Bij overheid is en blijft man de baas

Mooi dat de Kamer zich inspant voor meer vrouwen aan de top. Maar waar blijft het goede voorbeeld?

Eind vorige maand heeft de Tweede Kamer ingestemd met een amendement van PvdA’er Paul Kalma voor wettelijk verankerde streefcijfers voor vrouwen op topposities. Het besluit komt erop neer dat BV’s en NV’s (met meer dan 250 medewerkers) op dertig procent van hun topfuncties een vrouw moeten hebben. Zo niet, dan is de onderneming een verklaring verschuldigd en moet zij eventueel een verbeterplan overleggen. Pas als de streefcijfers bij lange na niet het gewenste resultaat brengen, sluit de PvdA een wettelijk verplicht quotum niet uit.

Het streefcijfer van de Tweede Kamer staat nogal ver af van het Quota-Manifest dat 215 topvrouwen onlangs naar het kabinet en het parlement hebben gestuurd. Zij vroegen dringend om bij wet te regelen dat in 2014 veertig procent vrouwen op topfuncties een feit is.

Het meest bedenkelijke verschil tussen het streefcijfer van Den Haag en de wet waar het Quota-Manifest om vraagt, is dat het streefcijfer volledig voorbij gaat aan het gebrek aan diversiteit bij de overheid en publieke instellingen.

De overheid moet het goede voorbeeld geven, ook als het gaat over diversiteit op de werkvloer. Maar de wet waarin het overeengekomen streefcijfer is vastgelegd, laat bijvoorbeeld de situatie bestaan van één vrouwelijke secretaris-generaal en elf mannelijke collega’s, laat zes procent vrouwen op topposities bij zelfstandige bestuursorganen ongemoeid, laat op alle ministeries, provinciale en gemeentelijke overheden de situatie voortbestaan van ’veel vrouwelijke medewerkers en een man is de baas’.

Zelfs het onderwijs – toch de trekker van vernieuwingen in de samenleving –, de ziekenhuizen en overige gezondheidsinstellingen zullen van het vastgestelde streefcijfer helaas niets merken.

Als de politiek écht werk wil maken van het inhalen van de achterstand die Nederland nog steeds heeft op het gebied van gender diversity, moet zij de eigen wetgeving ook – of zelfs in eerste instantie – toepassen op zichzelf. Meer vrouwen in topfuncties vergt een cultuuromslag, waar alle politieke partijen hun handtekening onder hebben gezet. Dan geldt maar één principe: practice what you preach.

De Haagse voorbeeldfunctie is ook belangrijk bij de benoemingen van commissies en functionarissen. Minister van financiën Wouter Bos heeft vorig jaar rond deze tijd via het Financieele Dagblad tot twee keer toe een paginagrote open brief ontvangen. Die brieven waren ondertekend door ruim 100 vooraanstaande vrouwen en mannen uit de samenleving en vormden een oproep om de crisis aan te grijpen als startpunt voor meer diversiteit in de financiële sector.

Dan is het ook nogal wrang om te constateren dat Bos de commissie die voor hem het failliet van de DSB-bank moet gaan onderzoeken, uit louter mannen laat bestaan.

Alle respect voor de kwaliteiten van de hoogleraren Scheltema, Du Perron en Koedijk en evenzeer voor de accountant Graafsma, maar er zijn voldoende vrouwen (ook hoogleraren en registeraccountants) die niet alleen dezelfde kwaliteit en ervaring hadden kunnen inbrengen, maar die juist ook door hun perceptie het onderzoek en de bevindingen zeer waarschijnlijk minder eenzijdig hadden doen zijn. Zowel wat betreft de voorbeeldfunctie als de toegevoegde waarde is dat een gemiste kans.

Den Haag moet veel meer doen aan diversiteit. Bij het verstrekken van opdrachten aan het bedrijfsleven moet de bestaande diversiteit in de mogelijk in te schakelen ondernemingen als beslissend criterium gelden.

Concreet: een bedrijf krijgt alleen een opdracht van de overheid als de diversiteit van het management overeenkomt met het recent vastgestelde wettelijke streefcijfer van 30 procent. In diverse andere landen is deze regeling van kracht en dat werkt uitstekend.

Ook moet de overheid alle geldstromen die op grond van wetten of anderszins ’om niet’ vanuit Den Haag worden verstrekt, voorzien van een diversiteitseis. De centrale overheid besteedt miljarden aan onderwijs, maar wat betreft diversiteit is het van basisschool tot universiteit nog steeds een achtergebleven gebied. Veruit de meeste leerkrachten op basisscholen zijn vrouw, veruit de meeste directeuren zijn man; veruit de meeste studenten op Pabo’s zijn vrouw, veruit de meeste directeuren zijn man; gender diversity aan de universiteiten ligt nog steeds ver onder de dertig procent.

Daarnaast kan Den Haag (binnen en buiten de overheid) veel doen aan het doorbreken van de benoemingencultuur bij toezichthoudende commissies, adviesorganen en besturen.

Omwille van de diversiteit mannen uit hun functies zetten is natuurlijk onzin. Maar in het zogenaamde secundaire dan wel ’bijbaantjes’-circuit kan zonder enig probleem het percentage vrouwen sterk worden verhoogd. Ook daaruit zal dan naar de bestuurskamers toe een impuls komen voor meer diversiteit aan de top.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden