Opinie

Bij Uotinen druipt het narcisme van alle plastische poespas af

Wij kennen de lentekriebels; een lichte jeukaandoening vergeleken bij de gekte die mensen op 66 graden noorderbreedte bij de zomerkomst ervaren. Op de 21ste juninacht gaat de zon er niet onder, reden voor uitbundige feesten.

Maar de verstoring van het biologische ritme wakkert ook angsten en hallucinaties aan. Of dit natuurverschijnsel de sterke gevoeligheid voor lichtval in strakke vormgeving in zoveel Scandinavische kunst verklaart, durven Ton Wiggers en Hans Focking niet te zeggen. Maar toen de twee leiders van Introdans de midzomernachtzon tijdens een festival in Finland zelf meemaakten, wisten zij wel dat dit het thema voor hun dansprogrammering moest worden. Aan twee Finse en een Zweedse choreograaf vroegen zij naar hun 'midzomernachtdromen'. Een fascinerend uitgangspunt en bijzonder geschikt voor dans, zo blijkt.

De Fin Tero Saarinen (1964) brengt met zijn 'Westward Ho!' op muziek van Gavin Bryars drie zeelieden op de rand van de wereld. In strak maaiende mouvementen doorstaan zij de gang van geboorte-leven-dood, terwijl de grogstem van Tom Waits maar 'Jesus blood' blijft mekkeren. Yuri Huyg weet van de ondraaglijke wanhoop die bij vlagen door Saarinens minimalisme breekt een persoonlijk drama te maken. Damilo Mazzotta en Vincent Colomes als twee meevarenden in de wit-blauwe roes missen die diepgang.

De Zweed Jens Ostberg (1971) droomdanst de midzomernacht niet in het 'less is more'-principe, maar in een onvermoede combinatie van stijlen. Vier vrouwen en vier mannen zwalken die nacht in de tijd: in een balzaal van de Zonnekoning stappen zij in en uit de nieuwe tijd. Kickend, dribbelend of rollend tussen vallende en weer herrijzende draperieën ontdoen de vrouwen zich als kordate krachtpatsers van hun crinolines. Zij en niet de mannen in hun barokke tuniekjes scoren in New Age-atletiek. Door deze hutspot van onbegrijpelijke taferelen glijdt een enorme spiegelende zwarte doos. Behoorlijk ontregelend is ook de elektro-akoestische muziek van de Amerikaanse componist William Brunson. 'Frygische Tanze' noemt de Zweedse choreograaf dit oorspronkelijk voor het Bayerisches Ballett Munchen gecreëerde ballet. Hij wilde ermee verrassen, maar barok ballet, breakdance en de laatste badmode leveren in Ostbergs blender geen dramatisch interessante droom of nachtmerrie, wel een postmodern commentaar op de uitzichtloosheid van postmoderne dans.

De midzomernacht zet de Fin Jorma Uotinen ertoe aan om twaalf dansers in een mistig-mythische grot op te sluiten. Daar vervluchtigen hun relaties in een van kleur veranderende lichtval, van vaal blauwgrijs tot paarsgifgroen. Ook hier fungeert de kaalgeschoren Yuri Huyg als de imposante blikvanger. Is hij in Uotinens dansgrot Spartacus, Vulcanus of Yul Brunner? De droom wordt op gang gehouden door theatrale accordeonmuziek van Kimmi Pohjonen, met een hoog Zon, Zeus, Zen gehalte. Uotinen maakte van zijn droom een Scandinavische variant van Shiva-dans. In zijn mysticisme mag alles als het maar mooi oogt.

Als een in Nederland al bekende theatermaker door optredens in het Amsterdamse Muziektheater en eerdere creaties bij Introdans, doet hij zijn naam gestand, maar nooit eerder dweepte hij zo langdradig met kitscherige erotiek in repeterende reeksen. Zijn droom levert voornamelijk gedoe op, met bezwete blote torso's en sierlijk op de schouders genomen haremnimfen, die nepvliegen of langs lendenen glijden. Narcisme druipt van alle plastische poespas af. Bij dansers en publiek ging het er in als zoete koek.

Op tournee tot eind oktober.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden