Biologisch, dierenwelzijn, fairtrade, milieukeur - de consument weet niet waar hij op moet letten

Biologisch vlees bij een Plus-supermarkt Beeld ANP
Biologisch vlees bij een Plus-supermarktBeeld ANP

Het stellige pleidooi voor een intensieve veeteelt, zoals Wageningenbaas Aalt Dijkhuizen maandag in deze krant hield, is ontvangen met juichkreten en boegeroep. Veel boeren ervaren eindelijk een blijk van waardering voor de werkwijze die nu al een decennium in een kwaad daglicht wordt gezet.

Wetenschappers, ook Wageningers, voelen zich anderzijds niet gezien door Dijkhuizens keuze. Zij vinden die eenzijdig. Dijkhuizen zou als boegbeeld van het wetenschapsbolwerk Wageningen duizend bloemen moeten laten bloeien. Er is nooit één oplossing van een probleem, zo stellen zij, zeker niet in de complexe wereld van de landbouw en de voeding.

De consument lijkt de grote verliezer van dit al jaren voortgaande debat over duurzaam, biologisch, efficiënt en innovatief. Hij wil best goed doen - voor zijn eigen gezondheid, maar ook steeds meer voor de wereld om hem heen. Het wordt echter met de dag onduidelijker waar hij dan op moet letten als hij met de kar langs de schappen loopt. Biologisch? Twee sterren (dierenwelzijn)? Fairtrade? Milieukeur? Wat zijn de criteria? Soms staan die haaks op elkaar. Het is voor de simpele huisman/vrouw allemaal door elkaar gaan lopen.

Decennialang is de consument voorgehouden dat biologisch toch echt beter is. Eerst is gewezen op zijn eigen gezondheid. Het rustig en natuurlijk laten groeien van plant en dier, waarbij chemische middelen en antibiotica worden vermeden, draagt daaraan bij. Bovendien is de biologische invalshoek goed voor de dieren. Die hebben immers een beter leven. Later, toen duidelijk werd dat de aarde snel opwarmt en dat het voor een fors deel - 30 procent - komt door de landbouw- en voedingssector, is biologisch tevens een rol gaan spelen in het debat over duurzaamheid. Voor de gezondheid van de planeet is biologisch dus ook een logische keuze, zo luidt de mare.

Uit onderzoeken is echter nog steeds niet gebleken dat biologische producten gezonder zijn dan die uit de gangbare landbouw. Daarnaast wordt steeds duidelijker dat producten van de intensieve veeteelt duurzamer zijn dan die uit meer extensieve teelt, ook de biologische.

Op die laatste constatering doelt Dijkhuizen met name in zijn pleidooi. Per kilogram product is de milieuschade aan lucht, water en land een stuk minder en is de uitstoot van broeikasgassen lager. Daar sta je dan met je boodschappentas voor het vleesschap.

Minder aandacht heeft Dijkhuizen daarentegen voor dierenwelzijn en dat is nou wel precies waar de Nederlandse consument het meest voor valt. Dat is niet voor niets. Nederland kent de hoogste veedichtheid ter wereld. De excessen die daaruit voortkomen - grijpers met gedode dieren staan nog vers in het geheugen - maken de consument gevoelig voor dierenleed. De acties van Wakker Dier tegen de plofkip laten dat mooi zien. In amper een paar maanden bereikt Wakker Dier een resultaat waar anders jaren over gesteggeld zou worden.

Dat die plofkip wel milieuvriendelijk is, zoals een recent proefschrift heeft becijferd, lijkt geen invloed te hebben op de houding van de consument. Voor hem is de plofkip het zinnebeeld van een op hol geslagen sector die aangemoedigd door de overheid vooral veel produceerde tegen de laagste prijs. De weerstand ertegen is volop aanwezig. De alternatieve voedselketens - eerst biologisch, nu ook streekproducten en stadslandbouw - zijn dan wel minder duurzaam, ze staan voor een mentaliteit die steeds meer consumenten aanspreekt. Geen anonieme massaproducten waarvan de herkomst onduidelijk is, maar (her)kenbare mensen die smakelijke producten maken. Vertrouwen is een woord dat in dit verband veel valt, vertrouwen dat de plofkipindustrie in ieder geval niet heeft.

Grofweg gaat het om een uitruil van dierenwelzijn en duurzaamheid. Zo lang niet vaststaat wat elk product voor ecologische voetafdruk heeft en hoe hoog het scoort op dierenwelzijn, zal de consument op zijn gevoel afgaan. Het bedrijfsleven en de wetenschap zijn bezig met wat wordt genoemd Life Cycle Analysis (LCA). Deze LCA's brengen voor elk product in kaart wat de schade is. Tot die tijd zal het hart van de consument het winnen van de ratio van de wetenschapper.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden