Bijlessen worden betaald met gratis huis

Pabostudenten helpen een basisschool met huiswerkbegeleiding en computerlessen. De beloning: een woning tegenover de school.

Doodstil is het in het klaslokaal. Zeven jongetjes zitten gebogen over hun taalopdrachten. Van buiten klinken kreten van spelende kinderen. Want het is woensdagmiddag. Waarom zitten zij dan binnen om huiswerk te maken? „Ik wil graag slimmer worden”, fluistert de zevenjarige Annas verlegen.” „Als je veel leert, krijg je later een goede baan”, weet zijn vriend Mohamed.

Ze gaan weer aan het werk, maar Annas loopt vast. „Meester, ik snap het niet.” Serhat Güclü (25) snelt toe. „Weet je wat pap is?”, vraagt hij zachtjes. „Ja, dat is eten”, denkt Annas. Hij krijgt een aai over zijn bol. „Ze weten het antwoord vaak wel”, zegt Güclü. „Maar ze missen het zelfvertrouwen om het te zeggen.”

De jongens noemen hem wel meester, maar dat is Güclü nog niet. Hij is vierdejaars pabostudent aan de Hogeschool van Amsterdam. Elke woensdag- en donderdagmiddag geeft hij huiswerkbegeleiding aan leerlingen van de Narcis-Queridoschool in het Amsterdamse Bos en Lommer.

In totaal werken twintig pabostudenten op de school. Daarvoor krijgen ze niet betaald. Tenminste, niet met geld. Wel hebben ze in het blok tegenover de school een (bijna) gratis woning gekregen. Ze hoeven alleen de servicekosten te betalen. De woningen zijn beschikbaar gesteld door woningcorporatie Ymere; ze moeten eind dit jaar gerenoveerd worden en stonden toch leeg.

Mooi, dacht de stichting Academie van de Stad, die hogeschoolstudenten bij maatschappelijke projecten wil betrekken. In november 2009 was project Springlevend Landlust een feit: de pabostudenten een woning, de school extra hulp.

Ruud de Joode (24) woont twee deuren verder dan Güclü. Hij coördineert de huiswerkbegeleiding. Dat is ook wel nodig: bijna de helft van de 330 leerlingen van de – zwarte – Narcis-Queridoschool heeft zich opgegeven voor de extra taal- en rekenlessen. „En dan moeten we nog kinderen weigeren”, zegt De Joode. „Jammer, maar we willen de groepen klein houden. Want dan kunnen we de leerlingen meer individuele aandacht geven.”

Huiswerkbegeleiding is niet de enige manier waarop de studenten meehelpen. De Joode: „We hebben aan de ouders gevraagd wat zij belangrijk vonden. Huiswerkbegeleiding kwam als eerste naar boven. Maar we geven ook taal- en computerlessen aan de ouders. Vooral moeders doen eraan mee.”

Het helpt dat de studenten tegenover de school wonen, merkt hij. „Ik kom de kinderen tegen op straat, de ouders bij de tramhalte. Ik heb eerder vrijwilligerswerk gedaan; daar is de doorloop altijd heel groot. Hier niet, hier ben je een jaar lang verbonden met de buurt.”

Die buurt is niet altijd even vriendelijk. De deur van de school moet goed dichtgedaan worden, zodat er geen vreemden binnenlopen. Een paar ruiten zijn ingegooid. Bij een van de pabostudenten is twee keer ingebroken.

Daartegenover staat het enthousiasme van de kinderen, zegt Güclü. „Dat ze zo aan het werk zouden gaan, op hun vrije woensdagmiddag, dat had ik van tevoren niet verwacht.” Die motivatie ziet hij ook bij de ouders. Güclü herkent dat wel. „Ik zag hetzelfde bij mijn ouders. Ze merken dat ze een achterstand hebben. En dat willen ze niet voor hun kinderen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden