Bij welke bomen hebben we de stofzuiger niet nodig?

© thinkstock Beeld
© thinkstock

Bij het kopen van een kerstboom hebben we de keus uit een tiental verschillende bomen. Welke nemen we? En waarom?

Nicolien van Doorn

De Kerstdagen naderen, het is weer tijd om een boom aan te schaffen. Wie gauw klaar wil zijn, koopt er een bij de dichtstbijzijnde straatverkoper of via internet. De wat kritischer ingestelde mens hopt van bouwmarkt naar tuincentrum naar boomkweker, net zolang tot hij een boom tegenkomt die aan al zijn wensen voldoet. Bij sommige mensen staat zo'n boom drie weken voor Kerst al voor het raam. Anderen wachten tot het laatste moment, als de mooiste weg zijn en de lelijkerds flink in prijs zijn gedaald.

Maar los van de vraag of we gemakzuchtig, kritisch, vroeg of laat overgaan tot de aanschaf van onze kerstboom... weten we eigenlijk wel wát we kopen? Vroeger werd het per definitie een fijnspar omdat er niks anders was, maar dat is niet meer zo. Tegenwoordig kunnen we kiezen uit een tiental verschillende bomen.

Nu kan ik me voorstellen dat het de meeste mensen een zorg zal zijn of ze een blauwspar of een Nordmann in huis halen, zolang zo'n takkenbos zich maar gewillig laat volhangen met ballen, slingers en lampjes. Toch kan het handig zijn om de boomsoorten nader te leren kennen, al was het maar om te weten wie zijn naalden makkelijk laat vallen en wie niet. Dat scheelt een hoop ergernis en stofzuigen.

Hoewel je uiteraard iedere denkbare boom in de kamer kunt zetten, tot een zelf getimmerde aan toe, worden er voor kerstbomen over het algemeen twee boomsoorten gebruikt: sparren en zilversparren. Op het eerste gezicht lijken ze sterk op elkaar - groen en kerstboomvormig. Maar kijk je beter, dan zie je grote verschillen. Ik zal hier geen ingewikkeld verhaal ophangen over zachte, stekelige, zilveren of groene naalden en over hangende of staande kegels, want dat onthouden we toch niet. En dat hoeft ook niet, want er is een handig foefje om te zien of je de afgelopen dagen een spar of een zilverspar hebt opgetuigd: trek een naald van een tak. Als er een stukje schors (een 'vlaggetje') meekomt en er op de tak een wrattig litteken te zien is, dan heb je een spar (Picea). Is de naald gaaf en blijft er op de tak een ronde indeuking achter, dan is het een zilverspar (Abies).

Heb je zojuist ontdekt dat je een spar in de kamer hebt staan, zet de stofzuiger dan maar vast klaar. Vooral bij de ouderwetse fijnspar (Picea abies) zitten na een week meer naalden in de stofzuigerzak dan aan de takken. Vroeger viel dit niet zo op - in de kamer stond een kachel en daar konden die bomen wel tegen. Maar met de droge warmte van de centrale verwarming hebben kerstbomen het een stuk moeilijker gekregen.

Wil je dat er ook na Oud en Nieuw nog wat naalden aan de boom zitten, dan kun je beter een blauwspar (Picea pungens) nemen. Zijn blauwgroene naalden laten uiteindelijk wel los, maar zitten iets vaster dan die van de fijnspar. Een minpunt van deze boom is dat die naalden stekelig zijn, zodat hij moeilijk is vast te pakken. En een uitgesproken geur heeft hij ook al niet.

Kleinbehuisden of liefhebbers van een elegante boom kunnen terecht bij de Servische spar (Picea omorika), een hoge slanke boom met afhangende takken en zachte naalden die lekker ruiken. Ook deze spar verliest ze, maar ook hij doet dat minder snel dan de fijnspar. Nog kleiner behuisden zouden kunnen denken aan een dwergconifeer die zelfs op de tafel past. Picea glauca 'Conica' is een groene piramide van zo'n halve meter hoog. Als je de naalden kneust, ruiken die naar zwarte bessen.

Als blijkt dat je geen spar maar een zilverspar hebt, dan is de stofzuiger niet nodig. De naalden van een zilverspar zitten met zuigkussentjes vast aan de tak en laten daarom vrijwel niet los. Een extra prettige bijkomstigheid van deze bomen is dat de meeste ruiken naar citroen, mandarijntjes of terpentijn - al naar gelang de soort.

De populaire Nordmann (Abies nordmanniana) heeft een mooie symmetrische vorm. Zijn naalden zijn donkergroen en zacht, en ruiken naar citroen als je ze kneust. Zijn enige nadeel is dat hij langzaam groeit, waardoor hij behoorlijk prijzig is. Dat geldt ook voor de Fraser (Abies fraseri) met zijn korte zilvergroene naalden. Deze boom is bovendien zo slank dat hij ook in een kleine ruimte past.

De Koreaanse zilverspar (Abies koreana) is een driehoekige boom met donkergroene naalden die van onderen wit zijn. Een boom met lange blauwgroene naalden is de Concolor (Abies concolor). En dan is er nog de grillig gevormde nobilisspar (Abies procera 'Glauca'), met zachte grijsblauwe naalden.

Er zijn verschillende manieren om een afgezaagde kerstboom zo lang mogelijk goed te houden. Zet hem om te beginnen een eind bij de verwarming vandaan. Is er geen andere plek dan bij een radiator, draai die dan laag of uit. Zet een kluitloze boom in een emmer of een kerstboomvoet waar water in kan en geef hem de eerste dag vier liter water, daarna een liter per dag. Vooral de Nordmann is een enorme zuipschuit.

Ben je van plan de boom na de feestdagen in de tuin te planten, dan kan dat uiteraard alleen als hij een kluit heeft. Hoe kleiner de boom en hoe groter de kluit, hoe groter de kans dat hij aanslaat. Laat de boom na zijn verblijf binnenshuis wel eerst even acclimatiseren in een schuur of de garage. Plant hem wanneer het niet vriest en geef hem na het planten een flinke plens water. En bedenk - al kun je dat beter vóór het planten doen - dat een dwergconifeer een paar meter hoog wordt, maar dat de rest reusachtige afmetingen krijgt.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden