiveren (meer opbrengsten per hectare, per druppel water en per kilo kunstmest), en tegelijkertijd de milieu-invloeden verder te verminderen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden