Bijna aandoenlijk en onhandig

Arnold Schönberg was niet alleen componist, maar een veelzijdige, creatieve geest. Het Joods Historisch Museum opent een expositie waarin zijn tegendraadsheid in muziek én schilderkunst is te zien.

Wie wist dat Arnold Schönberg (1874-1951) een ticket heeft ontworpen voor het Berlijnse tramnetwerk? En dat hij zelf bridgekaarten maakte? Of een eenvoudige muziekstandaard en een stoel annex bibliotheekladder? Schönberg schilderde ook: "Schilderen was voor mij hetzelfde als componeren. Het gaf me de mogelijkheid me uit te drukken, mijn emoties, ideeën en gevoelens mee te delen." Desondanks kennen we hem vooral als componist, schrijver van ¿ voor minder geoefende oren ¿ lastige muziek. Vooral de werken waarin zijn muzikale taal zich weg van de logische harmonieën ontwikkelde, vragen om extra inspanning. Meeneuriën gaat niet een-twee-drie.

Het Joods Historisch Museum in Amsterdam toont zijn veelzijdigheid op de tentoonstelling 'Schönberg & Kandinsky ¿ tegendraads in kunst en muziek'. Schönberg, als Jood geboren in Wenen, was een visionair kunstenaar, op allerlei vlakken. Hij schudde de boel flink op: ruim honderd jaar geleden brak hij met de tonaliteit, het harmonische systeem waarop de westerse muziek in de eeuwen daarvoor gebouwd was en waarin altijd een duidelijk verband hoorbaar is tussen de samenklanken.

De inleiding tot die nieuwe weg vormde zijn Tweede strijkkwartet uit 1908, met een toegevoegde sopraanpartij. Later, na de Eerste Wereldoorlog, bracht hij orde in zijn verwijd tonale uitroepen, ging een radicale stap verder en ontwierp het twaalftoonsysteem, de dodecafonie. Samen met twee van zijn leerlingen, Alban Berg en Anton Webern, vertegenwoordigde Schönberg de Tweede Weense School ¿ Haydn, Mozart en Beethoven vormden de Eerste.

Wenen rond 1900, het fin de siècle, een periode van artistieke grandeur en onrust, de stad een smeltkroes van kunstenaars. En de tijd voor de Eerste Wereldoorlog, het monster dat alles verwoestte wat tot dan toe gebloeid had, en de kiem van de nog grotere verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog al in zich droeg. Schönberg zat er middenin, met zijn muziek, zijn andere kunstzinnige uitingen, én met zijn Joodse afkomst, die hem uiteindelijk zijn positie aan de Berlijnse Akademie der Künste kostte. Hij boekte in 1933 een enkele reis VS.

Over die Joodse achtergrond: in New York werd Schönberg uitgenodigd voor een erelidmaatschap van de Joodse Muziekraad. Componist Darius Milhaud, dirigent Pierre Monteux, violist Jasja Heifetz, om er maar een paar te noemen, stapten in, terwijl Schönberg niets van zich liet horen. Uiterlijke manifestaties van zijn Joodse roots interesseerden hem blijkbaar minder dan de essentie van zijn afkomst, die hij verwerkte in zijn composities.

In de tijd dat Schönberg het muziekbestel in zijn voegen liet kraken, hield hij zich ook, als autodidact, intensief met schilderkunst bezig. Wat hij niet in noten kon uitdrukken, gaf hij op het doek weer. Nu eens gebruikte hij een grove kwast, dan weer schetste hij met een pennetje of kwam er waskrijt aan te pas. Hij experimenteert met blauwtinten, en onderzoekt; een krabbel, een veeg. Hij legde zijn critici vast, al dan niet met duivelsoren, en maakte zelfportretten, veel en krachtige zelfportretten, en schilderijen met ondoorgrondelijke koppen, of beter: een paar ogen waar een hele wereld achter schuilgaat. Ogen, neus en mond duidelijk aangezet, de omtrekken van het hoofd versmelten met de achtergrond van het doek: de zogeheten Blikken.

Een originele handtekening, die hem plaatste naast tijdgenoten en vrienden als Wassily Kandinsky, Richard Gerstl, Gustav Klimt en Oskar Kokoschka. Beklim de heuvel naar het Weense museum Belvedère en een aantal van Schönbergs collega-schilders en inspiratiebronnen ligt binnen handbereik. Van zijn leerlingen Webern en Berg kreeg hij voor zijn verjaardag een verzameling Klimts cadeau.

Puur schilderen
Laat je de schilderijen goed op je inwerken, dan lijkt het alsof Schönberg niet mooi wilde schilderen, maar vooral puur. Kandinsky heeft het kernachtig uitgedrukt: 'Ich möchte die Schönbergsche Malerei am liebsten die Nurmalerei nennen', het schilderen van de essentie - wat Schönberg zelf weer afdeed als gebrek aan techniek. Feit is dat zijn doeken, veelal ontstaan in de tijd waarin hij zijn muzikale grenzen verlegde, bijna onhandig en aandoenlijk overkomen vergeleken met de klinkklare en rake intelligentie van zijn klankcomposities.

Bij het horen van Schönbergs inventieve muziek toonden de meeste luisteraars toentertijd nauwelijks enthousiasme, en als er positief gereageerd werd, keek de componist bedenkelijk: "Vielleicht ist es doch schlecht." Kandinsky daarentegen spitste de oren extra. Hij bezocht op 2 januari 1911 een concert waarin het Eerste en Tweede strijkkwartet werden uitgevoerd, evenals een aantal liederen. Dat was het begin van een jarenlang durende vriendschap. Kandinsky herkende in Schönbergs muziek de vorm waarin hij wilde schilderen en schreef hem: "Het eigen leven van de afzonderlijke stemmen in uw composities is precies datgene wat ik probeer te vinden in de vorm van een schilderij." Via deze Russische schilder was Schönberg verbonden aan de kunstenaarsgroep Der Blaue Reiter en nam hij deel aan de eerste tentoonstelling van deze club, in München. Helaas raakten de heren in onmin na antisemitische uitlatingen van Kandinsky.

Op de expositie in Amsterdam hangen enkele Kandinsky's uit de jaren tien en twintig van de vorige eeuw - non-figuratief, maar sprekend in lijnen en kleuren en met een enorme lading. Voor wie vertrouwd is met Schönbergs vroege muziek illustreren deze schilderijen hoe vooruitstrevend Schönbergs laatromantisch idioom al was - hij laat daarin een vergelijkbaar expressief kleurenpalet en lijnenspel horen.

Voor Schönberg bleven muzikale impulsen de hoofdzaak: "Schilderen en mijn muziek hebben niets gemeen. Mijn muziek is het resultaat van puur muzikale theorie en moet slechts op zuiver muzikale aspecten beoordeeld worden." Maar het een kan toch niet los gezien worden van het ander. Zo maakte hij studies bij verscheidene van zijn muziekstukken; het donkere pad aan de bosrand bij zijn monodrama 'Erwartung', de figuren uit 'Die glückliche Hand' kregen vorm in waterverf.

Niet alles kon zomaar naar Amsterdam komen, zoals het beroemde schilderij dat Gerstl in 1906 van Schönberg maakte, en dat nu in het Wien Museum hangt, evenals een zelfportret van Gerstl uit dezelfde tijd. Wat wel in Amsterdam hangt, komt vooral uit het Arnold Schönberg Center in Wenen, waar de nalatenschap van de componist wordt beheerd.

Het Joods Historisch Museum toont ons een grote greep uit Schönbergs oeuvre, van portretten tot een zelfgemaakt schaakspel en de visualisering van Mahlers begrafenis, een componist die Schönberg zeer bewonderde - Mahler had anoniem enkele van zijn schilderijen aangekocht, wellicht om hem financieel te ondersteunen. Daarnaast zijn de heldere kleuren en abstracte figuren van Kandinsky vertegenwoordigd, een Schiele, Gerstl en Gabriele Münter. Het Wenen van destijds in Amsterdam.

'Schönberg & Kandinsky - tegendraads in kunst en muziek' van maandag 18 november t/m 16 maart in het Joods Historisch Museum, Amsterdam. Info: jhm.nl

Wenen als bakermat
In het Wenen van nu vind je sinds 1998 het Arnold Schönberg Center, aan de Schwarzenbergplatz, vlak achter het Wiener Konzerthaus - geen ontoegankelijk en stoffig archief, maar dagelijks voor publiek geopend. Met dit centrum heeft het Joods Historisch Museum nauw samengewerkt om de Amsterdamse tentoonstelling op poten te zetten. Zo'n vijftig schilderijen komen uit de nalatenschap van de componist, die is ondergebracht in de Oostenrijkse hoofdstad.

Groten als Pierre Boulez, Mitsuko Uchida en het Arditti Quartet geven acte de présence in de concertzaal van het centrum, studenten kunnen er onderzoek doen en onlangs is een permanente tentoonstelling geopend met schilderijen en manuscripten en een-op-een nagemaakte sigarenkistjes vol brieven en ansichtkaarten.

In het centrum is ook Schönbergs werkkamer uit Los Angeles gereconstrueerd: zelf ontworpen boekenplanken, op het bureau een keur aan schrijfmateriaal, een puntenslijper en brievenweger. Cellokoffer en piano in de hoek. Hier vonden de twaalf tonen hun weg naar het muziekpapier.

Met een paar man tegelijk mag je even snuffelen in de archiefkamer.

Info: www.schoenberg.at

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden