Bijna 300.000 mensen betalen geen zorgverzekeringspremie

Hoogleraar: Politiek maakte van de oplossing partijpolitiek en verzuimde om voorgoed een einde te maken aan het probleem

Het blijft een taai probleem dat jaarlijks honderden miljoenen euro's kost. In 2014 is het aantal Nederlanders dat zijn zorgverzekeringspremie niet kan of wil betalen, gegroeid tot bijna 300.000, bijna een kwart meer dan in 2010, meldt het CBS.

Wie langer dan zes maanden niet betaalt, krijgt te maken met het Zorginstituut Nederland, de opvolger van het College voor Zorgverzekeringen, dat in het uiterste geval een deurwaarder op weigeraars afstuurt.

Uit de laatste cijfers blijkt dat er tussen 2010 en 2014 ongeveer 930 miljoen euro is geïnd, en dat er nog een bedrag van 1,3 miljard open staat. Niet iedereen is te plukken, zelfs niet door een deurwaarder, zo blijkt. Want al jaren is er een groep van bijna 70.000 Nederlanders die geld noch bezit hebben, of voor het Centraal Justitieel Incassobureau onvindbaar zijn.

Afgezet tegen het totale aantal verzekerden schommelt het percentage wanbetalers al jaren rond de 2 procent. Inmiddels is er wel wat veranderd aan de aanpak, want sinds 2014 krijgen deze wanbetalers na zes maanden geen zorgtoeslag meer. Maar echte voortgang wordt er op het dossier niet geboekt, zegt Wynand van de Ven, hoogleraar zorgverzekeringen bij het instituut Beleid en Management Gezondheidszorg.

Hij wijst er op dat er voor 2006, de tijd van het Ziekenfonds, al een groep onverzekerden bestond van zo'n 250.000 Nederlanders. "Toen de politiek in 2006 overging naar een nieuw systeem wilde men weten wie dat waren. Na veel getouwtrek over privacy, kwam men daar pas jaren later achter. Aan het Zorginstituut werd de macht gegeven om onverzekerden een verzekering op te leggen. Maar dat die groep niet zo genegen is om premie te betalen, dat is natuurlijk niet verbazingwekkend. Vandaar dat grote aantal wanbetalers. Zo lang speelt dit dus al."

Volgens hem heeft de politiek in 2012 verzuimd voorgoed een einde te maken aan het probleem. Een plan dat hij met een collega had opgesteld om de zorgpremie grotendeels inkomensafhankelijk te maken, haalde het (huidige regeerakkoord. Het behelsde een premie met een klein vast en een fors inkomensafhankelijk deel. "Zouden mensen dat vaste deel van zo'n 400 euro per jaar niet betalen, dan zou de schade eel kleiner zijn geweest zijn. Nu betalen mensen het hele bedrag van zo'n 1200 euro per jaar niet."

Wie het grote inkomensafhankelijke deel in zijn eigen zak had willen steken, was volgens Van de Ven bedrogen uitgekomen. "Dat zou door de werkgever, of de uitkeringsverstrekker geïnd worden. Niet betalen is er dan niet bij. En om het nog mooier te maken, zouden we ook meteen af zijn van het fraudegevoelige rondpompen van miljarden aan zorgtoeslag."

Zover kwam niet. De inkt van het regeerakkoord was nog niet droog, of het land was te klein. De VVD-achterban was woedend. "Maar wij wilden alleen maar een maatschappelijk probleem oplossen", zegt Van de Ven. "Omdat gelijktijdig de inkomensafhankelijke zorgtoeslag werd afgeschaft zouden er nauwelijks inkomensverschuivingen hoeven op te treden. Er is helaas inkomenspolitiek mee bedreven. Toen was de VVD-achterban niet meer te stuiten."

Of het er nog van komt, weet hij niet. "Het is een mooie oplossing, maar helaas wordt het in de handen van politici een werktuig voor partijpolitiek."

Gemoedsbezwaarden

Naast de pakweg 300.000 wanbetalers is er een stabiel groepje van 12.000 gemoedsbezwaarden. Dit zijn mensen die vanwege hun levensovertuiging bezwaren hebben tegen elke vorm van verzekeren. Om voor een ontheffing in aanmerking te komen, mag geen enkele andere verzekering zijn afgesloten, voor de persoon zelf , of voor zijn of haar eigendommen. In plaats van de verplichte premies betalen zij extra belasting over hun inkomen. Deze 'bijdragevervangende belasting' wordt door het Zorginstituut Nederland voor elk huishouden beheerd, in totaal zo'n negen miljoen. Gemoedsbezwaarden kunnen hun eigen aandeel in dat bedrag gebruiken voor het betalen van ziektekosten, maar hierbij geldt: op is op. Volgens het Zorginstituut leidt dat in de praktijk vrijwel nooit tot problemen omdat gemoedsbezwaarden aanspraak kunnen maken op een breed netwerk van andere gemoedsbezwaarden die bijspringen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden