Biologisch-dynamisch laboratorium

antroposofie | De biologisch-dynamische landbouw viert de veertigste verjaardag van zijn wetenschappelijke 'brein': het Louis Bolk Instituut in Driebergen. Maar is er wel reden voor feest?

Het is bibberen in de maalderij van de Zonnehoeve in Zeewolde. Maar het weerzien lijkt warm. In de tot congreszaal omgevormde boerenschuur lachen mensen elkaar toe, er wordt joviaal op schouders geklopt. Hier, op het jaarcongres van stichting Demeter, is de fine fleur van de biologisch-dynamische sector bijeen: boeren en tuinders, winkeliers, onderzoekers en bestuurders.

Voorzitter Bert van Ruitenbeek van Demeter (dat het keurmerk voor biodynamische producten beheert) heet de aanwezigen welkom met goed nieuws. Hij toont een grafiek met een stijgende lijn: er zijn afgelopen jaar weer nieuwe biologisch-dynamische bedrijven bijgekomen. Net als het jaar daarvoor en het jaar daarvoor. De zaal wentelt zich in tevredenheid. En dan noemt Van Ruitenbeek nog niet eens dat het 'wetenschappelijke brein' van de biosector, het Louis Bolk Instituut in Driebergen, deze week veertig jaar bestaat. Ook dat wordt vandaag feestelijk gevierd met een congres.

Maar heeft de biosector wel zoveel reden om blij te zijn? En wat heeft het Louis Bolk Instituut daaraan dan precies bijgedragen?

Bert van Ruitenbeek, een spilfiguur in de 'bd'-branche, zegt desgevraagd te moeten bekennen niet precies te weten wie veertig jaar geleden het Bolk Instituut oprichtte. "Ik ben de afgelopen jaren meerdere mensen tegengekomen die zichzelf die eer gaven."

Demeter (van het keurmerk) en Bolk (van de kennis en het onderzoek) komen elkaar tegen, zegt Van Ruitenbeek, als een boer te kennen geeft dat hij wil overstappen van een 'gewone' biologische productie naar een biologisch-dynamische. Dat betekent dat hij voortaan behalve de wettelijke regels voor 'biologisch' ook de normen van Demeter hanteert. Die gaan terug op de antroposofie, de leer van de Oostenrijkse filosoof Rudolf Steiner (1861-1925). Landbouw volgens zijn leer streeft naar een 'harmonieuze verbinding' tussen mens, bodem, plant en dier.

In de praktijk betekent dit op de boerderij: maximaal 1,17 dieren per hectare grond, koeien die minstens 180 dagen per jaar naar buiten gaan en niet van hun hoorns worden ontdaan. Die hoorns, veronderstelt de antroposofie, verzamelen astrale en etherische krachten vanuit de kosmos, die een gunstige invloed zouden hebben op de gezondheid van het dier en de kwaliteit van de melk. Om die werkwijze in te voeren en het Demeter-keur te verkrijgen, kan het Louis Bolk Instituut de boer kennis en kunde aanreiken.

Na enig nadenken komt Van Ruitenbeek met een naam: Peter Brul, zegt hij, is een van de mannen van het eerste uur van het Louis Bolk Instituut.

Dat klopt, zegt Brul zelf. Hij was in de jaren zeventig biologisch-dynamisch boer in Oost-Groningen en deed indertijd een stage in Darmstadt bij het Duitse instituut voor biologisch-dynamisch onderzoek, dat sinds 1950 bestaat. Daar ontmoette hij twee Nederlandse geestverwanten. Samen smeedden ze het plan om ook in Nederland systematisch onderzoek te doen naar 'bd-landbouw'. Het leek alleen maar logisch om dat te doen onder de vleugels van het Louis Bolk Instituut, dat toen twee jaar bestond. Je kunt hem beschouwen, zegt Brul, als een van de grondleggers van het landbouwkundig onderzoek aan 'het Bolk'. Maar het instituut werd opgericht door twee anderen: Ferdie Amons en Jan Diek van Mansvelt.

Amons en Van Mansvelt werkten als bioloog aan de Universiteit van Amsterdam. Zij deden er onderzoek naar homeopathie - en concludeerden dat die werkt: uit proeven en herhalingen bleek dat de werking van de stof Kwik(II)chloride niet ophield, hoezeer ze de stof ook verdunden. "Niemand kon iets inbrengen tegen onze onderzoeksmethode", vertelt Van Mansvelt (73). "Maar de universiteit had bij voorbaat besloten dat homeopathie niet werkt. Amons en ik vonden juist dat een universiteit er is om grensverleggend onderzoek te doen." Toen voor het gewenste onderzoek geen ruimte was, besloten Amons en Van Mansvelt voor zichzelf te beginnen, vanuit hun antroposofische visie, in een barak in de bossen bij Zeist - het 'Jeruzalem' van antroposofisch Nederland.

Het eerste onderzoek richtte zich op homeopathische geneeswijzen. Zo ontwikkelde Amons de 'beeldvormende methode' van bloedkristallisatie: als je kijkt naar de manier waarop koperzout kristallen vormt onder invloed van een druppel van iemands bloed, zou je daaruit volgens antroposofen iets kunnen afleiden over de aanwezigheid van ziekten. "Wij gaven andere benaderingen een kans", legt Jan Diek van Mansvelt uit.

De suggestie van Peter Brul om aan het instituut ook landbouwkundig onderzoek te gaan doen, was zeer welkom. Want sinds de Landbouwcursus, een reeks voordrachten van Steiner uit 1924, neemt landbouw een belangrijke plaats in in de antroposofie. Waar het homeopathisch onderzoek van het Louis Bolk Instituut stuitte op weerstand uit de reguliere geneeskunde, moesten de landbouwkundigen opboksen tegen de landbouwuniversiteit in Wageningen.

Holistisch onderzoek

"De overgrote meerderheid daar moest niets van biologisch-dynamisch hebben", zegt Peter Brul. "Die houding bepaalde de sfeer. Kijk, Wageningen was en is een technocratisch instituut, dat technische oplossingen voor problemen zoekt. Dat rijmt slecht met een alternatieve landbouwpraktijk en een holistische onderzoekshouding, waarbij je niet alleen inzoomt maar ook uitzoomt. Wij kijken niet naar één chemisch stofje in de bodem, maar naar wat dat stofje betekent voor de bodem als geheel."

Het was ook de tijd, de jaren zeventig, dat er een eerste golf van interesse in natuur en milieu en een andere aanpak van landbouw opkwam. Overheid en consumenten toonden voorzichtig belangstelling in biologisch. Dat werd in Wageningen ook opgemerkt en Jan Diek van Mansvelt kon vanaf 1981 als bijzonder hoogleraar 'alternatieve methoden in de land- en tuinbouw' gaan doceren aan de landbouwuniversiteit. Hij hield dat twintig jaar vol, maar ervoer naar eigen zeggen 'een geloofsstrijd'. "De ecologische oecumene was ver weg. Onderzoekers waren afgericht op verkokering. Ze deden soms briljant onderzoek, maar altijd op een deelgebiedje. Mijn brede benadering vonden ze storend. Wie niet dacht zoals zij, hoorde er niet bij. In reguliere tijdschriften kon ik niet publiceren." Kees Brul ziet dat zo: "Jan Diek is in Wageningen weggepest."

Toch zijn Wageningen en Driebergen gaandeweg dichter bij elkaar gekomen. Al kwam dat meer door geld dan door idealen. Er zijn simpelweg te weinig biologisch-dynamische opdrachtgevers om een onderzoeksinstituut van te laten bestaan. Bovendien kreeg de 'gewone' biologische sector een flinke impuls door een motie uit 1999 van PvdA-Kamerlid (en bioboer) Harm Evert Waalkens. Die bepaalde dat tien procent van het landbouwonderzoeksbudget van de overheid naar biologische landbouw moest. Het Louis Bolk Instituut en de Wageningen Universiteit wisten waar voortaan het geld te verdienen viel.

Dat daarvoor het antroposofische karakter van het Bolk wat moest worden losgelaten, namen ze in Driebergen voor lief. "We zijn niet meer zo ideologisch", relativeert Van Mansvelt. Brul: "Het zou niet mijn keuze zijn geweest. Maar voor het instituut was het financieel waarschijnlijk noodzakelijk."

Bovendien, zegt Brul, kon het Bolk zo proberen om voorzichtig iets van Steiners idealen te introduceren in de gangbare en biologische landbouw. "Er is een bredere blik gekomen bij onderzoekers. Holisme is geen vies woord meer." Meer aandacht voor bodemvruchtbaarheid zonder gebruik van kunstmest zou een van de verdiensten zijn van veertig jaar Louis Bolk Instituut, dat tegenwoordig zegt te streven naar 'echt duurzame landbouw'.

Toch lijkt dat ideaal nog ver weg. Nederlandse koeien komen minder buiten dan ooit, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek. De landbouw wordt alleen maar intensiever, weet het Landbouw Economisch Instituut: het aantal dieren per bedrijf is in vijftig jaar verviervoudigd, de melkgift per koe is drie keer zo hoog geworden. Met de biodiversiteit op agrarische percelen is het droevig gesteld. Van alle boerenbedrijven produceert 2,5 procent op biologische wijze. Van de uitgaven aan voeding in Nederland gaat minder dan vijf procent naar biologische producten.

Vooruit, zegt Jan Diek van Mansvelt, in Europa blijft Nederland nogal achter met biologisch. "Maar de vooruitzichten blijven steeds beter worden, met steeds meer jonge bewuste consumenten. Het duurzaamheidsbewustzijn groeit. Zo zie ik het doel van het Louis Bolk Instituut mooi dichterbij komen."

Peter Brul: "De biologisch-dynamische boeren zijn inderdaad heel klein in aantal gebleven. Maar ze zijn er nog wel. En het zijn ook vaak kleurrijke, veelzijdige en inspirerende bedrijven, die daarmee ook voortdurend het signaal afgeven dat je als ondernemer voor een heel andere aanpak kunt kiezen, met maatschappelijk gezien heel andere uitkomsten."

Op het congres van Demeter in Zeewolde warmt de zaal langzaam op. Bert van Ruitenbeek wijst nog eens op de stijgende grafiek. "Het gaat ons niet primair om groei", zegt hij. "Maar als je als biologisch-dynamisch bedrijf goed ontwikkelt, zal groei het resultaat zijn."

Wie was Louis Bolk?

Jan Diek van Mansvelt en Ferdie Amons noemden hun nieuw opgerichte instituut voor fenomenologisch onderzoek naar Lodewijk (Louis) Bolk (1866-1930), hoogleraar in de anatomie aan de Universiteit van Amsterdam. Als anatoom hield Bolk zich ook bezig met de fysische antropologie. Hij was een aanhanger van eugenetica en vond dat fysieke en geestelijke eigenschappen van mensen onlosmakelijk met elkaar verbonden waren. Deze ideeën bestempelen we tegenwoordig als racistisch. Van Mansvelt: "Wij hebben daar nooit over gediscussieerd. Als je zo begint, kun je ook mensen belachelijk maken die in hun tijd geloofden dat de aarde plat was." Schedels meten, mensen indelen en classificeren - dat is hoe de fysische antropologie een eeuw geleden te werk ging, zegt Laurens de Rooy. Als medisch historicus promoveerde hij in 2009 op Bolk. "De Tweede Wereldoorlog heeft geleerd waar deze raciale ideeën toe kunnen leiden. Maar Bolk stierf in 1930. We weten niet hoe het was gegaan als hij nog vijftien jaar had geleefd."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden