Bijna vergeten waren ze, de rustplaatsen van roemruchte voorvaderen.Altvoorde knapt de graven op.

Frits Philips wel, Alfred Heineken niet; Willem Kloos wel, Albert Verweyniet; wel Bertus Aafjes, maar geen Annie M.G. Schmidt. Niet alle bekendeNederlanders halen de canon van de stichting Altvoorde. De stichting zetzich sinds 2004 in voor het behoud van graven van Nederlanders met eenbelangrijke invloed op de Nederlandse cultuur.

Het is droef gesteld met de Nederlandse achting voor de roemruchtevoorvaderen. Waar in onze buurlanden overleden grootheden met alle egardsworden behandeld, sneuvelen hun graven hier onder de sloophamer. De eerstekeer dat de voorzitter van Altvoorde, Bouke Jagt, hiermee werdgeconfronteerd, was in 1982. Als docent Nederlands bezocht hij met zijnleerlingen het graf van Couperus. Tot zijn verbijstering hoorde hij dat datgeruimd zou worden. "Omdat niemand meer voor het graf betaalde. Ik wildedat desnoods zelf doen, maar de Vereniging voor Letterkundigen schonk optijd een eenmalige bijdrage."

Pas jaren later, toen hij merkte dat er links en rechts graven werdengeruimd - van Anna Blaman, Bredero, Jan Luyken en Jan Sluyters bijvoorbeeld- kwam hij op het idee om een aantal mensen bij elkaar te zoeken die zichzouden inzetten voor het behoud van belangrijke graven. "Want dit mag nietverdwijnen."

Voordat Jagt verder wil vertellen, laat hij eerst een aantal gravenzien. Bij het Groenekerkje van Oegstgeest wijst hij op het onopvallendegraf van Johan Huizinga. De historicus rust onder polletjes geranium envrouwenmantel en ligt er verzorgd bij. Tegenover hem ligt Willem Einthoven,Nobelprijswinnaar en uitvinder van het elektrocardiogram. Heel toepasselijkbekommert een groep cardiologen uit Leiden zich om dit graf.

Om het graf van J.P. Heye in Abbenes hoeft de stichting zich geen zorgente maken. Voor deze dichter van 'Zie ginds komt de stoomboot' en 'Eenkarretje langs de zandweg reed' is een complete oprijlaan aangelegd dieeindigt bij een pontificaal grafmonument.

"Pas als een graf op instorten staat en niemand zich ermee bemoeit, doetde stichting er wat aan. Bij het graf van Heike Kamerlingh Onnesbijvoorbeeld, de man van het absolute nulpunt." We rijden naar Voorschotenwaar de geleerde in een rijtje sombere grafstenen zijn laatste rustplaatsheeft gevonden. Barsten en scheuren doen het ergste vrezen voor detoekomst.

Niet altijd gingen Nederlanders zo onverschillig met hun doden om, weetde voorzitter van Altvoorde. "Rond 1648 betaalden de hoogmogende staten vanNederland voor plaatsing van monumentale graven van nationale helden inkerken. Dat werd voor de nation building en de identiteit van belanggeacht. Om die reden liggen de graven van Piet Heyn en Maarten Tromp in deOude Kerk van Delft, terwijl Michiel de Ruyter de prominente plaats in deNieuwe Kerk in Amsterdam kreeg. Zelfs admiraal Van Wassenaer Obdam (1665) werd geëerd. Hij was wel niet zo'n goede admiraal en hij had al eenzeemansgraf gekregen, maar er was nu eenmaal behoefte aan helden. Zo kreeghij een luisterrijke cenotaaf in de Grote Kerk van Den Haag."

Volgens Jagt ontkennen Nederlanders tegenwoordig hun eigen cultureleidentiteit. In de ons omringende landen gaat dat wel anders. NeemFrankrijk, waar de president bepaalt wie er op de canon van belangrijkeoverledenen komt. De graven worden keurig bijgehouden en deallerbelangrijksten komen in het Panthéon. In België heeft elke stad weleen kerkhof met invloedrijke mensen.

En in de Londense Westminster Abbey liggen Chaucer, Disraeli en Auden.Jagt: "Dat is een soort heiligdom van Britse cultuur. Maar in de Grote Kerkvan Den Haag is bijna niks te zien. Ze liggen er wel, Johan en Cornelis deWitt, Hiëronymus van Alphen, maar onopvallend."

Het opstellen van de Nederlandse canon was een hele klus, waarbij departiculiere smaak van het bestuur opzij werd gezet. "Ook de mode van hetmoment moet je negeren. Tollens, de dichter van 'Wien Neerlands bloed doord'adren vloeit', is nu misschien niet populair, maar hij staat wel op onzelijst. Willem van Oranje en andere Oranjes staan er niet op, omdat diegraven toch wel behouden blijven en eerder bij staat of dynastie dancultuurdragers horen."

Dat Toon Hermans en Annie M.G. Schmidt ontbreken, komt omdat destichting in principe een wachttijd van 25 jaar hanteert. Dan is immers deuitwerking van de mode voorbij en kun je zien of iemands invloed echtcruciaal was. Dat Vasalis, overleden in 1998, er toch op staat, komtvolgens Jagt omdat haar culturele invloed 'evident' is.

Het gaat de stichting overigens niet om verfraaiing, maar om behoud vande graven. En zo nodig restauratie, als er tenminste geld voor is. Op ditmoment zit Altvoorde met een aantal graven in zijn maag die voor verderverval moeten worden behoed. Dat van Kamerlingh Onnes, maar ook die vanSlauerhoff, Pierre Kemp, Martinus Nijhoff en architect Pierre Cuypers. "Bijelkaar gaat het om een ton voor broodnodige restauraties."

Dat het tij in Nederland keert blijkt niet alleen uit de groeiendeaandacht voor begrafenissen - denk aan André Hazes en Sam Klepper. Ook eengedenkteken voor Theo Thijssen wijst in die richting. Zijn graf werd in1955 geruimd, maar daar heeft men kennelijk spijt van, want op 16 juniwordt op de plek van dat graf een gedenkteken opgericht. Komt Thijssen nuop de canon? Jagt: "Dat beslist het bestuur, maar ik denk het wel."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden