Bijdragen aan wijsgerig debat vanuit het Joodse denken

Sinds 1 januari is hij hoogleraar moderne Joodse filosofie aan de Vrije Universiteit, Reinier Munk. Zijn bijzondere leerstoel, vernoemd naar de Joodse voorman dr. Maurits Goudeket, biedt hem de gelegenheid onderzoek te doen naar en onderricht te geven over een van de pijlers van de westerse cultuur. Het is voor het eerst dat er aan een universiteit ruimte is voor de studie van het Joodse denken in de volle breedte.

Dat zijn bijzondere leerstoel voor moderne Joodse filosofie niet als godgeleerd specialisme, maar als onderdeel van de faculteit wijsbegeerte is aangemerkt, verheugt dr. Reinier Munk. Waar alle andere leerstoelen Joodse studies in Europa zijn ingebed in faculteiten voor godgeleerdheid of letteren, erkent de Vrije Universiteit van Amsterdam hiermee dat 'Joodse filosofie veel meer is dan reflectie op de Joodse religie'.

,,Het jodendom is naast het christendom en het Grieks-hellenistische denken een van de pijlers van de westerse cultuur. In de wijsbegeerte gaat het onder meer om de doordenking van de cultuur.'' Daarom hoort reflectie op het jodendom thuis bij wijsbegeerte, vindt de 43-jarige Munk, en niet bij theologie. ,,Daar komt nog bij dat je, wanneer Joodse filosofie wél wordt ondergebracht bij godgeleerdheid, onmiddellijk verzeild raakt in de discussie over de verhouding tussen christendom en jodendom.'' Dat sinds 1 januari de Joodse filosofie onder eigen vlag kan worden bedreven, vindt hij daarom een hele stap vooruit.

Prof.dr. Reinier Munk was tot voor kort gastdocent moderne Joodse filosofie aan de Martin Luther universiteit in Halle-Wittenberg. Ook is hij als onderzoeker verbonden geweest aan de Hebreeuwse universiteit van Jeruzalem, aan de VU en aan de Universiteit van Oxford.

,,De laatste honderd jaar'', vertelt de nieuwe hoogleraar, ,,waren er wel individuele hoogleraren, die aandacht hebben gevraagd voor het Joodse denken in z'n volle breedte, maar een zelfstandige plek voor Joodse filosofie is er nooit geweest aan de universiteiten''. Langzaam maar zeker kwam daarin verandering. In het midden van de jaren zeventig pleitte een groep wetenschappers, onder wie de Leidse theoloog prof.dr. H.J. Heering, voor universitair onderzoek op dit vakgebied. Deze pleitbezorgers richtten Philosophia Judaica op, de Nederlandse vereniging voor de studie van Joodse filosofie, waarvan Munk tegenwoordig voorzitter is. In de jaren tachtig werd hun initiatief overgenomen aan de VU. Dat resulteerde in de Goudeket-lezingen, een jaarlijks terugkerende cyclus lezingen over Joodse filosofie.

De naam Goudeket is ook verbonden aan de leerstoel waarop Munk is benoemd. Dr. Maurits Goudeket was een voorman van de na-oorlogse Joodse gemeenschap, die zich in het bijzonder heeft ingezet voor de opbouw van het liberale jodendom in Nederland. In leven was Goudeket bestuurslid van de Markusstichting, die net als de vereniging Philosophia Judaica vond dat Joodse filosofie een eigen plek aan de universiteit moest krijgen. De naar hem vernoemde leerstoel is een initiatief van het huidige stichtingsbestuur, mede ondersteund door de Maatschappij tot Nut der Israëlieten, het Menasseh ben Israël Instituut voor Joodse sociaal-wetenschappelijke en cultuurhistorische studies en de Stichting het Vrije Universiteitsfonds.

Munk omschrijft Joodse filosofie als het resultaat van de ontmoeting tussen wijsbegeerte en Joods denken. ,,Het is een samenstel van twee terreinen: de kritische doordenking, ondervraging en herformulering van allerlei aspecten waar het in het jodendom om gaat én een vorm van Joods filosoferen, die actief betrokken is bij het eigentijdse wijsgerige discours. Joodse filosofen hebben altijd deelgenomen aan de wijsgerige discussie van de tijd waarin zij leefden.''

Munk noemt de 18de-eeuwse filosoof Moses Mendelssohn een goed voorbeeld van deze combinatie. ,,Meer Verlichtingsfilosofen en -theologen, onder wie Lessing, namen aan dat Verlichtingsdenken en christendom noodzakelijk samenhingen. Sommigen, zoals de theoloog Lavater, zeiden tegen Mendelssohn: 'Als je verlicht bent, laat je dan dopen'. Mendelssohn op zijn beurt kritiseerde deze klakkeloze combinatie van Verlichtingsdenken en christendom en stelde dat Jood-zijn en Verlichtingsdenken ook heel goed samengaan. Zo leverde hij dus een bijdrage aan de interne Verlichtingsfilosofische discussie, vanúit zijn Joodse identiteit en context. Ook bij Levinas bijvoorbeeld speelt in zijn kritiek op collega-filosofen als Heidegger, Husserl en Hegel, zijn Jood-zijn mee. Karl Marx daarentegen was wel een Jood, maar kan in deze benadering geen Joods filosoof worden genoemd, aangezien zijn Jood-zijn niet aanwijsbaar doorwerkt in zijn filosofische opvattingen.''

De Joodse filosofie heeft drie bloeiperioden gekend: de hellenistisch-joodse filosofie van de klassieke oudheid, het joodse (neo-)platonisme en aristotelisme van de middeleeuwen (9e tot 15e/16e eeuw) en de periode van de Verlichting, het kantianisme en hegelianisme, die inzet met Mendelssohn (1729-1786) en eindigt bij de Shoah.

,,Die cesuur van de Shoah betekent overigens niet dat de Joodse filosofie dan ophoudt,'' zegt Munk. ,,In Amerika en Israël gaat de betrokkenheid van Joodse filosofen bij eigentijdse wijsgerige ontwikkelingen gewoon door. Maar in Europa - uitgezonderd Frankrijk, waar Levinas zorgt voor een opleving van de Joodse filosofie - valt wel duidelijk een gat.''

Opvallend verschil met vroegere perioden noemt Munk het gegeven dat Joodse filosofie nu hoofdzakelijk een vak is geworden dat aan de universiteit wordt bedreven. Hoe anders ging het toe in de tijd van bijvoorbeeld Mendelssohn. Deze Joodse filosoof schoolde zichzelf, werd gaandeweg huisleraar en ging zich in bepaalde kringen steeds meer manifesteren als Verlichtingsdenker. Ook schreef hij over de onsterfelijkheid van de ziel en het bewijs van het bestaan van God, maar bovenal ontpopte hij zich als voorvechter van de gelijkberechtiging van de Joden. In zijn boek Jerusalem. Oder über religiöse Macht und Judenthum bepleit Mendelssohn religieuze vrijheid en burgerrechten voor Joden. Geef Joden religieuze vrijheid, stelt hij, want dat is het terrein van het individu en zijn God, en daar heeft de overheid niets te zoeken. En geef ons burgerrechten, want als seculiere staat heb je je niet te bemoeien met de religie.

Een échte Joodse filosoof dus, in de definitie van Munk. ,,Mendelssohn levert met zijn kritiek op de tegenstanders van gelijkberechtiging een bijdrage aan de intern-staatsrechtelijke discussie van zijn tijd. Maar tegelijkertijd biedt zijn boek een doordenking aan van het jodendom vanuit het Verlichtingsperspectief. Hij stelt onder meer, ingegeven door zijn Joodse identiteit, een grens aan het streven naar gelijkberechtiging. 'Moeten we het juk van tora en mitswot afleggen voor gelijkberechtiging', zegt hij, 'dan maar liever niet. Dan redden wij ons wel zonder emancipatie'. Als Joods filosoof weigert Mendelssohn dus afstand te nemen van wat eigen is aan de rabbijnse traditie.''

Zijn toekomstige vakgebied, de moderne Joodse filosofie, rust op drie pilaren: Moses Mendelssohn, Hermann Cohen en Emmanuel Levinas. Cohen (1842-1918) was de eerste Jood die in Duitsland hoogleraar filosofie werd, in 1876. Daarvóór was dat niet mogelijk geweest en daarna evenmin, vanwege het sterk oplevend antisemitisme, aangestookt door onder anderen de historicus Von Treitschke, die in 1880, zestig jaar na de gelijkberechtiging, geen vermenging wenste van de Duitse natie en cultuur met 'oorspronkelijk vreemde' elementen.

,,Cohen symboliseerde het hoogtepunt van de Duits-Joodse cultuur, waaraan met de Shoah een even abrupt als tragisch einde kwam. Zijn vrouw Martha stierf in concentratiekamp Theresienstadt.''

Hoe zwaar die last van het verleden nog drukt op Duitse schouders, blijkt volgens Munk onder meer uit het feit dat de Duitstalige Joodse filosofie uit de periode 1750-1932 aan Duitse universiteiten nog steeds amper wordt bestudeerd.

Zowel in het onderwijs als in het onderzoek van Munk zal Cohen een belangrijke rol spelen. Verder komen aan de orde Levinas, de Hegel-kenner Emil Fackenheim en Nathan Rotenstreich, een groot kenner van Joodse filosofie in de 19de en begin 20ste eeuw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden