Bij overspel: Madame Bovary

Wat heb je eigenlijk aan kunst? Julie Phillips las twee boeken waarin kunst therapeutische waarde wordt toegedicht. Ach ja, waarom ook niet?

Christus verschijnt aan zijn moeder en haar vaker te bellen.

'Waartoe dient kunst?" De vraag wordt vaak gesteld, maar is misschien weinig zinvol gezien het gebrek aan bruikbare antwoorden. Vragen we ons af waar seks goed voor is? Maken mensen kunst omdat het nuttig is? Dat lijkt me niet. We schilderen, schrijven, lezen, kijken, luisteren en maken muziek omdat de mens dat nu eenmaal doet. Verbeeldingskracht zit ingebouwd in ons systeem; het is onze verbinding met de wereld en met elkaar.

Soms wordt met de vraag 'Waarom kunst?' eigenlijk iets anders bedoeld. Bijvoorbeeld: 'Moet ik eraan meebetalen?'.'Hoeveel is het waard?' Of zelfs: 'Welke ideologie ondersteunt het?'

Dit zijn geen vragen over kunst, maar over geld en macht.

Maar de vraag komt ook weleens voort uit een gevoel van machteloosheid. Gefrustreerd door kunstwerken die te veel (of juist te weinig) van ons vragen, in verlegenheid gebracht door een alom geprezen boek waar we niet doorheen komen, overweldigd door het enorme aanbod aan creatieve uitingen, gooien we de kunstbijlage recalcitrant bij het oud papier.

Met 'we' bedoel ik natuurlijk 'ik': ook recensenten zijn hier niet immuun voor, integendeel. Een criticus probeert onderscheid te maken tussen belangrijk en middelmatig. Maar ondanks alle moois voelt het soms wel als een rijstebrijberg die je met een theelepeltje moet zien weg te werken.

Twee recente boeken willen iets doen aan die frustrerende, ongelijke strijd tussen de lezer en tekst, tussen toeschouwer en kunstwerk. De auteurs proberen de vreugde om een mooi object terug te winnen, het plezier van het verdwijnen in een roman. Tegelijk hebben ze een slimme truc gevonden om kunst in het huidige individualistische klimaat aan de man te brengen: kunst is belangrijk, niet omdat het maatschappijkritisch is, of statusverhogend, of omdat het goed is voor je algemene ontwikkeling, of omdat het het denken stimuleert. Kunst doet er toe, omdat het goed is voor je geestelijke gezondheid.

Dat beide boeken voortkomen uit de Londense School of Life is geen toeval. Deze door de populaire schrijver-denker Alain de Botton opgerichte instelling wil mensen met behulp van filosofie en kunst bijstaan in hun alledaagse problemen. En zoals 'Kunst als therapie' laat zien hoe schilderijen en beeldhouwwerken je kunnen helpen om je emotionele evenwicht te hervinden, presenteren de twee Britse schrijfsters van 'De boekenapotheek' fictie als bron van zelfkennis. Aan de School of Life verzorgen Ella Berthoud en Susan Elderkin 'bibliotherapie'-sessies. Hun lichtvoetige boek herinnert je eraan dat het leven altijd leuker is met een boek in de hand.

Kunst kijken hoeft niet per se een intellectuele bezigheid te zijn, benadrukken De Botton en zijn medeauteur, kunsthistoricus John Armstrong: je mag best bekennen wat een schilderij met je dóét. Kunst kan hoop bieden of rustiger maken, gevoelig stemmen voor schoonheid, kunst kan verdriet en pijn een plaats geven in je leven. Ze herinnert ons aan onze sterfelijkheid.

Een kunstenaar kan een soort superieure kiekjes maken: hij kan een scène vastleggen door precies de juiste details te kiezen, zoals Vermeer doet in zijn 'Brieflezende vrouw'.

Hij kan ons de weg wijzen naar een 'speelse, natuurlijke erotiek' (Lourens Alma Tadema), ons uitnodigen om te genieten van het leven (David Hockney), of ons leren gewoon 'met een vriendelijker en alerter blik naar de wereld om ons heen te kijken' (twee bronzen bierblikjes van Jasper Johns). Voor de amateur-kunstliefhebber is het bevrijdend om te horen dat kunst het oog van de kijker behoort te strelen, en niet het ego van de kunstenaar.

Toch wringt er iets. schrijven De Botton en Armstrong op een nogal belerende toon en dat ondermijnt hun pogingen om de experts te passeren. Bovendien lijken hun laatste restjes humor en helderheid de vijf vertalers door de vingers te zijn geglipt. Maar vooral ook voeren De Botton en Armstrong hun idee te ver door, zoals wel vaker het geval is bij grootse plannen.

Moet de Londense Tate Gallery proberen 'om werken te verzamelen die tegemoetkomen aan de psychologische behoeften van het land'? Daar is niet eens zo'n gek idee. Zouden we een vijftiende-eeuws Vlaams schilderij van Jezus en Maria kunnen beschouwen als een oproep om je moeder vaker te bellen? Ach, waarom niet. Maar dan stellen de auteurs voor om musea niet naar periode of stroming in te delen, "maar naar de belangrijke emoties die door bepaalde werken bij ons worden opgewekt". Er moeten zalen komen voor Zelfinzicht, Liefde, Angst, Mededogen, Leed, enzovoort.

Bij zoiets gaan de intellectueel en de geschiedenisliefhebber in mij steigeren. Pieter de Hooghs 'De binnenplaats van een huis in Delft' kan ons misschien iets leren over "hoe we onze verantwoordelijkheden en verwachtingen van liefde vorm moeten geven" (De Botton mag graag de wij-vorm gebruiken). Maar het vertelt toch ook iets over het leven in de zeventiende eeuw, en over de blik van Pieter de Hoogh?

Wie te serieus en hoogdravend wordt over kunst (dat geldt ook voor seks), schiet zijn doel al snel voorbij. Kunst kun je het beste benaderen door gewoon helder en creatief te kijken of te lezen - en wij critici willen daar graag bij helpen. Een speelsere benadering voorkomt in elk geval dat je blik op kunst te veel versmalt.

De belezen schrijvers van de succesvolle zelfhulpgids 'De boekenapotheek' geven de rol van de criticus een heel nieuwe invulling, als een kruising tussen een adviesrubriek en een gezelschapsspel voor gevorderden. Van een gebroken hart tot een gebroken servies, van apathie tot xenofobie: voor groot én klein leed bevelen ze je een roman aan. Soms een die je aandoening verhelpt, soms een die de pijn verzacht door te laten zien dat meer mensen in hetzelfde schuitje zitten. Hun geloof in de kracht van lezen werkt aanstekelijk, waardoor de rijstebrijberg opeens weer op een tuin der lusten begint te lijken.

Sommige recepten liggen voor de hand, zoals 'Madame Bovary' bij overspel, of Hermans' 'Onder professoren' in geval van afgunst - dat laatste is trouwens een suggestie van Maarten Dessing, die het boek voor Nederlandtalige lezers bewerkte, met hulp van De Culturele Apotheek - een stel bibliotherapeuten van eigen bodem die 'spreekuur' houden in bibliotheken en op festivals. Andere keuzes zijn gedurfder. In geval van identiteitscrisis schrijven de auteurs bijvoorbeeld Kafka's 'Gedaanteverwisseling' voor.

Af en toe hebben ze meer aandacht voor de aandoening dan voor de remedie. Kazuo Ishiguro's 'De rest van de dag' wordt door de auteurs aangegrepen om te waarschuwen tegen uitstelgedrag, en Thomas Manns 'Doctor Faustus' tegen het verkopen van je ziel - een raad die vaker nodig is dan je zou willen. Maar meestal wordt de kwaal gebruikt om de aandacht te vestigen op de literaire kwaliteiten van een boek, waardoor je meteen zin krijgt om het te (her)lezen. Als je last hebt van misselijkheid, adviseren ze bijvoorbeeld, sla dan 'Terugkeer naar Brideshead' open en zie hoe Evelyn Waugh herhaling gebruikt "om een toestand van weloverwogen evenwicht te behouden. (...) Zie hoe alliteratie en overlapping het overnemen en ons met de preciese pasjes van een danser meevoeren (...) waarbij komma's zorgen voor een vloeiend zwieren en zwaaien."

De auteurs zijn van vele markten thuis: ze bevelen klassiekers aan, pas uitgekomen boeken, bijna vergeten boeken die een herwaardering verdienen. ('Stoner' haalt hun lijst niet, maar James Salter wel.) Ze zijn geenszins literaire snobs: waar nodig schrijven ze westerns, sciencefiction en populaire romans voor. Maar ze zijn er ook niet vies van om hun lezers iets bij te brengen, bijvoorbeeld door in een noot even iets te vertellen over de Franse avant-gardistische Oulipo-groep bij een bespreking van Georges Perecs verrukkelijke 'Het leven een gebruiksaanwijzing'.

De twee Engelse schrijfsters hebben (tot onze schande?) zelf geen enkele Nederlander opgenomen, en maar één (Franstalige) Belg: Simenon. In de Nederlandse editie zijn hun keuzes daarom aangevuld of vervangen door boeken uit het Nederlandse taalgebied. Voor sommige onmisbare boeken werden nieuwe lemma's bedacht, zoals 'betweterigheid' ('Max Havelaar') en 'feestjes, afkeer van' ('Het leven is vurrukkulluk'). Anders dan de Engelse schrijvers geven de bewerkers van de Nederlandse uitgave de voorkeur aan recente romans. Ze noemen maar één Mulisch, één Claus, één Haasse, geen Nooteboom, nul Nescio , tegenover vier A.F.Th.'s en wel vijf Renate Dorresteins.

Tussen hun 'recepten' door hebben de auteurs stukjes toegevoegd over specifieke leeskwalen, zoals een ongeordende boekenkast (hun advies: zet op alfabet, op land van herkomst, of in chronologische volgorde, "maakt niet uit waar je voor kiest, als er maar systeem in zit"). Ze geven twee toptienlijstjes van boeken om je partner (m/v) aan het lezen te krijgen. Ze vertellen hoe te handelen bij niet-lezende partners-bij hardnekkige gevallen is verlaten geoorloofd, noodzakelijk zelfs. En ze verdedigen op slinkse wijze hun eigen hapsnap-aanpak met een citaat uit Laurence Sterne's 'Tristram Shandy', dit weergaloze curiosum van de achttiende-eeuwse literatuur: "Afdwalingen, dat staat vast, zijn het zonlicht. Ze zijn het leven, de ziel, van het lezen!"

Ondanks de individualistische invalshoek maakt 'De boekenapotheek' deel uit van het groeiende genre dat de lof zingt van het lezen. Wij, de bedreigde lezers, kruipen bijeen rond het kampvuur van dit soort boeken, met onze rug naar de duisternis, ons koesterend aan de warmte van de liefde voor het lezen. Boeken als deze zijn kennelijk niet overbodig gemaakt door internetbesprekingen, leesclubs, schrijversoptredens en dergelijke. Die lijken alleen maar een grotere behoefte te creëren aan het genre. Want waartoe dient kunst? Om erover te kunnen praten, of zoals het aan Italo Calvino ontleende citaat het zegt: "Wat is er vanzelfsprekender dan dat er een solidariteit, een medeplichtigheid, een verbondenheid ontstaat tussen Lezer en Lezer, dankzij het boek?"

Misschien maak ik me daarom weinig zorgen over de vermeende ondermijning van de criticus door internet. Een boekbespreking gaat over nieuwsgierigheid en verbeelding. Hoe meer stemmen in die discussie opklinken, hoe beter. Maar daarvoor heb je wel een podium nodig, of een centraal marktplein. De krant pretendeert graag dat podium te bieden, zelfs het kloppend hart te zijn van de openbare discussie. Als cultuurkaternen vervolgens wegbezuinigd worden, omdat alles toch online wordt besproken, dan wordt er in feite gezegd dat er in het publieke discours dat een krant vertegenwoordigt, geen ruimte is voor het praten over kunst. En daarmee dat we niet meer geloven in de verbeelding als bron van inzicht -een nogal on-menselijke gedachte.

Alain de Botton & John Armstrong: Kunst als therapie. (Art as Therapy) Vert. Gerre van der Kleij, Maarten Schellekens, Henja Schneider, Nicole Seegers en Jaap Verschoor. Terra Lannoo, Houten; 240 blz. euro 35

Ella Berthoud & Susan Elderkin: De boekenapotheek. (The Novel Cure) Vert. Hester Tollenaar & Roos van de Wardt, aangevuld door Maarten Dessing. Podium, Amsterdam; 512 blz. euro 27,50.

'Tame Buzzard Line'

De binnenplaats van een huis in Delft

ons vermogen tot rijpe, duurzame liefde

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden