binnen&buitenbeesten Hoeveel standjes kent een libel?

De waterkant lijkt in de zomermaanden wel het ministry of silly stands, met al die libellen. Ze vliegen in tandem, krommen de lijven krankzinnig en vormen samen zelfs een hart. Libellenseks oogt knap onhandig; een merkwaardige speling van de natuur.

Libellen zetten hun eieren in of bij het water af en de paring gebeurt vrijwel altijd heel dicht daarbij. Het begint allemaal met hangmannen; mannetjes die in de buurt van het water een territorium claimen en dit verdedigen tegen rivalen. De mannen zijn belust en agressief (om het maar even met menselijke termen in te vullen) en in het 'gevecht' tussen de mannen kan het er hard aan toe gaan. Een geknakte vleugel en een man te water zijn geen uitzonderingen.

Qua vrouwen lijken de mannen niet erg kieskeurig. Een soortgenoot is nog niet verschenen of hij gaat er achteraan en probeert haar bij de kop te pakken. Maar zij eist haar stem in het kapittel op: als zij niet wil, gebeurt het (meestal) niet. Door ostentatief de punt van het achterlijf omhoog of juist omlaag te buigen, weg te vliegen of zich pardoes in het gras te laten vallen, laat ze weten niet van hem gediend te zijn. Dat kan zij doen omdat ze hem niet geschikt vindt of omdat ze eieren wil afzetten.

undefined

Onhandig

Zegt ze niet duidelijk nee, dan grijpt hij haar met de tangen aan zijn achterlijf net achter de kop vast, ook al om andere mannen de toegang te beletten. Ze vormen een tandem; het begin van het paringsritueel. Een, naar het schijnt, onhandig ritueel.

De primaire geslachtsorganen van libellen, zowel van de man als van de vrouw, zitten aan een van de achterste segmenten van het achterlijf. En dat paart niet makkelijk. In tandemstand valt er natuurlijk weinig te beginnen; zijn geslachtsorgaan hangt boven haar kop. Vliegend, of in veel gevallen zittend in de vegetatie, volgt stap twee.

De man buigt zijn achterlijf naar voren en verplaatst sperma van het negende segment naar een spermadepot in het derde segment, dus dichter achter de kop. Hij beweegt daarna zijn vleugels en kwispelt eens flink met het achterlijf om haar ertoe te verleiden haar achterlijf naar voren te buigen en te koppelen met het zaaddepot.

Zo ontstaat het karakteristieke hartje, het paringswiel. Hoe lang er over het paren wordt gedaan, is sterk afhankelijk van de soort. Viervlekken paren in enkele seconden en doen het vliegend. Glazenmakers nemen enkele uren de tijd en doen het zittend. En het lantaarntje - dat bekende kleine juffertje (libel met dun achterlijf) met een zwart achterlijf met blauw puntje - neemt er soms wel acht uur voor.

undefined

Klaar

Als het vrouwtje het zaad heeft opgenomen, zijn ze in principe klaar. Niet dat de eitjes dan al bevrucht zijn. Dat doet het vrouwtje zelf en gebeurt pas op het moment dat ze de eitjes afzet. Ze zijn klaar, maar in heel veel gevallen blijft de man haar, nadat zij haar achterlijfje weer heeft gestrekt, toch bij de kop vasthouden.

Juist omdat de bevruchting wordt uitgesteld, bestaat immers de mogelijkheid dat een ander mannetje zijn kans schoon ziet. Veel soorten hebben een borsteltje aan de penis waarmee ze het sperma van hun voorganger verwijderen en zo hun eigen genen 'voorrang geven'.

undefined

Eiafzet

De eiafzet gebeurt dus vaak in tandem. Laat de man de vrouw gaan, dan blijft hij in veel gevallen wel bij haar in de buurt om rivalen hardhandig weg te jagen. Na de eiafzet gaan man en vrouw hun eigen weg. Zij heeft een weekje nodig om nieuwe eitjes te laten afrijpen, hij kan weer sneller op 'liefdespad'.

Aan broedzorg doen libellen niet; de eitjes (enkele honderden tot duizenden) komen meestal na een of enkele weken uit. Sommige soorten hebben hun eerste overwintering als ei. De libellelarve leeft, opnieuw afhankelijk van de soort, een tot enkele jaren onder water om dan uiteindelijk als volwassen libel uit te sluipen.

Vrouwtjes doen dit het liefst 's morgens vroeg. De mannen zijn dan nog koud en sloom waardoor de vrouwtjes veilig weg kunnen komen. Ze hebben een weekje nodig om hun allereerste eitjes te laten afrijpen en dat gaat wel zo rustig zonder man.

Natuurjournalist Monica Wesseling ziet in de natuur meer dan een ander, en stelt daarom blijmoedige vragen. Ze schreef eerder twee boekjes waarin ze de antwoorden geeft op het gedrag van binnen- en buitenbeesten. In 'Waarom krijgt een specht geen koppijn?' behandelt ze vogelvragen. Haar 'Kan een regenworm ook verzuipen?' is veel breder en gaat over kleine zoogdieren, insecten en amfibieën.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden