Review

Biografie van Siegfried Wreszynski 'De politie van nagenoeg alle landen zoekt u'

Igor Cornelissen: Opkomst en ondergang van een onweerstaanbare oplichter. De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen; 204 blz. - f 36,90.

En een grootmeester was hij: Siegfried Wreszynski, geboren in het Poolse Gniezno en overleden in het Duitse Wiesbaden. In de vierenzestig jaren die daar tussen liggen (1893-1954) heeft hij, van joodse afkomst, een verwoestend spoor van leugen en bedrog door het leven van velen getrokken: van Danzig tot Chicago, en van Parijs tot Wenen. Later zou een rechter hem voorhouden: 'De politie van bijna alle landen zoekt u'.

Het was die van Nederland die hem tenslotte, in november 1938, te pakken kreeg. En dat alleen omdat zijn passie voor de mooie blonde Duitse variete-zangeres Eva Busch hem de das omdeed ('al ga ik er aan ten gronde, ik moet haar hebben').

Journalist en publicist Igor Cornelissen, zijn leven lang gefascineerd door deze fraudeur van internationaal gehalte - zo tilden Wreszynski en zijn mysterieuze compagnon kolonel Norris in Londen mensen en bedrijven, waaronder Unilever, voor minstens 27 miljoen gulden - heeft over de man een onderhoudend boek geschreven. Al slaagt ook hij er niet echt in de ware Wreszynski boven tafel te krijgen.

De lezer moet het doen met tegenstrijdige uitspraken van betrokkenen, varierend van 'een hartstikke goeie vent' (aldus de vrouw bij wie hij in de oorlog zat ondergedoken) tot 'een ernstige crimineel' (het oordeel van justitie). Ook de waarneming van zijn advocaat - 'een man die het slachtoffer werd van zijn eigen grenzeloze fantasie' - maakt de lezer niet veel wijzer.

Op twee belangrijke feitelijke vragen heeft Cornelissen evenmin het antwoord: Waarom is de Amsterdamsche Bank, in de jaren dertig door Wreszynski voor twintig miljoen geflest, nimmer naar de rechter gestapt? En waarom heeft de Britse regering nooit om Wreszynski's uitlevering gevraagd? Zo kwam de man er met een milde straf vanaf: twee jaar met aftrek van voorarrest, wegens twee kleine oplichtingszaken.

In 1941 vrijgelaten was Wreszynski, zoals Igor Cornelissen schrijft, 'een vrije jood in bezet Nederland'. Hij kwam in Westerbork terecht, keerde na een verlof niet terug en dook onder bij een Amsterdams arbeidersgezin.

Dat hij die mensen het hoofd op hol wist te brengen met verhalen als zou hij een Britse geheim agent zijn en een vriend van Churchill, wekt minder bevreemding dan het feit dat gehaaide zakenlui als ir. Duyvis (van de borrelnootjes) er in trapten. Duyvis ging tijdens de oorlog voor een kleine ton het schip in.

Kan het bovenstaande wellicht nog enige sympathie wekken voor de handige, altijd hoffelijke gentleman-boef, dat geldt niet voor de manier waarop Wreszynski familieleden van door de Duitsers gearresteerde verzetsstrijders voorspiegelde dat hij ze, tegen betaling, kon redden van het vuurpeloton. Terwijl zij stierven, inde hij vijf ton aan bloedgeld.

Terecht werd dit Wreszynski tijdens een nieuw proces, begin 1951, uitermate kwalijk genomen. Het kwam hem op vier jaar zonder aftrek te staan. Hij had er toen al bijna drie jaar cel in Belgie opzitten, wegens het smokkelen van geld en effecten onmiddellijk na de oorlog. Eind 1954 vrijgelaten stierf Wreszynski terwijl hij op weg was naar Wiesbaden voor zijn vierde huwelijk.

Ondanks het feit dat Igor Cornelissen het niet altijd even nauw neemt met de tijdsvolgorde, hij zich soms irrelevante zijsprongen veroorlooft en een aantal malen in herhalingen vervalt, is 'Opkomst en ondergang van een onweerstaanbare oplichter' met verve en spanning geschreven. Een boeiend stuk petite histoire voor de donkere winterdagen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden