Bij Piet Raijmakers stond de sport altijd op eerste plaats

Raijmakers: 'Ik ga altijd als eerste de ring in, als verkenner voor de anderen.' ( FOTO CHRIS KEULEN) Beeld
Raijmakers: 'Ik ga altijd als eerste de ring in, als verkenner voor de anderen.' ( FOTO CHRIS KEULEN)

Nog eenmaal rijdt Piet Raijmakers in wedstrijdtenue de piste van een groot concours binnen. Zondag neemt hij in Den Bosch afscheid als springruiter, na 35 jaar topsport.

„Kijk, daar wonen we.” Piet Raijmakers (54) wijst naar een stallencomplex met paardentrailer op het erf, naast de A67, even voor Asten. „Met dat rode dak is ons huis. Mijn vader woont er ook nog. Hij is 87.”

Op zijn vaders boerderij leerde hij met paarden omgaan. Als enige van de negen kinderen dook hij professioneel het hippisch métier in: springsport, ruiters en paarden opleiden en handel. „In die volgorde. De sport ging altijd voor.”

Hij maakte van het ouderlijk huis een hippisch bedrijf, met stallen en een binnenbak. Het werd de thuisbasis van een succesvol springruiter.

Maar nu zoeven we erlangs. Een half uur geleden is Raijmakers op Eindhoven Airport geland, na een bezoek aan Arezzo bij Pisa, waar hij twee beginnende amazones heeft begeleid, een Russische en een Oekraïense. We rijden naar manege De Leistert in Roggel, waar het concours hippique Midden-Limburg wordt gehouden. Zijn zoons doen er mee.

„In Roggel is een jaar geleden mijn einde begonnen”, peinst de nu bijna ex-pikeur. Een val was de oorzaak. „Het paard wilde linksaf en Piet viel naar rechts”, vertelt echtgenote Dorry vanaf de achterbank. Gevolg: voor driekwart afgescheurde schouderspieren. Het kwam niet meer goed.

Wel vervelend, vindt Raijmakers. „Ik heb nog drie paarden van veertien, vijftien jaar. Ik wilde ze oprijden en dan stoppen. In de aanloop van het buitenseizoen was ik goed bezig en ik dacht serieus aan EK-deelname.” Niet dus.

Hij probeerde het nog met een schouderbrace op het NK. Daarna schreef de dokter hem drie maanden revalidatie toe. Vervolgens mislukte deelname aan een invitatieconcours in Stockholm. Toen stond zijn besluit vast: stoppen.

Zo nadert het einde van een carrière die hij als negentienjarige begon. „Mijn eerste succes was in Lanaken, in 1977, een jaar na de Spelen van Montreal. Aan dat concours deden alle grote namen van die tijd mee en ik won. Als jonkie dat net kwam kijken.”

Zijn aansprekendste resultaat is de gouden olympische medaille met de springploeg, in 1992 in Barcelona. „Toen Nicolien Sauerbreij de honderdste gouden medaille won, kreeg ik bloemen van NOC-NSF. Het zijn maar honderd olympische titels voor Nederland in honderd jaar. En ik heb er één. Als je daarover nadenkt, besef je hoe bijzonder dat is.”

Hij haalde zijn grootste successen steeds in ploegverband. Niet alleen in Barcelona, maar ook het EK 1991 in La Baule, de Grote Prijs van Aken 1991 en, nog tamelijk recent, het WK van 2006. „Of ik een ploegmens ben? Tja, ik ga altijd als eerste de ring in, als verkenner voor de anderen. Kennelijk kan ik de ervaring goed overbrengen.” Ook weet hij als het nodig is spanning te temperen. „Of we wel of niet winnen, het wordt geen oorlog, zeg ik bijvoorbeeld. Zo’n opmerking breekt de spanning.”

Die rustbrengende vanzelfsprekendheid maakt hem geschikt om jonge ruiters te begeleiden. Zijn zoons natuurlijk, met wie hij de programma’s per paard opstelt. „Waar willen we wanneer met welk paard pieken?” Momenteel heeft hij een Japanner onder zijn hoede om hem bekend te maken met binnenconcoursen: „Die kennen ze in Japan niet.”

De zoons treden in zijn voetsporen. „Ze zijn op latere leeftijd begonnen, ze hebben eerst gevoetbald, geijshockeyd en gemountainbiked. Nu zijn ze bij de paarden uitgekomen. Daar ben ik trots op.”

Zij wonen nog thuis, Piet junior (27) en Joep (25), waar de paarden staan en waar ze kunnen trainen. „Ze hebben allebei verkering. Gelukkig met meisjes die paardrijden.”

Gelukkig?

Hij moet lachen: „De een doet dressuur, de ander aan springen. Ze kennen de paardenwereld. In dit vak kun je niet op zondagmiddag hand in hand op de bank zitten en dat weten ze.”

Raijmakers spreekt uit ervaring. Dorry was er ook eentje uit een paardenfamilie. Ze is de spil van het bedrijf, regelt alles. „Die kijkt niet vreemd op als ik zondagmorgen vier uur de paarden in de trailer laad en op concours ga.” In Roggel zoekt Raijmakers eerst zoon Joep op. „Even zijn wedstrijdplan met hem doorspreken.” Hij is tevreden. „Zo had ik het ook gedaan.”

Gaat zijn leven ’in rust’ hem meer ontspanning brengen? „O nee, denk ik niet. Ik ben altijd gespannen als ik naar mijn zoons kijk. Wie de ring in rijdt, heeft het idee dat hij alles in eigen hand heeft. Nu sta ik ernaast, moet ze laten gaan en kan ik niks meer doen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden