Review

Bij Tim Krabbé weet je wat je krijgt

Hoezeer de techniek van de suspense tot in de naden van Tim Krabbés stijl is doorgesijpeld, blijkt al meteen in de eerste regel van 'De grot'. “Na ongeveer een kilometer, zoals hem was gezegd, zag hij het”, luidt de zin, waarmee de schrijver zich introduceert. Het? Wat is 'het'? In de tweede zin, zonder een woord ertussen, staat het antwoord al: “Een breed betonnen gebouw, vijf verdiepingen hoog, een eindje van de weg aan de rand van het vliegveld.”

Tim Krabbé speelt een vernuftig spelletje met zijn lezers. Constant houdt hij dingen achter of verschuilt hij zich in vage formuleringen om op een later, met zorg uitgekozen, moment de informatie achteloos prijs te geven. Hij geeft snel gas, of neemt juist snelheid terug tot een tergend trage pas. Er staat niets voor niets. Geen terloopse metafoor - 'de hitte viel over hem heen als een barnsteendruppel die hem eeuwig zou vasthouden' - blijft zonder betekenis voor de ontknoping.

Het strakke keurslijf van de thriller houdt ontegenzeggelijk de aandacht gevangen. Krabbé vertelt het verhaal van de moord op een man en een vrouw met een Nederlands paspoort op een parkeerplaats (aan de voet van het gebouw uit de tweede zin) in de Aziatische staat Ratanak, die met harde hand wordt geregeerd door de communistische dictator Generaal Sophal, 'Werker Nummer Eén'. De plot lijkt losjes geboetseerd naar de situatie in Singapore, waar de drugskoerier Johannes van Damme een aantal jaren geleden werd terechtgesteld.

Naast een klassieke whodunit is 'De grot' vooral een speurtocht naar de motieven van de belangrijkste personages, die zich op de valreep een vergeten liefde lijken te herinneren. Waarom laten deze twee, op het oog haast doorsneemensen zich in met de drugssmokkel in een land, waar de doodstraf nog kort tevoren een Nederlands slachtoffer heeft geëist?

Het antwoord ligt besloten in de persoonlijke geschiedenis van de man en de vrouw. Met grote precisie trekt Krabbé lijnen terug in de tijd, waarin De Een en De Ander elkaar ontmoeten. Hij voert ons terug naar de jaren zestig, naar een jeugdkamp in de Ardennen, waarin de twee zowel de liefde voor elkaar als voor stenen (zij gaat ze verzamelen, hij wordt geoloog) ontdekken. De 'barnsteendruppel' valt op zijn plaats.

Voor de verklaring van hun latere, criminele gedrag valt Krabbé terug op de vaste noodlottige factoren van de thriller. Naast de onvervulde liefde speculeert hij op de tomeloze nieuwsgierigheid, waarmee hij zijn gretige publiek zo plagerig naar het einde lokt. Egon Wagter, de man die op de parkeerplaats in Ratanak afrijdt met een koffer vol drugs in zijn achterbak, blijkt ook die zucht naar het onbekende te bezitten. Hoewel Egon een intelligente, afwachtende man is, knaagt er toch iets aan hem: “Soms verlangde Egon daarnaar - te zijn zoals zij waren, iets geheimzinnigs waarnaar gegist werd, en dat de achterblijvers van huiver vervulde”. Uit ergernis dat zijn carrière als geoloog is gestrand en zijn relatie is mislukt, geeft hij toe aan de verlokkingen van de geheimzinnigheid.

Net als in 'Het gouden ei', Krabbés meest succesvolle roman, zorgt een kwade genius ervoor dat de hoofdpersoon onderduikt in het onbekende. In 'Het gouden ei' laat Rex zich overhalen door Lemorne, de ontvoerder en moordenaar van zijn vrouw Saskia, hetzelfde lot te ondergaan. Enkel en alleen omdat Rex het niet kan verdragen niet te weten wat er met Saskia is gebeurd, eindigt hij in een grafkist onder de grond. Levend begraven.

In 'De grot' wordt de sleutelrol in de driehoeksrelatie tussen de man, de vrouw en het kwaad vervuld door Axel van de Graaf. Als Axel als jongetje wordt gevraagd wat hij later wil gaan doen, antwoordt hij: “Mislukken”. Dit subversieve personage heeft de gave mensen te laten willen wat híj wil. “Doen alsof je het voor het zeggen hebt.” En dat werkt. Zijn talenten nemen niet alleen Egon voor hem in, maar brengen Axel ook aan de top van de onderwereld.

Binnen de opzet van de roman is de dodelijke vriendschap tussen de crimineel en de idealistische intellectueel maar net te begrijpen. Krabbé weet goed hoeveel hij moet prijsgeven om iets, even in een strakke alinea, aannemelijk te maken. Toch wreken zich juist hier de beperkingen van de thriller, of in elk geval de koele manier waarop Krabbé het genre beoefent. Want te midden van al die soepele cliffhangertjes, die haken naar de volgende regel, blijven de karakters in feite houten marionetten, waar nog geen splintertje aan uitsteekt.

Het heeft er alle schijn van dat Krabbé zich dit wel bewust is, maar dat het hem simpelweg geen bal kan schelen. Hij houdt het opzettelijk bij een decor van realiteit. Alleen de decorstukken die hij kan gebruiken, staan op het podium. Bovendien snijdt Krabbé elke verwijzing naar of verwantschap met andere literatuur, filosofie of kunst resoluut uit zijn boek. Het moet toch moeite hebben gekost zelfs niet te knipogen naar de grot van Plato, waarin de schimmen op de wand ten onrechte voor de werkelijkheid worden aangezien.

Bij Tim Krabbé weet je wat je krijgt. Een knap geconstrueerde thriller zonder diepzinnige poespas. Zijn stijl blijft altijd voorspelbaar onvoorspelbaar. Desondanks was ik op de laatste bladzijden oprecht geïmponeerd door het mooie beeld van de grot, waar hij het hele boek naar toe had gewerkt. Door een 'geologisch venster' zet Krabbé zijn verhaal nog eens in perspectief, keert hij de tijd voor de laatste keer om. Geïmponeerd was ik, maar niet ontroerd. Zijn roman is als zijn eigen barnstenen metafoor: door lang slijpen en druppelen van een mooie vorm, maar in wezen koud en ondoordringbaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden