Binnenhof worstelt met blasfemie

Artikel 147 werd al jaren een 'dode letter' genoemd. Sinds het Ezelproces tegen schrijver Gerard Reve was het niet meer toegepast. Beeld anp

De wet op godslastering is geschrapt, maar morgen bespreekt de Eerste Kamer een nieuw onderzoek. 'Mensen worden nog steeds getriggerd door beledigende uitspraken.'

Toen het woord godslastering viel, werd het even benauwd op het Binnenhof. We schrijven een dinsdag, november vorig jaar. De Eerste Kamer besprak het schrappen van de Wet Op Godslastering, het bekende artikel 147 uit het Wetboek van Strafrecht. De Tweede Kamer had daar al toe besloten, maar de senatoren aarzelden. Het bleek een moeilijke en gevoelige opgave.

Artikel 147 werd al jaren een 'dode letter' genoemd. Sinds het Ezelproces tegen schrijver Gerard Reve was het niet meer toegepast. Reve had in zijn roman 'Nader tot U' uit 1966 beschreven hoe God in de vorm van een muisgrijze ezel spartelend klaarkwam op zijn bed. De schrijver had de ezel in het verhaal sokjes aangetrokken, zodat het beest zich niet zou bezeren tijdens de 'volmaakte eenwording'.

Belust
Reve kreeg een proces aan zijn broek wegens godslastering. De schrijver bleef er echter bij dat de wederkomst van God als ezel zijn persoonlijke geloofsbeleving was, en werd om die reden vrijgesproken. De rechters besloten dat godslastering voortaan alleen stafbaar was als de lasteraar hierop 'belust' was. Die uitspraak maakte het vrijwel onmogelijk in de toekomst nog iemand te veroordelen.

Er werd getwijfeld, gewikt, gewogen, die dinsdag in de Eerste Kamer. "Het afschaffen van deze wet is net zo symbolisch als het bestaan ervan", zei een VVD-senator zuchtend. De discussie ging verder over de vraag of het afschaffen van de wet wel 'proportioneel' en 'redelijk' was. Dat zijn de criteria waaraan de senaat elke wet toetst.

Er was één vraag waarop de senatoren geen antwoord hadden: is het niet mogelijk om op basis van andere wetsartikelen godslasteraars alsnog te vervolgen? Zo niet, zou het dan wenselijk zijn om burgers te beschermen tegen belediging van geloof door ergens in het wetboek een zinnetje - zeg maar een blasfemiebestraffende bijzin - toe te voegen?

Zo'n zinnetje zou bescherming moeten bieden aan gelovigen in alle soorten en maten. Niet alleen aan degenen die een monotheïstische godsdienst aanhangen (daar ging artikel 147 over), maar ook aan maoïsten, atheïsten, boeddhisten enzovoort. 'Godsdienstlastering 2.0', noemde Jogchum Vrielink, onderzoeker bij het instituut voor constitutioneel recht in Leuven, dit in een kritisch artikel in het Nederlands Juristenblad.

'Op de kast jagen'
Een onderzoek, vond PvdA-senator Nico Schrijver, zou uitkomst bieden. Artikel 147 kon best worden afgeschaft, volgens hem, maar dan wel als er onderzocht werd of er een blasfemiebestraffende bijzin in een andere wet nodig was. En of zo'n zinnetje dan niet weer de vrijheid van meningsuiting in de weg zou staan. Schrijver diende een motie in, en kreeg daarvoor voldoende steun - zelfs van D66, dat in de Tweede Kamer juist fervent voorstander was van het afschaffen van artikel 147.

Dat kwam de partijen te staan op een sneer van NRC Handelsblad. De krant schreef: "De VVD en PvdA geven toe dat ze - sinds het begrotingsakkoord met D66, ChristenUnie en SGP - meer rekening houden met de wensen en gevoelens van de kleine christelijke partijen. Ze willen hen niet op de kast jagen."

Is dat inderdaad de drijfveer van de senatoren? Nee, zegt Nico Schrijver. "Het ging mij om de taak van de Eerste Kamer om fundamentele rechten van burgers te beschermen." Schrijvers onderzoeksaanvraag kwam terecht op het bureau van rechtsgeleerde Marloes van Noorloos van de Universiteit van Tilburg. Ze luisterde het debat in de senaat nog eens terug. Opmerkelijk, vond ze, dat het zo moeilijk bleek om de wet op godslastering te schrappen. En de vraagstelling in de motie van Nico Schrijver vond ze nogal cryptisch geformuleerd.

Toch schreef Van Noorloos een antwoord: een 160 pagina's tellend onderzoeksrapport. Dat was wel even zwoegen, zegt ze. Haar rapport werd half juli gepubliceerd, en morgen vergadert de commissie veiligheid en justitie van de Eerste Kamer erover. Het antwoord van Van Noorloos is overigens 'nee' - zo'n blasfemiebestraffende bijzin is allerminst wenselijk.

Ze heeft er een rijtje redenen voor opgesteld. Ten eerste is de overheid niet internationaal verplicht haar burgers te beschermen tegen godsdienstlastering. Sinds 2011 raadt de VN soortgelijke wetten af, want de vrijheid van meningsuiting komt er te snel door in gevaar.

Subjectief
Verder is het juridisch niet relevant of de gevoelens van burgers worden gekwetst, maar alleen of daardoor haat wordt gezaaid. Dan is namelijk de beeldvorming van een groep gelovigen in het geding, en dat is objectiever vast te stellen. Want daar zit de angel van het strafbaar stellen van belediging van het geloof van mensen: wie of wat heilig is voor wie, is altijd subjectief. En de één is sneller op zijn teentjes getrapt dan de ander. Zoiets kun je niet in objectieve wetten vatten.

In feite, concludeerde Van Noorloos halverwege haar onderzoek, zou zo'n bijzin erop neerkomen dat het afgeschafte artikel 147 wordt teruggehaald. "En je breidt de wet dan ook nog uit, omdat je alle soorten geloven erin opneemt."

Van Noorloos durft geen uitspraak te doen over de beweegredenen van Nico Schrijver. Of het indienen van de motie niet even symbolisch was als de hele wet op de godslastering? "Voor mijn onderzoek is dat niet relevant", zegt ze. "Als wetenschapper ben ik onafhankelijk."

Wat haar werk interessant maakt, zegt Van Noorloos, is dat er altijd een snufje tijdgeest doorsijpelt in de omgang met wetten. Ook bij deze motie. "Vroeger geloofde iedereen in dezelfde God. Het verbod op godslastering werd in 1932 ingevoerd om de collectieve gemoedsrust van de christelijke meerderheid te bewaren. Nu de samenleving zoveel godsdiensten en levensovertuigingen kent, is dat moeilijker te rechtvaardigen. Daarbij, we leven in een tijd waarin iets wat in Nederland wordt gezegd, direct consequenties kan hebben aan de andere kant van de wereld."

Ze noemt de Deense 'cartoonrel' in 2006 als voorbeeld. Een Deense krant had de profeet Mohammed afgebeeld met op zijn hoofd een tulband in de vorm van een bom. In het Midden-Oosten vielen vervolgens doden bij protesten daartegen. Van Noorloos: "Het is logisch dat er wordt nagedacht over de vraag wat de wet moet met uitlatingen over geloof."

Een prachtig recht
Inmiddels ligt het rapport van Marloes van Noorloos op het bureau van PvdA-senator Nico Schrijver. Hij moet zich voorbereiden op de behandeling ervan, morgen. "Ah, praten over godsdienstvrijheid", zegt hij. "Een prachtig recht!" Hij herinnert zich het debat van november nog goed. Een goede discussie was het, heel inhoudelijk, zegt hij.

De vragen waar de verzamelde senatoren op uit kwamen, zegt Schrijver, waren deze: wat voor signaal zal het schrappen van artikel 147 afgeven? Heeft symbolische afschaffing toch geen grotere gevolgen dan we denken? En: moeten we burgers niet op een andere manier beschermen die past bij deze tijd? Er zijn zoveel verschillende religieuze groepen, en het groeiende religieus extremisme maakt de discussie urgent.

Schrijver: "Mijn motie was een extra waarborgoperatie, waarin is onderzocht of je met het schrappen van de wet niet het kind (de bescherming van godsdienstige gevoelens) met het badwater weggooit." Democratie, zegt Schrijver, is altijd balanceren tussen verschillende vrijheden. En vrijheid van meningsuiting wordt soms onterecht heilig verklaard, vindt hij.

Daarbij: de PvdA komt volgens hem altíjd op voor minderheden, ook religieuze minderheden. Zij hebben het recht beschermd te worden tegen lasterlijke belediging, zegt Schrijver. Hij had niet de intentie om de oude wet uit te breiden en terug te halen, zegt hij. De mensen die dat hebben gesuggereerd (bijvoorbeeld in het Nederlands Juristenblad), hebben het niet goed begrepen.

Schrijver is tevreden met de uitkomst van het onderzoek van Van Noorloos, want hij wilde gewoon 'absoluut zeker weten' dat het afschaffen van artikel 147 geen desastreuze gevolgen zou hebben. "Ik ben blij dat het strafrecht zoals het nu is burgers voldoende bescherming biedt."

Gevoelig ligt het altijd, als de naam van welke God dan ook valt in het maatschappelijk debat. Senator Schrijver en juriste Van Noorloos herkennen dat allebei. "Dit gaat om tolerantie en respect in de samenleving", zegt Schrijver. "Dat lijken me zeer belangrijke thema's anno nu." Van Noorloos: "Mensen worden nog steeds getriggerd door beledigende uitspraken. Maar het is de vraag of je hiervoor zo'n zwaar instrument als het strafrecht moet inzetten."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden