Bijen zijn broodnodig voor goed fruit, maar er zijn er te weinig

Van onze correspondent WAGENINGEN - De kans op mooi fruit, weet een teler, neemt flink toe als bijen de bomen hebben bestoven. Maar het kost steeds meer moeite om een bijenvolk voor de boomgaard te vinden.

Meer vraag dan aanbod: een beetje ondernemer wrijft zich dan in de handen, want hij kan een goede prijs bedingen en voert zonodig de productie op. Voor de bijenhouderij gaat dat niet op, omdat het - op een enkele uitzondering na - een hobby is en geen broodwinning. Van het ene potje honing dat de Nederlander per jaar eet, kan de imker niet leven. Maar de liefhebberij van 9000 mensen vertegenwoordigt voor de land- en tuinbouw wel een flinke economische waarde. Schattingen lopen uiteen van 50 tot 100 miljoen gulden.

Iedere imker heeft zo zijn eigen adresjes 'in het fruit' waar de volken heen gaan om de bloemen te bestuiven. “Door de bij wordt een bloem beter bestoven en dat levert een beter product en dus een hogere opbrengst op”, legt de Bennekomse imker Maarten van de Weg uit. De imker brengt de bijenvolken naar de boomgaard, soms ver weg, komt tussendoor 's kijken of alles goed gaat en haalt ze na gedane arbeid weer op. De vergoeding, zo'n 45 gulden per volk, vindt Van de Weg “een beetje mager; dat mag best iets meer zijn.” Het bijen houden kost hem per jaar 50 tot 70 gulden per volk. De honing van dit seizoen is hij al kwijt aan familie, buren en kennissen. “De prijs van honing is niet zo daverend; dat moet ook liefhebberij zijn.”

Voor het tweede jaar zijn er te weinig volken om aan de toenemende vraag naar bestuiving te voldoen. Vorig jaar moesten de bijen 'bijspringen' nadat veel bloesem door nachtvorst verloren was gegaan. Dit jaar leidt de kou aan het begin van de bloei tot vraag. Maar er zijn minder bijenvolken omdat het aantal imkers afneemt. De gemiddelde leeftijd is 50+.

Van de Weg: “Jongeren willen niet meer zo. Dat zal wel te maken hebben met de hogere opleidingen en met de tijd. Zeker in het voorjaar en de zomer kost het toch wel veel tijd. Ik heb eind deze maand een vakantie gepland, maar ik weet niet hoe ik dat moet ritselen.”

De Vereniging tot bevordering der bijenteelt in Nederland (VBBN) wijt de terugloop ook aan veranderingen in natuur en landbouw. Een bij bijen geliefd gewas als koolzaad komt amper meer voor, omdat het te weinig oplevert. Dat draai je niet terug.

Roel ten Klei, bedrijfsleider van het VBBN-Bijenhuis in Wageningen, ziet er wel wat in om braakliggende grond in te zaaien met planten die bijen graag lusten, bijvoorbeeld de phacelia. “Dat ziet er leuker uit dan weiland en de insecten hebben er ook wat aan.” In het beheer van bermen en akkerranden zit al verbetering. Het gras wordt niet meer gemillimeterd , zodat er voor bijen meer nectar en stuifmeel te halen valt.

De lijst van voedzame planten, bomen en struiken is lang, van jacobsladder en boomhazelaar tot vlakke dwergmispel en roestbladig alpenroosje. De aanplant in bossen, plantsoenen en tuinen verschilt per gemeente. Ten Klei: “Als de directeur openbare werken een bijenhouder is, hoef je niet te reizen met je bijenvolk. Maar we moeten vaak behoorlijke druk uitoefenen om gemeenten wat bij te sturen.”

De VBBN probeert via de Vereniging van Nederlandse Gemeenten enige stroomlijn in het aanplanten te krijgen. Het ministerie van landbouw zou net als vroeger bij moeten dragen om het houden van bijen aantrekkelijker of minder duur te maken. Van de bijenhouders zijn geen spectaculaire acties te verwachten. “We zijn niet van plan om met 200 bijenvolken naar het Binnenhof te gaan en ze daar los te laten”, lacht Ten Klei. “maar dat maakt het ook wel lastig om de boodschap over te brengen. Wij zijn in ons tuintje met die bijtjes bezig en daar merken de mensen niets van, als het goed is.”

Met voorlichting op scholen en beurzen en het geven van cursussen probeert de vereniging de belangstellingen voor het bijen houden aan te wakkeren. Wie er aan begint, is voorgoed besmet, maar het is niet zo makkelijk aan te geven wat de hobby zo leuk maakt. Maarten van de Weg: “Mensen vragen vaak: wat moet je met die steekbeesten. Dat is lastig over te brengen. Ik heb bij mijn kasten een bankje gemaakt. Daarop zit ik te kijken naar de bijen die terugkomen met klonten stuifmeel en dan denk ik: dat gaat goed. En als dan de potjes honing in de kelder staan, geeft dat een voldaan gevoel.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden