BIOLOGIE

Vierhonderd waren het er nog in 1988. Zeventienhonderd vorig jaar. En de groei gaat verder. Het gaat goed met de zeehonden in de Nederlandse Waddenzee - en daarbuiten. Zo goed, dat de biologen die de dieren in de gaten houden de hernieuwde conflicten al voor zich zien. Met de visserij, en met de recreatie. Het terugzetten van de drie grijze zeehonden is gefilmd en wordt vrijdag uitgezonden: in het programma Dierenmanieren, 19.28 uur, Nederland 2.

Ze werden begin dit jaar gevonden, deze drie 'huilers' - naar het geluid dat de dieren maken. En naar EcoMare, het opvangcentrum op Texel, gebracht. Drie mannetjes. Remco werd aangetroffen bij Den Helder, Kim zat helemaal onder de olie en lag bij Camperduin (Noord-Holland) op het strand en voor Minne - de naam krijgen de dieren doorgaans van de vinder - hoefden de medewerkers van EcoMare niet ver te reizen: hij komt van het strand van Texel zelf.

Remco, Kim en Minne zijn grijze zeehonden. Bij binnenkomst waren ze ruim een maand oud. Zo gaat dat meestal: vrouwtjes van deze soort baren hun jongen op het droge. Drie tot vier weken worden ze gezoogd, daarna gaat moeder weg; de dieren moeten het verder zelf uitzoeken. De jongen blijven meestal nog een tijdje liggen voor ze het water in gaan, op zoek naar vis.

Dat kán fout gaan: of de dieren kiezen de verkeerde richting en vinden niks, waardoor ze snel vermageren. Of ze zijn bij aanvang al te zwak om met succes te jagen. Te zwak wil zeggen: te licht. Een jonge zeehond die zonder moeder verder moet, weegt normaal gesproken een kilo of veertig. Vijfentwintig kilo komt echter ook voor, en dat is een slechte start.

Zulke zeehonden komen om of ze spoelen ergens aan en worden door voorbijgangers gevonden, vertelt Henk Brugge, hoofd dierverzorging van EcoMare. Voordat het zover is, leggen ze enorme afstanden af. Brugge vermoedt dat de drie zeehonden die maandag naar de Richel gingen bij de Farne-eilanden, voor de kust van Noord-Engeland, werden geboren. Grijze zeehonden komen daar massaal voor. Rond Groot-Brittannië en Ierland leven naar schatting zo'n honderdduizend dieren. In de 'internationale Waddenzee', die zich uitstrekt langs de noordkust van Nederland, Duitsland en de zuidwestkust van Denemarken, is maar één kolonie bekend: 275 dieren bij de Richel.

Grijze zeehonden baren in december of januari. De groep bij de Richel wordt voortdurend geobserveerd. Remco, Kim en Minne waren net te oud om daar te zijn geboren.

Brugge heeft er maandag geen traan om gelaten. Hij heeft het al zo vaak meegemaakt. Vorig jaar begeleidde hij de tweehonderdste zeehond vanuit Ecomare terug naar zee. Waarmee zijn centrum een belangrijke bijdrage aan het herstel van de zeehondenpopulatie in de Waddenzee heeft geleverd.

Herstel, want het gaat goed met de zeehond. Met de grijze zeehond en met de gewone. Grijze zeehonden ontlenen hun naam aan de vuilgrijze, 'langharige' vacht van de jongen. Die beschermt tegen de winterkou. Hij wordt snel vervangen door een gladdere versie: zo gauw de dieren het water opzoeken is al te veel haar een last. Gewone zeehonden komen in de maanden juni en juli ter wereld en hebben daardoor vanaf het begin aan korte haren genoeg.

In 1995 werden in de Waddenzee zo'n 1 700 dieren geteld: de 275 grijze zeehonden bij de Richel en 1 410 gewone. In de gehele internationale Waddenzee zouden zich inmiddels al weer zo'n 10 000 gewone zeehonden bevinden.

En de populatie groeit. Het afgelopen jaar werden bijna 1 900 jonge gewone zeehonden geteld. Niet alle dieren halen het - zo'n veertig procent sterft in het eerste jaar. Maar als dit zo doorgaat, zal de huidige populatie met een jaar of vijf zijn verdubbeld, verwacht Peter Reijnders van het Instituut voor bos- en natuuronderzoek (IBN-DLO) op Texel. Twintigduizend zeehonden in het begin van de volgende eeuw: dan komen we volgens Reijnders weer in de buurt van de 35 000 tot 40 000 dieren die het gebied ecologisch gezien kan dragen.

Veertienhonderd gewone zeehonden in alleen al de Nederlandse Waddenzee, vergelijk dat eens met de jaren zeventig. Het jachtverbod uit 1962 had weinig geholpen. De vervuiling van het milieu met PCB's, die de vruchtbaarheid van de dieren verminderen, had het 'werk' overgenomen; er waren nog zo'n 500 dieren over. Of vergelijk het met 1988, toen de zich langzaam herstellende populatie door een virus een nieuwe klap werd toegebracht: slechts 400 van de 1 000 zeehonden overleefden.

Het gaat goed met de zeehond, bijna té goed. De inrichting van reservaten - alleen al in de Nederlandse Waddenzee zijn er twintig - heeft het dier rust gegeven. En de vervuiling met PCB's is afgenomen. Maar met de toename van het aantal zeehonden liggen nieuwe problemen in het verschiet: hernieuwde conflicten met de visserij en met de recreatie.

Vooral met de visserij. Reijnders was één van de sprekers op het internationale symposium over het beheer van de zeehondenpopulaties rondom de Noordzee dat bij het 45-jarige bestaan door EcoMare, ouder maar minder bekend dan 'Pieterburen', werd georganiseerd. Biologen uit Nederland, Duitsland, Denemarken, Groot-Brittannië en Noorwegen gaven voor een gehoor van collega's, beleidsambtenaren en dierenbeschermers hun antwoord op de vraag: hoe nu verder?

We zullen moeten uitzoeken waar de zeehonden fourageren, betoogde Reijnders. Wat ze precies eten. En: hoeveel. Op die manier moet duidelijk worden in hoeverre de dieren de vissers eigenlijk beconcureren.

Mike Fedak van de Zeezoogdieren onderzoekeenheid in Cambridge heeft daar bij grijze zeehonden langs de kust van Groot-Brittannië al onderzoek naar gedaan. De dieren daar eten vooral zandspiering, een vissoort die voor de Britse visserij nauwelijks van belang is. En het gaat ook nog om geringe hoeveelheden. Uitgedrukt als gewichtspercentage van alle commercieel gevangen vis consumeren de dieren maar enkele procenten.

Fedak voorzag een aantal dieren bij de Farne-eilanden van een zender om ze met behulp van een satelliet te volgen. Honderdentwintig dagen lang. Gemiddeld verbleven de zeventien dieren veertig procent van de tijd vlak voor de kust van de eilanden, waar ze ook het meeste fourageerden. Op de bodem: de zender maakte het ook mogelijk om te volgen of de dieren doken of zich aan de oppervlakte bevonden. Fedak ontdekte ook een hot spot, een plek in zee waar nogal wat maaltijden werden gehaald.

Vissers zien de zeehonden overal, en menen dat daarom dat ze wel een bedreiging voor hun broodwinning moeten zijn. Met dit soort resultaten kun je ze duidelijk maken, dat het probleem genuanceerder ligt, stelde de Britse onderzoeker: de dieren eten niet alle vis en ze doen het niet overal. Dit schept de mogelijkheid om zeer gericht maatregelen te nemen.

De zaal was onder de indruk. Maar Sophie Brasseur, een collega van Peter Reijnders bij het Instituut voor bos- en natuuronderzoek, vroeg zich met andere aanwezigen wel af hoe bevattelijk de visserij voor zulke argumenten zal blijken te zijn. Vissers zien elke jager als concurrent, betoogde zij, ook hun buurman. En dat houdt pas op als die buurman in zijn luie stoel van zijn pensioen gaat genieten.

Volgens Arne Björge, medewerker van het Noors instituut voor natuuronderzoek in Oslo, komt daar althans in zijn land nog iets bij. Bruinvissen 'vangen' veel meer vis weg dan de ongeveer 4 000 gewone zeehonden die leven langs de kust van Noorwegen. Maar Noorse vissers jagen al eeuwen op zeehonden, en op zadelrobben en klapmutsen in de Barentsz Zee. Ze eten het vlees en verkopen de huid en het bloed (aan de vet-industrie). Ze accepteren eenvoudig niet dat dat verkeerd zou zijn, aldus Björge. Zeker niet van mensen die wél vlees van kistkalveren eten.

Toch was de Noor het met zijn collega's eens: er zijn conflicten, of ze zullen er komen, meer onderzoek als dat van Fedak is dringend nodig. En waar zeehonden door de visserij woren bedreigd, gaan de zeezoogdieren voor.

De biologen verschilden van mening over de vraag wat er, nu het zo goed gaat met de zeehond, met de reservaten in de Internationale Waddenzee moet gebeuren. Hier gloren conflicten met de visserij maar ook met de recreatie: het wadlopen en vooral de pleziervaart.

De bestaande gebieden moeten worden gehandhaafd, was de eensluidende mening, maar moet het aantal ook worden uitgebreid? Ja, betoogde de Duitser Hubert Farke van het Nationaal Waddenzeepark van Nedersaksen. Nee, vond Peter Reijnders: de bestaande reservaten zijn als kerngebieden, voor het baren en zogen van jongen, genoeg. Wel vindt hij dat de zeehond ook daarbuiten, op de plaatsen waar hij zijn voedsel zoekt, bescherming moet genieten.

Pikant was het derde punt dat de wetenschappers, wat dit aangaat immers in het hol van de leeuw, vrijdag bespraken: wat doen we met de zeehondenopvang en vooral het terugzetten van de dieren in het wild: de 'rehabilitatie'? Gaan we daar mee door? Als ondersteuning van de totale populatie wordt het een druppel op de gloeiende plaat, maar er is een andere rechtvaardiging denkbaar: hulp voor het individuele dier.

De sectieleider van de afdeling natuurlijke historie van het Visserij- en zeemuseum in het Deense Esbjerg, Sven Tougaard, was wegens ziekte afwezig maar liet een verklaring voorlezen die de praktijk in het Deense deel van de Waddenzee moest verklaren: gevonden huilers worden met rust gelaten of, als duidelijk is dat ze het niet zullen halen, ze krijgen een spuitje.

De populatie groeit goed, aldus Tourgaard, hulp is niet meer nodig. En terugzetten is gevaarlijk: langs deze weg zou je ziekten, die de dieren tijdens hun verblijf op het land oplopen, in het wild kunnen introduceren. Rehabilatie heeft nog meer nadelen: de jonge zeehonden raken aan mensen gewend, in hun natuurlijke omgeving zullen zij niet meer normaal functioneren. Tot slot: je redt de zwakke dieren, die in het wild niet 'mogen' overleven. Als je dat langdurig doet, verzwak je de populatie als geheel.

Dat dat standpunt niet alle dierenbeschermers vermag te overtuigen, verwoordde vanuit de zaal Helen Mac Lachlan. Volgens deze medewerkster van de Britse dierenbescherming gaat het hier om een morele kwestie: het is gewoon onze plicht. Tourgaard kreeg echter gelijk van zijn wel aanwezige collega's. Maar, zei Peter Reijnders, elk van deze bezwaren speelt een geringe rol zo lang je de aantallen beperkt houdt. En, stelde, socioloog Jan Alles van de Rijksuniversiteit Groningen, de opvang van zeehonden is een onmisbaar instrument bij voorlichting en educatie.

Want wie kan het nou weerstaan: de aanblik van zo'n huilend jong, verlaten door zijn moeder, hulpeloos liggend op het strand, je aankijkend met die grote, melancholieke ogen? Een beter beeld om steun te verwerven voor de bescherming het milieu, de Waddenzee in het bijzonder, is er niet. De zeehond is een ambassadeur bij uitstek.

Beperkte rehabilitatie, het lijkt een aanvaardbaar compromis. In Duitsland wordt er actief naar gestreefd. Met folders wordt het publiek opgeroepen huilers te laten liggen maar wel een deskundige te waarschuwen; alleen als zeker is dat een dier het niet zal redden, wordt het opgevangen.

Beperkte rehabilatitie is wat EcoMare in de praktijk al doet, zegt Henk Brugge. Jaarlijks worden maar acht tot tien dieren aangeboden, opgevangen en teruggezet. Remco, Kim en Minne. En Dieter, de vierde grijze zeehond die dit jaar, op 8 april, werd binnengebracht.

Dieter werd vrijwel zeker op de Richel geboren. Hij was zo jong dat hij onmogelijk van de Farne-eilanden kon komen. Dieter werd gevonden door een betonningsvaartuig dat vijftien kilometer voor de kust van Petten een wrak markeerde. Hij zwom rondjes om het schip en wilde kennelijk graag aan boord. Hij schuifelde bereidwilig op een platform dat de bemanning in het water liet zakken.

De grijze zeehond zit nu nog in de ziekenboeg van EcoMare. Hij eet al 1,5 kilo vis per dag. Deze week mag hij naar buiten, naar de bassins waar de andere dieren verblijven. In mei of juni gaat hij zijn soortgenoten achterna.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden