Biografie Wilhelmina / ,,Je gaat iets voor zo iemand voelen''

Helemaal begrijpen zal Fasseur haar nooit: Wilhelmina, over wie hij al twee dikke delen schreef. Wel brengt hij zijn lezers iets dichter bij haar door in een derde deel Wilhelmina te plaatsen in haar eigen tijd.

Na twee dikke boeken volgeschreven te hebben, had prof. Cees Fasseur nog altijd niet genoeg van zijn onderwerp: de imposante, eigenzinnige, humeurige, maar ook ijverige, aanhankelijke, plichtsgetrouwe Wilhelmina. Over deze prinses der Nederlanden die vijftig jaar lang koningin was, schreef hij twee bestsellers van samen 1200 pagina's. Nu krijgen die een naschrift van een kleine 200 pagina's: 'Wilhelmina. Sterker door strijd'. Was Fasseur iets vergeten te zeggen?

,,Ja, in zekere zin wel. Er kwamen nieuwe bronnen beschikbaar. Ook sommige reacties van lezers waren heel verhelderend. Verder heb ik er te weinig rekening mee gehouden dat mensen er tegenwoordig moeite mee hebben een historische figuur in zijn eigen tijd te plaatsen. Dus er viel nog wat uit te leggen.''

Vooral Fasseurs beschrijving van Wilhelmina's afkerige reactie op Joodse vluchtelingen wekte verbazing onder lezers en recensenten. En dat verbaast Fasseur weer.

Hoe kon de koningin die zo fel anti-Hitler en zo allergisch voor nazi's was, zo kleinzielig reageren toen er een joods vluchtelingenkamp in haar rustige, Veluwse omgeving zou komen? En hoe kon Wilhelmina, die pal stond voor Nederlandse waarden en normen, zo anti-parlementair en zelfs anti-democratisch zijn? Zulke vragen doken op bij Fasseurs biografie.

,,Ik heb geprobeerd daar een antwoord op te geven, maar ik zal de lezer inzoverre moeten teleurstellen dat het geen duidelijk en dus makkelijk antwoord is. Zo'n antwoord is niet te geven. Want de vragen komen uit deze tijd, terwijl Wilhelmina in een heel andere tijd leefde.''

De biograaf neemt het op voor de vrouw met wie hij, op papier, jaren heeft verkeerd. ,,Ja, dat is onontkoombaar. Als je je zo lang concentreert op iemands leven, dan ga iets voor zo iemand voelen. Ik heb wel commentaren gehoord dat ik een beetje verliefd was geworden op Wilhelmina. Nou, zo ver is het niet gekomen. Ik heb van haar geen nacht wakker gelegen. Maar mijn vrouw zei wel: ik zie in de beschrijving van de jonge koningin Wilhelmina een paar karaktertrekken van onze dochter. Ik heb me kennelijk toch aangesproken gevoeld door die trekken. En dan heb ik het over de gunstige kanten van haar: hardwerkend, intelligent, plichtsbetrachting. Maar de minder gunstige komen in de biografie ook uitgebreid aan de orde. Soms met een kanttekening. Ja, Wilhelmina was op de penning. Maar als een dominee een jammerklacht stuurde dat zijn kerk zo vervallen was, dan stuurde ze meteen geld. Met de joodse gemeente in Smilde ging het ook zo. Als biograaf maak je je hoofdpersoon uiteindelijk toch groot, misschien wel groter dan de werkelijkheid. Ik heb nog nooit een levensbeschrijving gelezen waarin de biograaf concludeert dat zijn held eigenlijk een onbenul was.''

Fasseur heeft zich proberen te wapenen tegen zijn hoofdpersoon met ironie. ,,Ik deed dat gevoelsmatig, om toch te proberen afstand te houden. Achteraf vond ik bevestiging van die houding in het werk van Sem Dresden, de pas overleden schrijver van een kleine studie 'De structuur van de biografie'. Hij vond dat je alleen een zekere mate van objectiviteit kunt bereiken met een licht ironische en vrijblijvende houding jegens je hoofdpersoon. Hij waarschuwde ook tegen gepsychologiseer. Want je slaagt er toch niet in iemand echt te leren kennen. Het is niet wetenschappelijk. Misschien dat ik op enkele pagina's van de 1200 me toch heb overgegeven aan karakterschetsen. Maar op al die andere pagina's laat ik dat aan de lezer over.''

Voor Fasseur aan Wilhelmina begon, had hij zich nooit bekommerd over de vraag hoe je dat nou doet, een biografie schrijven. ,,Ik ben er min of meer toevallig in gerold, toen de Nijmeegse historicus Manning in 1991 overleed en zijn biografie van Wilhelmina dus onvoltooid zou blijven. Toen is mijn naam gevallen. Ik weet nog steeds niet waarom, want ik had nooit een letter over Wilhelmina geschreven. Manning had belangrijk voorwerk verricht. Hij had de medewerking van het koninklijk huisarchief weten te krijgen. De aanleiding voor Manning was de bewering van Kikkert, een man die heel veel boekjes over de Oranjes heeft geschreven, dat Wilhelmina geprofiteerd heeft van de devaluatie van de gulden. Dat wilde Manning weleens echt uitzoeken. Want Kikkert schrijft van alles en nog wat, maar als het echt belangrijk is, geeft hij geen bronnen. In dit geval dus ook niet. Uiteindelijk bleek er niets te kloppen van de bewering Wilhelmina en de devaluatie. Gelukkig vond het koninklijk huisarchief ook dat er maar eens echt onderzoek naar Wilhelmina's leven moest worden gedaan. En ik denk dat koningin Beatrix dat ook vond. Want uiteindelijk beslist zij over de toegang tot het archief. Het is immers een familiearchief, dat wordt vaak vergeten.''

Fasseur stelde een harde voorwaarde toen hij Mannings klus overnam. ,,Ik wilde alle stukken kunnen zien. En ik wilde ook dat andere serieuze onderzoekers ook toegang zouden krijgen. Want het moet controleerbaar zijn wat ik heb geschreven en weggelaten.''

Toen deel een, 'De jonge koningin' af was, zat Fasseur met een probleem. De oorlogskoningin moest aan bod komen. Ondanks alle papieren van het koninklijk huisarchief die tot zijn beschikking stonden, tenminste de papieren tot 1945, had hij over de oorlogsjaren weinig nieuws te vertellen. ,,Ik was bang dat ik het verhaal van Loe de Jong opnieuw zou moeten vertellen. Hij had die oorlogsjaren als geen ander kunnen bestuderen. En hij had zelf in Londen gezeten, in de nabijheid van Wilhelmina en de ministers. Toen kwamen die brieven boven tafel en had ik iets nieuws te vertellen.''

In een gesprek met prinses Juliana hoorde Fasseur dat er nog brieven van Wilhelmina lagen. ,,Dat was nieuw voor me. Want Wilhelmina had zelf bijna alles laten verbranden. De kachels op Het Loo hadden flink gerookt toen zij al haar persoonlijke papieren had opgestookt. Maar haar brieven aan Juliana waren bewaard gebleven op Soestdijk. ,,De prinses wilde ze mij niet geven. Wel wilde ze na veel aandringen een selectie, haar selectie, voorlezen op een bandje. Na verloop van tijd kreeg ik een doos met 26 cassettebandjes met daarop de klassieke stem van Juliana die voorleest. Af en toe geeft ze uitleg. 'Nu sla ik iets over, professor, want dat is voor u niet interessant.' Of: 'dit gaat u niets aan dus dat lees ik niet voor'. Ik heb die bandjes tijdens een vakantie in Finland op de autoradio beluisterd. Daar had ik de tijd op die eindeloze wegen. Maar voor een historicus was dat niet de gelukkigste toegang tot een bron. Dus heb ik hemel en aarde bewogen om die brieven zelf te mogen lezen. En dat is gelukt. Ze liggen nu veilig in het koninklijk huisarchief. Daar heb ik vier maanden zitten lezen en overtikken op mijn tekstverwerker. Dat is de kern van deel twee geworden.''

De brieven zijn een rijke bron voor Fasseur geweest. Ook in zijn laatste deeltje, dat nu verschijnt, put hij opnieuw uit de brievenverzameling. ,,Wat dat beest van een Hitler niet op zijn geweten heeft, dat jij met de kinderen aan geene zijde van die groote plas moet zitten'', schrijft Wilhelmina vanuit Engeland aan Juliana in Canada. Ze vertelt over alledaagse dingen, zoals over hoe ze zich gereedmaakt om te gaan schilderen: ,,Zodra ik 's morgens klaar ben, trek ik naar m'n werkplaats, soms in Katwijker broek en vetlaarsen met kousen erom gebonden van boven voor 't insneeuwen en zoo'n heerlijke muts op, met oude jumpers aan, en dan begint 't.''

's Avonds komt Bernhard vaak op bezoek. Wilhelmina zit dan te naaien ''voor de gezelligheid''. ,,Ik krijg de indruk dat hij echt trots is op zijn nieuwe vaderland en [dat] de houding eerst van onze weermacht en daarna van ons volk niet alleen werkelijk indruk op hem gemaakt heeft, maar hem nog hechter heeft verbonden met al wat Nederlandsch is. Ook daarover zwijgt hij meestal in alle talen - zou het misschien niet een bewijs kunnen zijn dat het bij hem diep zit?''

Na de verschijning van de biografie, is hier en daar teleurgesteld gereageerd dat Fasseur weinig over het onbekende leven van Bernhard in de oorlogsjaren heeft kunnen vinden. Of heeft Fasseur dat weggelaten?

,,Ik zou wel heel dom zijn als ik dat had gedaan. Want over vijf jaar, of nog eerder, als weer iemand toegang krijgt tot het archief zoals ikzelf heb bedongen, dan zou dat aan het licht komen. Dan zou mijn naam alsnog te grabbel worden gegooid. Zo dwaas ben ik niet.''

,,Over Bernhard heb ik vrijwel alles opgenomen wat ik in de brieven gevonden heb over hem. Had iemand echt gedacht dat Wilhelmina aan haar dochter zou schrijven over eventuele avontuurtjes van Bernhard? Als die er al zijn geweest, dan had Wilhelmina daar niets van geweten. Bovendien: Bernhard was haar ideale schoonzoon. En zo dacht trouwens heel Nederland over hem. Ook hier geldt weer dat je die figuren in hun eigen tijd moet plaatsen. Kennis die achteraf over Bernhard is opgedoken, moet je dan even terzijde laten.''

Nergens heeft Fasseur verwijzingen gevonden naar vragen over Bernhards verleden in wat al te bruine organisaties van Hitlers derde rijk. ,,Dat is opvallend, omdat Wilhelmina zeer gebeten was op dat soort clubs en ook omdat er heel veel moeite is gedaan om voor Juliana's huwelijk alles boven tafel te krijgen. Er zijn toen, aan de vooravond van zijn huwelijk, over Bernhard allerlei beweringen gedaan, maar nooit dat hij in verkeerde politieke clubs zat. Wat moet je daaruit concluderen? Dat het zo gewoon was in die tijd dat niemand er melding van maakte? Ik kan alleen maar zeggen: ik weet het niet.''

Toch heeft Fasseur wel iets bewust weggelaten uit de brieven die hij citeert. ,,De spelfouten. Wilhelmina maakt een rommeltje van de spelling. En dat voor een vrouw die alles wat Nederlands was, zo belangrijk vond. Ze kon zelfs de naam van haar eigen premier Gerbrandy niet behoorlijk spellen. Af en toe neem ik die fouten over. Maar na een tijdje wordt dat vervelend voor de lezer. Dus heb ik de meeste fouten maar gecorrigeerd.''

Fasseur heeft nu met een derde deeltje zijn kloeke biografie nog wat omvangrijker gemaakt. Hij heeft een klus geklaard waarvoor zelf een gelauwerd historicus als Jan Romein, die voor niemand bang leek, toch terugschrok. ,,Psychologisch is het immers aan deze vrouw het merkwaardige'', schreef Romein in 1947, ,,dat zij 'iemand' is, ondanks - ja ondanks bijna alles: ondanks een verzopen vader, ondanks een verloren man, ondanks een omgeving die alleen maar invloed ten kwade betekend kàn hebben, ondanks een opvoeding en werkkring, die er als het ware bewust op gericht zijn iemand te ontmensen.''

Zou Wilhelmina's biograaf nu prins Claus als hoofdpersoon durven nemen?

,,Dat is nu wel erg snel. Hij was het tegendeel van Wilhelmina. Iemand die het betrekkelijke van alles zag. Het aantrekkelijke van Wilhelmina als onderwerp is dat ze juist niet relativeerde en dat ze legio slechte eigenschappen had, dat geeft een sterk verhaal. Deugd slaat dood.''

,,Voordat je kunt nadenken over een biografie, moet je eerst weten of er geschreven bronnen bestaan: brieven, dagboeken en dergelijke, en dat je toegang daartoe krijgt.

Een biografie maken op grond van alleen verhalen van anderen, dat wordt niets. Dat zie je nu met al die commentaren op het leven van Claus: de een zegt het was een opgewekte man, de ander noemt hem een trieste prins. En de derde zegt: hij kon zo goed relativeren. Als biograaf kom je daar niet verder mee.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden