Bijna werd hij een moordenaar

Op het station in Alkaar heeft een schietpartij plaatsgevonden met dodelijke afloop. Het stoffelijk overschot van het slachtoffer wordt weggedragen. (ANP)

Maatschappelijk werker Celal Altuntas werd ooit aangewezen om twee vermoorde achterooms te wreken. Zijn vader hield het tegen. Altuntas krijgt cliënten die twijfelen of ze eerwraak moeten plegen. Hij wil ook andere ’twijfelaars’ overhalen hulp te zoeken.

’Eerwraak? Word geen moordenaar. Je staat er niet alleen voor. Zoek hulp.’ Met deze leuze wil de Haagse maatschappelijk werker Celal Altuntas mensen over de streep trekken, die volgens hun culturele code eerwraak zouden moeten plegen maar daarover in gewetensnood verkeren.

Altuntas koestert niet de illusie dat de publiciteitscampagne die hij voorstelt een einde zal maken aan het verschijnsel bloedwraak. Wel heeft hij goede hoop dat het maatschappelijk werk in individuele gevallen bloedvergieten kan voorkomen. Maar dan moeten mensen de weg weten naar het maatschappelijk werk, dat zelf op zijn beurt ook goed ingericht moet zijn om de mensen die Altuntas op het oog heeft echt te kunnen helpen.

Altuntas is niet alleen hulpverlener, maar ook ervaringsdeskundige. Bijna werd hijzelf een moordenaar. Hij stipt het kort aan in een boek over zijn jeugd, dat vorig jaar van zijn hand verscheen, ’De zeven broers’. Daarin beschrijft hij onder het pseudoniem Reber Havin het vaak rauwe leven in een Koerdisch dorp in het oosten van Turkije, waar fysiek geweld een belangrijk bestanddeel van het leven is. Bloedwraak en eerwraak vinden de dorpelingen normaal en geaccepteerd. Dat gold twintig jaar geleden ook voor Altuntas, toen nog schaapherder.

Op zeker moment wees de familieclan hem aan als de wreker voor twee verre ooms, die slachtoffer waren geworden van een laffe moord. Ze haalden voor hun werkgever een partij hout. De leveranciers, die de betaling al binnen hadden, schoten hen dood. De clan kon dat niet laten passeren. Celal kreeg opdracht twee willekeurige slachtoffers te maken bij de clan van de moordenaars. Er waren verschillende redenen waarom uitgerekend hij dat moest doen. Hij was minderjarig, waardoor hij een lage straf zou krijgen. Verder kwam hij uit een groot gezin, dat de gevolgen van het wegvallen van een kostwinner beter kon dragen dan kleine gezinnen.

Altuntas: „Mijn vader was een vreedzaam iemand. Dat heeft mij gered. ’Dit is een probleem van ons allemaal’, zei hij. ’De eer van de hele clan is geschonden’. Daarna eiste hij dat de clan financieel voor mij garant zou staan. Zodat ik, als ik uit de gevangenis zou komen, een toekomst zou hebben.”

Ze gaven die waarborg niet, waarna Celals vader zonder gezichtsverlies kon zeggen dat ze dan maar iemand anders moesten zoeken. In plaats daarvan liepen ze naar de politie, die de daders oppakte.

Helemaal onomstreden is in de ’landen van oorsprong’ bloedwraak en eerwraak dus toch ook weer niet. Anders had Altuntas’ vader geen moeite gedaan deze gifbeker aan zijn zoon te besparen. Maar er zijn anderzijds ook mensen, die het juist als een grote eer zien wanneer de clan hun zoon als wreker aanwijst.

Zo’n twintig jaar later krijgt Altuntas als maatschappelijk werker soms in Den Haag opnieuw te maken met eerwraak, naar Nederland overgewaaid met de immigratie. Bloed- en eerwraak liggen in elkaars verlengde. Eerwraak speelt zich binnen één clan af, bijvoorbeeld als een ongetrouwd meisje zwanger raakt.

De schande, die het meisje over haar clan heeft gebracht moet ze met haar bloed zuiveren. Eerwraak speelt zich af binnen één clan. Eerwraak kan uitlopen op een toestand van bloedwraak tussen twee clans als de man, die het meisje zwanger heeft gemaakt, tot een andere clan behoort en als ook hij wordt vermoord. In dat geval kan er een kettingreactie van bloedwraak tussen de clan van het meisje en die van de man volgen, die vele tientallen jaren kan voortduren.

Omdat Altuntas het verschijnsel van binnenuit kent denkt hij mogelijkheden te zien om in individuele gevallen eerwraak te kunnen voorkomen. Hij ziet zijn plan als een aanvulling op de vele initiatieven van onder meer de politie. In Den Haag is de politie erg actief op dit terrein. De MEP (Multi-Etnische Politie) Haaglanden doet veel aan symptoomherkenning en voorlichting aan andere politiekorpsen. Justitie wil een landelijk kenniscentrum over eerwraak opzetten. De discussie is vooral op gang gekomen door toedoen van het voormalige Kamerlid Hirsi Ali.

Inmiddels is er veel kennis over het onderwerp opgebouwd. Ook migrantenorganisaties krijgen een rol bij de bestrijding van eerwraak. Het mes snijdt aan verschillende kanten want ook Turkije begint, onder druk van de Europese Unie, het verschijnsel aan te pakken onder andere met hardere straffen. Het besef dringt steeds meer door dat ook mannen slachtoffer kunnen worden van eerwraak, en dan niet alleen mannen die de eer van het meisje hebben geschonden. Er zijn ook mannen die principieel weigeren bloedwraak uit te voeren. Zij komen onder zware druk te staan van hun clan en lopen zelfs de kans dat die hen vermoordt omdat ook zij met hun weigering om op te treden schande over de clan brengen. In Amsterdam zijn er plannen voor opvang van die groep.

Wat heeft Altuntas aan dit alles nog toe te voegen? Altuntas: „De politie doet fantastisch werk, maar kan niet alles. Cliënten van mij die in een eerwraakkwestie zijn verwikkeld zullen niet snel naar de politie gaan. Bij mij komen geen principiële weigeraars maar twijfelaars, bij wie het beide kanten uit kan gaan. Zo had ik een man, wiens vrouw wilde scheiden. Hij zei: ze is mijn namus.” Als ik dat woord hoor, dan weet ik hoe laat het is. Hij dacht dat hij vanwege het gewoonterecht, namus, haar mocht en misschien wel moest doden. Ik heb lang met hem gepraat en uiteindelijk zei hij: ’Ik zal proberen een goede vader voor mijn kinderen te zijn’.”

Altuntas: „Als hij echt van plan was geweest zijn vrouw te vermoorden dan had hij dat gewoon gedaan en dan had hij niet eerst bij mij aangeklopt. En als hij een overtuigd weigeraar was geweest, dan was zijn hulpvraag anders geweest. Dan had hij om bescherming gevraagd. Maar deze stond in de traditie, dacht dat hij eerwraak mocht of zelfs moest nemen, niet alleen voor zichzelf maar ook voor zijn clan. En toch wilde hij het ook weer niet. Daarom zocht hij hulp.”

Volgens Altuntas zijn er meer van zulke ambivalente mensen, die hij graag zou willen bereiken voordat het te laat is. De druk waaronder ze staan is enorm, vooral als de zaak is uitgelekt en de grote clan, de stam, ervan afweet en daarom eist dat hij de schande uitwist.

Ook bij eer- of bloedwraakkwesties die in Nederland spelen valt het uiteindelijke besluit vaak in Turkije, bij een beraad van het clanhoofd met de notabelen van de clan.

Er zijn geen landelijke cijfers over hoe vaak eerwraak voorkomt. De politie Haaglanden heeft de afgelopen jaren geprobeerd het wel bij te houden in het eigen ressort en die cijfers lijken te duiden op een afname. Maar het is de vraag of dat cijfermateriaal nu al voldoende is voor conclusies.

Altuntas waarschuwt voor optimisme: „De aandacht voor eerwraak, ook in Turkije, heeft effect gehad. De moordenaars hebben daarom hun methodes veranderd. Ze lokken bijvoorbeeld het slachtoffer naar het buitenland. Dood treiteren, iemand tot zelfmoord drijven komt ook voor.” Een paar jaar geleden was er een bericht uit de Oost-Turkse, Koerdische stad Batman, dat mogelijk het vermoeden van Altuntas bevestigde. In die stad was ineens het aantal zelfmoordpogingen van vrouwen opvallend toegenomen.

Altuntas denkt dat een publiciteitscampagne een steentje zou kunnen bijdragen aan de bestrijding van eerwraak: „Soms lukt het me om iemand van eerwraak te af te houden. Ik weet zeker dat ik bij meer mensen hetzelfde zou kunnen bereiken. Maar dan moeten ze wel de weg weten naar de hulpverlening. Dat wil ik met die campagne bereiken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden