Bij multitalent Mutsaers is het altijd alles of niets

La belle et la Bete, zelfportret met hond (1983). (Trouw)

Charlotte Mutsaers en Leo Vroman zijn vooral bekend door hun literaire werk. Twee tentoonstellingen vestigen nu de aandacht op hun andere talent, als beeldend kunstenaar. Voor Mutsaers zijn beelden en woorden strikt gescheiden domeinen, bij Vroman lijken ze juist door elkaar te lopen.

Alles wat ze schrijft, is ’onschilderbaar’, zegt Charlotte Mutsaers. Dat is ook de reden dat ze rond 1990 vrij abrupt stopte met haar beeldende werk. Jarenlang had ze geschilderd en getekend en daarnaast ook lesgegeven op de Amsterdamse Rietveld Academie. Tot ze zich ineens realiseerde dat wat ze wilde vertellen, niet meer met schilderskwast of tekenpotlood kon uitbeelden. Natuurlijk had ze ervoor kunnen kiezen om beide te blijven doen, maar dat werkt niet. Het is bij haar altijd ’alles of niets’.

Een dubbeltalent wordt Charlotte Mutsaers (1942, Utrecht) genoemd. Zowel in de Nederlandse schilderkunst als in de literatuur neemt ze een opvallende positie in. ’Paraat met pen en penseel’ is dan ook de toepasselijke titel van de overzichtstentoonstelling die het Letterkundig Museum nu wijdt aan de winnares van de P.C. Hooftprijs 2010. Ook haar leven naast de kunsten komt daar aan bod, zoals haar familie, haar dierenliefde en vasthoudende strijd tegen dierenonrecht, onder meer als lijstduwer van de Partij voor de Dieren.

Eigenlijk doe je haar nog te kort door haar te typeren als een dubbeltalent, zo leren de expositie, het bijbehorende boek en een documentaire. Want ze is ook nog eens muzikaal. De muziek was zelfs haar eerste (en blijvend grote) liefde. Ze groeide op aan de voet van de Domtoren in Utrecht en als klein meisje speelde ze de carillonklanken, vaak deuntjes uit Valerius Gedenkklank moeiteloos na met een houten hamertje op een xylofoon. Ze kon geen noten lezen, maar voelde feilloos aan op welke toetsen ze moest slaan. Later leerde ze pianospelen en alsnog noten lezen, maar ze is niet doorgegaan in de muziek. Dat viel niet te combineren met schrijven en schilderen. Dat neemt niet weg dat ze thuis regelmatig op haar harmonica speelt – ze kreeg les van bandoneonist Carel Kraayenhof – waarbij ze altijd wordt begeleid door het gejank van haar hond, de foxterriër Pieter. Ook haar vorige foxterriërs – Dar, Plume en Koert – huilden altijd hardnekkig mee.

Net als Mutsaers zelf is haar oeuvre te typeren als eigenzinnig, aanstekelijk, intens en fantasierijk. Haar beeldende en schrijvende werk zijn nauw verknoopt. De rode draad erin is haar eigen leven: de herinneringen aan haar jeugd, de zomers in Wijk aan Zee, de logeerpartijen in het kasteel van haar grootvader in Kapellen en de tochtjes naar Antwerpen. Volgens Mutsaers is haar werk ’een autobiografie van het gevoel’.

Na een studie Nederlands ging Mutsaers op haar 29ste naar de Rietveld Academie. Als beeldend kunstenaar trok ze de aandacht met haar ironische en opzettelijk half naïeve schilderijen en tekeningen. Hoogtepunt in haar beeldende werk zijn de kleurrijke en majestueuze Piëta’s die ze in 1984 schilderde en die nu ook meteen de aandacht trekken in het Letterkundig Museum. Mutsaers schilderde ze niet als religieus bedoeld thema. In haar essaybundel Hazepeper die in diezelfde periode verscheen, schreef ze er het volgende over:

De blinden, de Amerikanen, de foxterriërs,/ de schoenmakers, Napoleon, James Ensor,/ de dierenkwellers, de drogisten zonder haar,/ de wetenschappelijke medewerkers, de paus,/ wie zou er eigenlijk niet willen sterven/ in de omarming van zijn bloedeigen moeder?/ Als een rotsblok, als een grot waarin een grote/ zoon kan schuilen, zó rijst de Piëta voor ons op./ Waar vinden wij, dochters, zo’n toevluchtsoord?

Die laatste hartekreet verwijst onmiskenbaar naar de moeizame relatie die ze met haar moeder had. In de documentaire die Suzanne Raes voor de NPS over Mutsaers maakte, vertelt ze dat ze altijd het idee heeft gehad dat haar inmiddels overleden moeder niet van haar hield. Een thema dat ook terugkeert in haar boeken Kersebloed en Rachels Rokje. Ze was dol op haar vader, een kunsthistoricus, die haar stimuleerde eigenzinnig en fier te zijn en alles bewaarde wat zij tekende en schreef. Het was dan ook een grote schok voor haar toen hij na de oorlog werd opgepakt omdat hij ’fout’ was geweest. ’Een groot trauma’ noemt ze het zelf: „Moeder hield niet van mij en toen ging mijn vader ook nog weg.” En als afstraffing werd ook haar hondje nog doodgeschoten.

Eind jaren tachtig viel de combinatie schrijven en schilderen haar steeds zwaarder. Daarnaast maakte ze ook nog boekomslagen, stripverhalen en kinderpostzegels. De beslissing om zich volledig aan het schrijven te wijden, nam ze nadat ze in een droom te horen had gekregen: ’Write little inkfish’. In die periode maakte ze veel collages van inktvissen. De inktvis heeft volgens Mutsaers een prachtig afweermiddel om belagers op afstand te houden: de inktwolk, waardoor het dier onzichtbaar wordt, tenminste, dat denkt de inktvis. Maar waar inkt is, weet de vijand de aanwezigheid van het slachtoffer. Dat is, zegt Mutsaers, ook het lot van schrijvers. Die scheiden ook een inktwolk af en kunnen zich door die inkt niet anders dan blootgeven. „Mijn boeken zijn een afscheiding van mij. Maar ik ben het zelf niet meer, net zoals de inktvis ook niet zelf meer in de inktwolk zit.”

De keuze voor de inktpot betekent niet dat beeldend werk van minder belang is geworden. Maar schilderijen en schrijven gaan gewoon niet samen, tenminste niet bij haar. In het Vlaamse blad Humo zei ze er het volgende over: „Ik heb altijd met volle inzet geschilderd, maar op een bepaald moment wilde ik meer dingen zeggen dan ik met schilderen kon uitdrukken, of ik wilde iets anders zeggen. Maar goed, ik beweer niet dat schrijven superieur is aan schilderen, want dat zou een detrimente van de schilderkunst zijn, waar ik nog steeds dol op ben. Zowel schrijven als schilderen kost me heel veel moeite – de concentratie die ik ervoor moet opbrengen, is afmattend. Ook daarom kan ik niet schrijven en schilderen.”

Het liefst zou ze haar leven verlengen, om alles te kunnen doen wat ze nog zou willen doen. Maar dat gaat niet. Daarom heeft ze, eigenzinnig als ze is, besloten haar leven te verbreden, over drie landen. Samen met haar echtgenoot, de neerlandicus Jan Fontijn, en natuurlijk de foxterriër wonen ze afwisselend in Amsterdam, Oostende en Frankrijk. „Dus eigenlijk leef ik nu drie levens.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden