'Billy schepte duidelijk genoegen in martelen'

Argentijnse rechter wil arrestatie beulen van de Spaanse dictatuur

MADRID - "Als wij niet praten, wie doet het dan wel? Laat ons maar de stem zijn voor al die anderen, voor hen die al dood zijn en voor hen die nog elke dag in angst leven en daarom zwijgen."

Aan het woord is Jesús Rodríguez Barrios, 59 jaar, hoogleraar economie en een van de slachtoffers van Antonio González Pacheco, alias Billy el Niño. El Niño was agent bij de Brigada Político-Social, een politie-eenheid die tegenstanders van Franco onderdrukte. Hij is berucht om zijn martelingen. Zijn bijnaam dankt hij aan het pistool dat hij rond zijn vinger liet draaien tijdens ondervragingen, naar de crimineel en legendarische revolverheld Billy the Kid uit het Wilde Westen.

Tegen El Niño en drie anderen loopt momenteel een internationaal arrestatiebevel wegens het schenden van mensenrechten tijdens de dictatuur van generaal Franco (1939-1975). Dat arrestatiebevel is uitgevaardigd door een Argentijnse rechter. De zaak is door 170 slachtoffers, waaronder Rodríguez, aangespannen in Argentinië omdat zij in Spanje geen gerechtigheid vonden.

"Billy was echt een sadist. Hij schepte duidelijk genoegen in martelen", vertelt Rodríguez. Hij werd in 1972, 1974 en 1975 opgepakt en zat een paar dagen in een pikdonkere cel vast. "De eerste arrestatie was omdat ik meeliep in een manifestatie tegen de moord op twee arbeiders, de tweede keer vanwege deelname aan een illegale bijeenkomst en de derde keer werd ik beschuldigd van lidmaatschap van een kleine revolutionaire communistische partij."

Rodríguez werd overal op zijn lichaam geslagen met vuisten en knuppels. "Ik heb nog geluk gehad, anderen zijn veel erger gemarteld." In de aanklacht van de Argentijnse rechter wordt gesproken over waterboarding (verhoortechniek waarbij iemand vastgebonden wordt, een handdoek over zijn gezicht krijgt en overgoten wordt met water), elektrische schokken en het ophangen van gevangenen. "De marteling was vooral dat je niet wist wat er komen ging en hoe lang het zou duren."

Na Rodríguez's laatste vrijlating volgde met de dood van Franco al vrij snel de democratie. Het verleden zou met rust gelaten worden, zo spraken de Spanjaarden af. Dat werkt niet, zegt Rodríguez. "Door al die ondervragingen heb ik nog jarenlang met het gevoel geleefd dat ik werd geobserveerd. Ik heb dingen gezien die je nooit meer vergeet."

Hij woont nog altijd in Madrid, net als twee van de drie (een is inmiddels overleden) verdachten tegen wie een arrestatiebevel is uitgevaardigd.

Net als Rodríguez hoopt ook Felisa Echegoyen (65) dat het internationale arrestatieverzoek vooral het debat binnen Spanje over het verleden opent. Naar de dictatuur is nooit een officieel onderzoek gedaan. Er bestaat geen register met namen van slachtoffers en nog altijd zijn honderdduizenden mensen vermist.

Echegoyen was in 1974 thuis toen vijf agenten op haar deur klopten, onder wie Billy el Niño. "Ze trokken me aan mijn haren en duwden me naar het raam. Ze begonnen mij te ondervragen en sloegen mij. Ik dacht dat ze me dwars door de ruit zouden gooien", vertelt ze met gebroken stem. Toen ze om hulp schreeuwde, stopte El Niño een doek in haar mond.

Ze was destijds lid van de Liga Comunista Revolucionaria, een kleine, zeer linkse partij. "De eerste nacht was verschrikkelijk. Zeven andere gevangen en ik werden geslagen en gestompt." De tweede nacht kreeg ze een paniekaanval van de angst en werd meegenomen naar een arts. Ze kwam na drie maanden gevangenis vrij, dankzij een amnestieregeling van koning Juan Carlos.

Het Argentijnse arrestatiebevel is voor veel slachtoffers de laatste hoop op gerechtigheid. Veel daders zijn al overleden of hoogbejaard.

Een kansrijke zaak?
'Onnodig' noemt het nationaal gerechtshof van Spanje het arrestatiebevel tegen de vier verdachten. Het ministerie van justitie geeft de zaak weinig kans omdat de verdachten beschermd zijn onder de amnestiewet uit 1977. Die wet maakt het onmogelijk om misdaden uit de Franco-dictatuur te vervolgen. Of het Spanje lukt het pijnlijke dictatuurdossier op slot te houden, is de vraag. De Argentijnse rechter beroept zich op internationale wetgeving en verdragen. Een werkgroep van de VN onderzoekt deze week wat er gebeurd is met al die honderdduizenden verdwenen mensen. De werkgroep wil als communicatiekanaal fungeren tussen al die families van vermisten en de regering.

Naar Spaans voorbeeld
Met de vervolging en berechting in Spanje van Adolfo Scilingo, een Argentijn die dodenvluchten ondernam in de dictatuurjaren, creëerde de Spaanse rechter Baltasar Garzón de doctrine van internationale vervolging van mensenrechtenschendingen. In eigen land probeerde Garzón een onderzoek te doen naar misstanden in de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) en de daarop volgende dictatuur. Vorig jaar werd Garzón wegens het illegaal afluisteren in een andere zaak voor elf jaar uit zijn ambt gezet. Nu doet Argentinië het omgekeerde voor Spanje als het gaat om misdaadvervolging. Dochter Maria Garzón zet het werk van haar vader nu voort. Haar doel is het opzetten van een waarheidscommissie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden