Bijna iedere wielrenner met karakter staat klaar om ergens groot en magistraal te gaan winnen

In de verte nadert het peloton. De verrukkelijke geur van masseerolie hangt boven de stomende ruggen van de mannen in de gekleurde pakken. Stormkoppen drijven door de lucht, regen verandert in sneeuw, adem in een kegel.

Vanmiddag rijden, als 's Heeren wegen in Vlaanderen niet veranderd zijn in een glijbaan, 150 kerels van stavast het nieuwe wielerseizoen in.

Na de traditionele voorbereidingswedstrijden in het zuiden van Europa en in (hoe is het mogelijk!) Doebai en Thailand worden de gekooide krachten van de profrenners morgen losgelaten op de Berendries en de Molenberg.

Vanmiddag dokkeren de fietsers over de Paddestraat. Modder slaat van de spaken, gevloek vult de lucht: Herman Gorter staat tussen het publiek.

Het is het nieuwe geluid, dat uitsluitend voor diegenen die het kunnen horen als zoete muziek in de oren klinkt.

Wielrenners leven op als ze na de winter losgelaten worden. Als ze de bemodderde straat op mogen en als ze tegen de geselende wind in hun gespierde dijen laten werken, begint het seizoen, begint Het Leven.

Bijna iedere wielrenner met karakter heeft de laatste weken zichzelf pijn gedaan, heeft koude en de tintelingen van de winter overwonnen en staat klaar om ergens groot en magistraal te gaan winnen.

Dat wil zeggen, bijna alle renners.

Alsof het een herhalende oefening betreft heeft de Duitse renner Jan Ullrich zich weer eens afgemeld voor de ouvertures van de maand maart.

De grote Duitser haalt al de neus op voor februariwedstrijden en ijskoude trainingen, maar nog maar weer eens heeft hij een virusje onder de leden en nog maar weer eens heeft hij zijn komst in het peloton verlaat.

Steeds maar weer, bijna altijd, mist Ullrich de zelfdiscipline, het overleg en de kunde om zichzelf in vorm te rijden op een manier die algemeen geaccepteerd is in de wielerwereld. Voor de zoveelste maal moet hij zijn komst binnen het peloton uitstellen en weer laat hij daarmee zijn ploeggenoten in de steek.

Het zijn die mannen die nu rijden, die nu kou lijden en die nu door de prut en wind trappen die hem later in het seizoen uit de wind moeten gaan zetten. Het zijn deze mannen die hem een wiel moeten geven, die hem eten en drinken moeten brengen en die hem moeten duwen. Die mannen krijgen een moment dat ze denken: 'Je kunt het me doen'.

Ullrich kan nog steeds de Ronde van Frankrijk winnen, maar steeds weer, iedere winter, laat hij de kans lopen een min of meer ideale voorbereiding voor te leggen die acceptabel is voor zijn ploeggenoten, zijn ploegleiders en zijn personeel en zeker voor hemzelf.

De aankondiging van de Omloop Het Volk loopt ongeveer parallel met de persmededeling dat Ullrich zijn debuut met een maand moet uitstellen. Het eerste is een heuglijk feit, het tweede is eigenlijk triest, maar o zo vertrouwd en dat maakt het juist zo triest.

Als die bonken van renners vanmiddag door de koude trappen, probeert Ullrich de kwade beestjes uit zijn lichaam te krijgen. Ik wed dat hij de beelden van Het Volk aan zich voorbij laat gaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden