'Bijengif' doodt ook veel andere insecten

Grote Europese studie: Neonicotinoïden treffen wilde bestuivers, zoals vlinders en hommels, die belangrijk zijn voor het landschap

Er is hard wetenschappelijk bewijs dat neonicotinoïden, die als bestrijdingsmiddel in de landbouw worden ingezet, al in zeer lage doses grote effecten hebben op organismen waarvoor het gif helemaal niet is bedoeld.

De bestrijdingsmiddelen doden niet alleen de plaagdieren. Ook de zogenaamde wilde bestuivers lopen schade op. Dat zijn grofweg de helft van de alle bestuivende insecten, zoals vlinders, hommels, wilde bijen en zweefvliegen. Ook onder de grond zijn de effecten merkbaar, waardoor het voor de boer zo belangrijke bodemleven wordt aangetast.

De neonicotinoïden zijn in 2013 in de Europese Unie voor twee jaar verboden, omdat ze dodelijk zouden zijn voor door mensen gehouden honingbijen.

Maar uit een omvangrijke studie van de gezamenlijke Akademies van Wetenschappen in Europa blijkt dat dit bijengif ook 'ernstige negatieve effecten' heeft op tal van andere insecten die belangrijk zijn voor de bestuiving van gewassen.

De onderzoekers analyseerden honderden wetenschappelijke studies naar de effecten van de op grote schaal toegepaste pesticiden. De Europese Commissie zal de studie gebruiken bij de beslissing over de omstreden bestrijdingsmiddelen. Dit jaar loopt het tijdelijke verbod op toepassing van neonicotinoïden bij de teelt van enkele voedselgewassen af. Na de nieuwe studie bestaat de kans dat de Europese Commissie met een volledig verbod komt.

De wetenschappers stellen dat neonicotinoïden grote negatieve effecten hebben op dieren die belangrijk zijn voor het agrarisch landschap, zoals wilde bestuivers en roofinsecten, die een rol spelen bij de biologische bestrijding van plagen.

Zelfs zeer lage concentraties van deze middelen in het milieu kunnen al grote negatieve effecten hebben, aldus de onderzoekers. De soortenrijkdom in Europa kan door het gebruik van de bestrijdingsmiddelen worden aangetast.

Eerder bleek uit een studie van de Radboud Universiteit in Nijmegen dat neonicotinoïden indirect van invloed zijn op de achteruitgang van vogels als spreeuw, veldleeuwerik, boerenzwaluw en ringmus. Ook andere insectenetende vogels gaan in aantal achteruit.

Volgens dertien Europese topwetenschappers, die hun rapport schreven op verzoek van de Europese koepel van wetenschapsacademies Easac, moet de Europese Commissie de toelatingsprocedures voor bestrijdingsmiddelen aanpassen. De huidige praktijk van preventieve bestrijding van mogelijke plagen in de landbouw, staat volgens de wetenschappers op gespannen voet met de Europese richtlijn die een duurzame toepassing van pesticiden voorschrijft.

Neonicotinoïden zijn zogenaamde systemische bestrijdingsmiddelen. De pesticiden worden als een soort coating toegevoegd aan het zaaigoed van landbouwgewassen. Via het wortelstelsel en de sapstroom verspreidt het gif zich door het gewas, de plant is daardoor van binnenuit giftig. Een insect dat het gewas aanvreet, wordt door het gif gedood.

Volgens de Wageningse hoogleraar Frank Berendse, die voor Nederland in de wetenschappelijke commissie zat, leidt toepassing van neonicotinoiden tot "onnodig grote verontreiniging van het milieu". Berendse: "De giftige verbindingen komen binnen enkele weken voor het overgrote deel in de bodem terecht."

De Verdieping 8

Insecticiden doden veel meer dieren

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden