Column

Binnenhof lijkt de nationale duiventil

Eddy van Hijum van het CDA. Beeld anp
Eddy van Hijum van het CDA.Beeld anp

Abraham Kuyper was in zijn strijd voor de emancipatie van het gereformeerde volksdeel niet vies van sluwe machtspolitiek. Tijdens zijn premierschap van 1901 tot 1905 ontbond hij, als eerste en laatste, tussentijds de Eerste Kamer, nadat deze een hem aangelegen wetsvoorstel nipt had verworpen. Kuyper deed dat in de wetenschap dat de nieuw verkozen senaat hem gunstig gezind zou zijn.

In de verte, maar uit een oogpunt van machtspolitiek verrassend dichtbij, doet het voortijdige vertrek van twee CDA-Kamerleden uit het parlement aan de streek van Kuyper denken. Van Hijum en De Rouwe gaan weg in de hoop straks in Overijssel en Friesland electoraal hun slag te slaan en daarmee indirect de positie van het CDA in de Eerste Kamer te consolideren of te versterken.

De provinciale statenverkiezingen zijn op 18 maart, de nieuwe statenleden kiezen op 26 mei de senaat. Voor de positie van het kabinet zijn deze verkiezingen van meer dan gewone betekenis. Kernvraag: behoudt de coalitie van VVD en PvdA samen met de drie gedoogpartners haar nipte meerderheid in de senaat? Voor het CDA is herstel van zijn positie in het geding.

Volwaardige positie
In de tijd van Kuyper moest de positie van de protestantse kleine luyden en katholieken nog veroverd worden. Het wetsvoorstel waarvoor hij bereid was de Eerste Kamer heen te zenden, behelsde gelijkstelling van de diploma's in het christelijk hoger onderwijs aan die van de openbare universiteiten en hogescholen. Onuitgesproken ging het Kuyper vooral om de volwaardige positie van de Vrije Universiteit, waarvan hij de oprichter was.

Zijn staatsrechtelijk bedenkelijke, maar politiek succesvolle actie kan vanuit het perspectief van emancipatie van een achtergesteld volksdeel worden samengevat als 'do a little wrong to do a greater good'. Herstel van het CDA is een wat enger motief, maar uiteindelijk zijn ook daar macht en invloed in het geding, al gaat het nu vooral om het behoud en het terugwinnen van verloren terrein.

Voor de mores in het politieke leven is het voortijdige vertrek van Van Hijum en De Rouwe niettemin slecht. Zij spreken liefdevolle woorden over hun provincies, maar versnipperen voor het oog van de natie hun nog maar twee jaar geleden verkregen kiezersmandaat. De Fries mag die zonde nog wat sterker worden aangerekend, omdat hij met voorkeursstemmen werd gekozen en dus over een zelfstandig mandaat beschikte.

Het zegt iets over het afnemend zelfbewustzijn van de Tweede Kamer dat hierover geen woord van kritiek is vernomen, zelfs niet nu de omloopsnelheid van parlementsleden groot is en het collectieve geheugen slag op slag krijgt. Het is even geleden, maar in 1866 noemde een protestants Kamerlid het snelle opstappen van een minister voor de post van gouverneur-generaal in Indië nog 'een lokaas voor politieke immoraliteit'. Aan die manoeuvre zat weliswaar een luchtje - het had er alle schijn van dat de minister de benoeming tijdens de formatie zelf had geregeld - maar toch, het zat de Kamer zo hoog dat zij een motie van afkeuring aannam en het kabinet ten val bracht.

Kennis en ervaring
De strengheid van het parlement op dit punt is geleidelijk afgenomen, zowel ten opzichte van ministers als van de eigen leden. Het Binnenhof lijkt de nationale duiventil geworden, zo gemakkelijk vliegen de politici in en uit. Voor Kamerleden is dat in wezen kwalijker dan voor benoemde ambtsdragers, omdat zij de bewakers van de staatkundige zeden bij uitstek horen te zijn. Het mag waar zijn dat Van Hijum en De Rouwe de publieke zaak blijven dienen, maar met hun drossen verliezen zowel de Kamer als de (toch al kleine en jonge) CDA-fractie kennis en ervaring.

Zegt het verschijnsel iets over de afnemende betekenis van het nationale niveau in het politieke bestuur? Het lijkt erop. Dat de christen-democraten het begin van hun herstel zoeken in regio's waar hun machtsbasis nog redelijk intact is, is begrijpelijk. Maar deze beweging sluit naadloos aan bij een herlevend regionaal bewustzijn en bij de verhuizing van nationale macht naar Europa en lokale overheden. Brussel stelt de grenzen van de nationale begroting vast, de gemeenten geven door de overdracht van staatstaken steeds meer van de geïnde belastingcenten uit. Den Haag dreigt letterlijk leeg te lopen.

In dat perspectief wordt ineens de Kuyperiaanse sluwheid van het CDA zichtbaar: tussen Juncker in Brussel, Van Hijum in Zwolle en De Rouwe in Leeuwarden loopt straks een vitale politieke lijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden