'Bijstand blijft aantrekkelijker voor kunstenaars'

DEN HAAG - Ze hadden hun mond willen houden tot het regeringsvoorstel voor een basisfonds voor kunstenaars werd gepresenteerd. Maar nu zij beginnen te vrezen dat er van hun oorspronkelijke plan weinig overblijft, slaan de kunstenaarsorganisaties toch al alarm.

Staatssecretaris Aad Nuis van cultuur en minister Ad Melkert van sociale zaken en werkgelegenheid komen over enkele weken met een voorstel voor een wettelijke inkomensregeling voor kunstenaars (WIK). Deze voorziening moet een oplossing bieden aan de groep die een uitkering nodig heeft om in haar onderhoud te voorzien.

Sinds 1 januari vorig jaar vallen de beeldende kunstenaars en podiumkunstenaars (naar schatting zo'n tienduizend) onder het nieuwe, strengere regime van de bijstandswet. Als zij na een half jaar niet in hun onderhoud kunnen voorzien, moeten zij zich laten omscholen. Het Voorzieningsfonds voor kunstenaars kwam als eerste met een voorstel voor een steunregeling die rekening hield met de specifieke situatie van deze beroepsgroep. Organisaties zoals Kunsten '92 en de Kunstenbond FNV stelden zich achter het plan voor een basisfonds. Ook Nuis, toen nog Tweede Kamerlid, steunde het. Bij zijn aantreden als staatssecretaris beloofde hij met zijn collega van sociale zaken een wetsvoorstel te ontwerpen.

Somber

Dat plan is na maandenlange voorbereiding af, maar de woordvoerders van de beide ministeries willen er nog niets over kwijt. Jack Verduijn Lunel van de Federatie van Kunstenaarsverenigingen en Frans de Haan van de Kunstenbond FNV krijgen echter sombere signalen uit het regeringskamp.

Zij hebben van ambtenaren en Kamerleden begrepen dat de bewindslieden kiezen voor een basisinkomen dat vijftig tot zestig procent van de bijstandsuitkering bedraagt. De kunstenaars mogen slechts bijverdienen tot het niveau van de huidige bijstand. Zij kunnen voor een periode van drie tot vier jaar gebruik maken van de regeling.

Frans de Haan: “Die drie punten nemen de kern uit ons voorstel weg. Wij pleiten voor een basisvoorziening die niet 50, maar 75 procent van een bijstandsuitkering bedraagt (of 50 procent van het minimumloon). Bovendien willen wij dat er een ruime mogelijkheid is om bij te verdienen - wat ons betreft tot het niveau van het minimumloon.”

Het voorstel van Nuis en Melkert is volgens de twee vertegenwoordigers nauwelijks aantrekkelijk voor kunstenaars die nu in de bijstand zitten. Waarom zouden ze de helft van hun uitkering inleveren als ze toch niet méér mogen bijverdienen dan ze nu al krijgen? Zo krijgen ze geen prikkel om zelf inkomsten te verwerven.

De kunstenaars hebben geen sollicitatieplicht; dat is een voordeel. Maar ze mogen slechts drie tot vier jaar gebruikmaken van de inkomensregeling, en dat is volgens De Haan en Verduijn te kort om een zelfstandige beroepspraktijk op te bouwen.

Onderzoek heeft uitgewezen dat conservatoriumstudenten daar na zo'n twee jaar al in slagen. Beeldende kunstenaars hebben echter een langere aanlooptijd nodig. Bovendien vallen zij nu in magere tijden nogal eens terug op de bijstand.

Frans de Haan: “In de podiumkunsten zijn vaste dienstverbanden steeds ongebruikelijker. Een grote groep mensen werkt voor kortere of langere tijd, gaat de ww of de bijstand in, werkt weer, enzovoort, enzovoort. Volgens ons zijn zulke freelancers het meest gebaat bij een regeling waar zij een langere periode, eventueel met tussenpozen, gebruik van kunnen maken. Wij dachten zelf aan een grens van vier tot acht jaar; de duur zou per kunstdiscipline kunnen verschillen.”

Verduijn en De Haan willen dat alle kunstenaars van de regeling gebruik kunnen maken; dus ook filmers, schrijvers en componisten. Zij hechten wel sterk aan een strenge selectie door een nog nader te bepalen landelijke instelling. De gemeentelijke Sociale Diensten moeten het geld blijven uitkeren.

Volgens Verduijn was het eigen voorstel om 75 procent van een bijstandsuitkering te geven al aan de lage kant. De kunstenaarsorganisaties wilden echter realistisch overkomen. “Helaas hebben we ons verkeken op het politieke ritueel dat je altijd minder krijgt dan wat je vraagt.”

De belangenbehartigers hebben de indruk dat Melkert een groter stempel op de WIK heeft gedrukt dan Nuis. Zij herkennen er vooral de filosofie van Sociale Zaken in, die vóór alles wil voorkomen dat kunstenaars worden voorgetrokken ten opzichte van andere uitkeringsgerechtigden. “Een instrument van het Nederlandse cultuurbeleid kan ik dit bepaald niet noemen”, zegt De Haan.

Jack Verduijn: “Onze kritiek zal Nuis pijn doen, want hij gelooft echt dat hij de hoofdlijnen van ons plan volgt, hoe onzichtbaar ze nu ook zijn geworden. Nuis zal zijn eigen plan nog steeds acceptabel vinden. Geef hem een glas water en hij zal zeggen dat hij wijn drinkt.”

Volgens de vertegenwoordigers moet er de komende maanden hard gelobbyd worden voor een betere wet. Verduijn: “Want als deze regeling niet verandert, denk ik dat kunstenaars massaal voor de bijstand blijven kiezen. En dan zijn we weer terug bij af.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden