Bijna dood

Rob Schouten

Tot de slechtst beschreven momenten in een mensenleven behoort zonder enige twijfel de dood. Geen wonder, geen enkele schrijver, hoe groot zijn literair vernuft ook is, spreekt uit enige ervaring. In het beste geval laat hij alle speculaties en metaforen varen en maakt er een abrupt einde aan. In Philip Roths Alleman bijvoorbeeld lezen we tijdens de hartoperatie: ‘Toen hij wegzonk, voelde hij zich verre van geveld, allerminst ten dode opgeschreven, maar verlangend naar nieuwe vervulling; desondanks werd hij niet meer wakker. Hartstilstand.’ En in William Boyds Donderwolken wordt het hoertje Mhouse doodgeslagen: ‘Ze zag zijn zwiepende hand te laat aankomen en probeerde nog weg te duiken, maar hij sloeg haar zo hard met de rug van zijn hand dat ze alleen nog voelde dat ze vloog. Mhouse vloog door de lucht, als een klein vogeltje. En daarna niets meer.’ Het einde, we kunnen er gewoon niet goed bij. Mensen met een bijnadoodervaring spreken van licht, een gelukzalig gevoel, een prachtig landschap, een soort film. Misschien is het een hint maar ook niet meer dan dat, ze hebben het immers overleefd, wat de werkelijke dood inhoudt hebben ze ook (net) niet gezien. Ik dacht zelf dat ik bezig was te verdrinken. Het ene moment stond ik nog stevig op mijn voeten, het volgende moment kreeg ik een geweldige dreun en spartelde onderwater. De golf die me van de rots afsloeg, het water in, was immens en huizenhoog, ik wist niet waar in het water ik me bevond, op welke diepte, het enige wat ik, heel helder, dacht, was: ik moet naar boven, adem halen, maar ik kon niks, ik was deel van de golf. Even later kwam ik vanzelf boven, proestend ongetwijfeld, hoofdschuddend, kreeg wat lucht en verdween weer onder water, en dacht: oh, dat gaat wel lukken, er is in elk geval nog lucht. Tot ik definitief boven water kwam. Mijn gezicht voelde warm en slap, alsof het van me afdroop. Aan de gelaatsuitdrukking van mijn familie zag ik wel dat er iets mis was. Misschien ben ik een tand kwijt, dacht ik nog. Even later begreep ik waar ze zo van schrokken, ik bloedde van top tot teen, uit mijn voorhoofd, uit mijn mond, mijn benen en een arm lagen open. Ik was door de golf tegen een andere rots aan gekwakt. Ook de juist aangekomen Amerikanen, die van plan waren eens lekker te komen pootjebaden in de Natural Pool aan de noordoostkant van Aruba, deinsden op het zien van mijn ketchupachtige verschijning terug, als de zich bekruisende boeren en vrouwen in Faust wanneer Faust en Mefistofeles langskomen zeg maar. Sorry, mompelde ik tegen de verschrikte menigte, sorry. Kennelijk was de schaamte om er zo uit te zien, nog altijd groter dan de bijbehorende pijn. Kennelijk was ik nog helemaal in leven. Heiliger Dankgesang. Maar dichterbij een voortijdig einde ben ik geloof ik nooit eerder geweest. Nee, geen bijnadoodervaring, maar misschien een bijna-bijnadoodervaring. Wat schreef ik nu onlangs op deze plek? Dat ik van de natuur ging houden? Zo te zien ging de eerste les van deze nieuwe cursus over de onweerstaanbare kracht van natuurgeweld.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden