Bij oorlog met Irak gaat het om het doel

Moet Nederland meedoen aan een oorlog tegen Irak als ook een nieuwe resolutie van de VN niets uithaalt? Dat hangt ervan af wat het doel is en welke middelen daarbij worden toegepast. En wat de prijs is als Nederland uit de pas gaat lopen.

Fred van Iersel

De internationale gemeenschap staat voor grote dilemma's inzake de oorlog tegen Irak. De Nederlandse discussie spitst zich steeds meer toe op noodzaak of wenselijkheid van een nieuwe VN-resolutie.

Stel dat zo'n nieuwe resolutie er komt, is Nederland dan, na het verstrijken van het ultimatum, ertoe verplicht mee te werken aan de oorlog? Of, een andere mogelijkheid: stel dat zo'n resolutie er niet komt door een veto van een lid van de Veiligheidsraad, welk gewicht moet dan aan de huidige resoluties worden toegekend?

Mijn stelling is dat dit dilemma voortkomt uit het legalistisch paradigma (model) in internationale betrekkingen. We kijken naar Irak alsof we met een strafproces bezig zijn en zoeken wettig en overtuigend bewijs tegen Irak. En als we dat niet vinden is oorlog niet legitiem; want oorlog is in dit perspectief in wezen een rechterlijke sanctie. Daarom ontmoet Colin Powell zoveel scepsis. Is zijn bewijs wel wettig en overtuigend zoals vereist?

Dit is een onjuiste vraagstelling. Powell is geen rechter maar een politicus. Zijn doel is niet de toepassing van het internationaal recht op een casus op de wijze van een rechter. Hij hanteert integendeel een clausewitziaanse en dus politieke benadering van de oorlog: de oorlog tegen Irak is voortzetting van de politiek met andere middelen. Anders gezegd: in de discussie over de legitimiteit van een nieuwe oorlog tegen Irak duikt een nieuw moralisme op in de verabsolutering van het volkenrecht.

Kijken wij dus wel met de juiste ogen naar Powell en zijn pleidooi in de Veiligheidsraad? Politieke oordeels- en besluitvorming is immers niet op juridische bewijsvoering gebaseerd. Eeuwenlang heeft de politieke filosofie in het westen dit ook vertolkt.

Zij stelt al sedert Aristoteles dat in de sfeer van de politiek de deugd van de prudentie doorslaggevend behoort te zijn. Die behelst het vermogen om schattingsoordelen te vellen in dynamische politieke omstandigheden, waarin harde feitenkennis vaak ontbreekt. Een prudent oordeel is mede daardoor kwalitatief te onderscheiden van een rechterlijk oordeel.

Een rechterlijk oordeel heeft de vorm van een toepassing van een normatief referentiekader op een casus; doorgaans nadat een overtreding of misdrijf is begaan. Bij een prudent oordeel daarentegen wordt een integrale afweging gemaakt van doelen, middelen, en effecten van mogelijk beleid. Zo wordt op prudente wijze de juistheid van beleid vastgesteld, meer met het oog op de toekomst dan met het oog op het verleden.

In het geval van Irak betekent het primaat van de prudentie dat de politieke hamvraag niet zou moeten zijn hoe een VN-resolutie quasi-mechanisch moet worden toegepast op het binnenkort door Blix aangedragen eindrapport. Iedereen staart zich blind op de vraag of de foto's die Powell liet zien niet verouderd zijn. Het zou daarentegen moeten gaan over een inschatting van de capaciteit aan massavernietigingswapens van Irak.

De politieke vraag zou in de traditie van de prudentie moeten luiden: welke doelen streeft de internationale gemeenschap met Irak na, en onder welke condities, en met welke middelen wil zij dat; en welke indirecte effecten van haar beleid vindt zij nog aanvaardbaar en welke niet meer?

Hoe belangrijk het volkenrecht ook is als instrument voor conflictregulering, het functioneren ervan is onderhevig aan politieke beleidsontwikkeling en besluitvorming en zo hoort het.

Niet voor niets merkte de Britse ambassadeur Colin Budd onlangs op dat er verschil in doelstelling is tussen de Britse en Amerikaanse regering; de Britten staan ontwapening voor, de Amerikanen verandering van regime. De Britten stellen zich blijkens de opstelling van Budd op als co-founding fathers van de VN en als behoeders van het volkenrecht tegen de ondermijning ervan door Irak. Juist daarom voeren de Britten een politieke discussie.

Precies over die politieke doelstellingen van een oorlog moet de discussie gaan, ook in Nederland. Welke doelen streeft de regering na met deelname aan een oorlog tegen Irak? Wat betekent voor Nederland het bondgenootschap en is het de moeite waard dit bondgenootschap te riskeren door een weigering mee te doen aan een nieuwe coalitie tegen het Iraakse regime? Wat betekent politiek gezien een losweken van Nederland uit een Atlantisch kader in de richting van een Europees defensiebeleid en willen we dat? In de Nederlandse discussie van de komende weken zou het daarover moeten gaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden