BinnenschippersBond ontstaat bij tekort aan vracht

Jojada Verrips, Als het tij verloopt . . . Over binnenschippers en hun bonden 18981975. Het Spinhuis, Amsterdam. 261 blz. 37,50.

Toen ik later zelf op een kustvaarder voer, die door zijn specifieke afmetingen ver het binnenland in kon varen, bleek ik nog steeds een buitenstaander. De binnenschippers hadden het niet zo op ons. We mochten met onze 'kuster' nauwelijks langszij hun binnenschip komen. We ervoeren vaak ook iets van vijandschap, die mee voortkwam uit het feit dat wij als zeevaarder binnenlands vracht vervoerden en daarmee aan hun boterham kwamen. Desondanks leerden we veel over de onderlinge betrekkingen en de evenzovele vetes tussen de verschillende families. We raakten ook vertrouwd met de vaak bizarre namen van binnenschepen, zoals Alcorja, Ebenhaezer of Broedertrouw. We hadden ook wel iets gemeenschappelijk. We varen 'varende lui', geen walmensen. Ook deelden we een zekere directheid en een vaak, niet alleen verbaal, gewelddadige wijze vam uitvechten van conflicten. De meeste lezers zullen zich de televisiebeelden van met de politie te water vechtende schippers in de Granaria-zaak goed herinneren. Uit deze beelden sprak ook nog iets anders: de ogenschijnlijk grote mate van solidariteit tussen de binnenschippers.

Onderzoek in en naar zo'n gesloten wereld als die van de binnenschippers zal bij voorkeur moeten worden gedaan van binnen uit. Cultureel antropologen zijn daartoe bij uitstek geschikt. Dat de auteur van Als het tij verloopt . . . Over binnenschippers en hun bonden 18981975, een cultureel antropoloog is, is ongetwijfeld een pre. De auteur, Jojada Verrips, deed al in het begin van de jaren tachtig onderzoek naar de strijd om het bestaan bij de binnenschipperij. Hij kwam tot de conclusie dat er telkens weer hetzelfde gebeurde: ". . .een conjuncturele daling die de vraag naar scheepsruimte doet afnemen, daarop volgende conflicten over vrachtprijzen en -voorwaarden, de roep om overheidsingrijpen en tenslotte de oprichting van nieuwe belangenorganisaties."

Verrips is er goed in geslaagd om duidelijk te maken dat er sprake is van een komen en gaan van bonden en verenigingen van schippers. De schippers waren en zijn het onderling vaak oneens over de betekenis van een organisatie. Het was het gebrek aan vracht of de geringe hoogte van de vrachttarieven die hen bij elkaar bracht in een (vaak levensbeschouwelijke) bond; of pogingen van de overheid om de zogenaamde evenredige vrachtverdeling om zeep te helpen. Met evenredige vrachtverdeling wordt het stelsel aangeduid, dat elke schipper op de schippersbeurs op zijn beurt wacht om een lading te vervoeren. Wie het eerst komt, is het eerst aan de beurt. Samen probeerden ze de overheid of de bevrachters te dwingen tot evenredige verdeling van de vracht of tot hogere tarieven. Was het vrachtaanbod groot of waren de moeilijkheden voorbij, dan was de solidariteit als sneeuw voor de zon verdwenen en dan daalde de belangstelling voor de bonden. Vaak verdwenen die bonden ook doordat de bestuurders afkomstig van de wal met elkaar en met de schippers in conflict raakten.

Voor wie belang stelt in de binnenschipperij is het boek van Verrips een welkome aanvulling op Loomeyers Een eeuw Nederlandse binnenvaart.

Misschien dat Verrips of een ander nog eens een antropologische studie over de binnenschippers en hun vrouwen (!) kan maken. Want over de schipperscultuur weten we nog steeds weinig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden