Bij Jan Blokker en Anil Ramdas kun je niet onderduiken

'We zijn nog bezig het bloed van de straat te schrobben, een natie is in de greep van angst en walging, en bij de Volkskrant wrijft de nestor van de krant zich in de handen want hij heeft ergens in de ontredderde menigte weer een kennelijke ijdeltuit ontdekt.' Joost Zwagerman hekelt de morele en sociale hygiëne van twee representanten van de links-liberale kwaliteitspers.

Soms waren Theo van Goghs stukjes raak en grappig, soms waren ze krankzinnig en monomaan. Tot die laatste categorie behoorden zijn columns waarin hij, sinds 6 mei 2002, Marcel van Dam, Ad Melkert, Thom de Graaf en een hele trits anderen beschuldigde van directe medeplichtigheid aan de moord op Pim Fortuyn. Van Gogh ging hierin verder dan bijvoorbeeld de advocaten Hammerstein en Spong, die deze en andere politici en columnisten voor het gerecht wilden slepen wegens haatzaaiing.

Van de afwikkeling van deze juridische zaak hebben we weinig meer vernomen. Van Gogh hield intussen vol dat allerlei politici en opiniemakers in het geniep blij waren dat Fortuyn was afgeknald. Zo feliciteerde hij, in een uitzending van Buitenhof, Groen Links-fractievoorzitter Femke Halsema met het neerschieten van Fortuyn: 'want dat is toch wat jullie altijd hebben gewild?' Het was één van die momenten waarop je je afvroeg waar het soevereine cynisme van Van Gogh eindigde en de krankzinnigheid begon.

Niemand in Nederland kon in gerede vóór 6 mei 2002 indirect verantwoordelijk worden gehouden voor een misdrijf dat in dit land voor onmogelijk en onbestaanbaar werd gehouden. Maar na de liquidatie van Fortuyn vormde de politieke moord in één keer een nabije en reële dreiging. Onrustbarend was daarom het in het najaar van 2002 van regeringswege genomen besluit tot permanente beveiliging door de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging van Ayaan Hirsi Ali, omdat zij herhaaldelijk met de dood werd bedreigd. En nog begin dit jaar publiceerde het AIVD een rapport waarin stond dat een toenemend aantal tot fundamentalisme neigende moslims zich onheus bejegend voelt door sommige opiniemakers die zich kritisch uitlaten over de islam en om die reden, zoals het ernaar uitzag, geweld tegen die opiniemakers of de instituties die deze vertegenwoordigen, niet langer schuwen.

Over dat rapport werd toen over zowat de hele breedte van het Nederlandse columnistendom erg lacherig gedaan. Maar niet door publicist en rechtsgeleerde Paul Cliteur, die zich regelmatig mengde in het debat over angels en klemmen in de multicultuur van Nederland. Cliteur voelde zich door collega-publicisten als Piet Grijs en Marcel van Dam in een militant-xenofobisch rechtse hoek gedrukt en had de indruk dat die stigmatisering tot effect kon hebben dat extremisten van uiteenlopende signatuur konden neigen naar geweld tegen zijn persoon. Een land dat een Volkert van der G. herbergt, kan en mag er niet vanuit gaan dat Van der G. de enige is in zijn soort, allochtoon of autochtoon.

Cliteur zei niet feitelijk te zijn bedreigd, maar voelde zich wel bedreigd. Letterlijk zei hij: 'Er is een vergroving en stigmatisering gaande van mensen die een onwelgevallig standpunt innemen. Dat is bedenkelijk en gevaarlijk.' Cliteur maakte bekend zich voorlopig niet in het debat te mengen en gaf zijn gesproken column in Buitenhof eraan. Inderdaad, hij besloot tot tijdelijke zelfcensuur.

Vóór 6 mei 2002 zou zoiets potsierlijk hebben geklonken en hadden collega-publicisten in rijen van drie kunnen aantreden om het besluit van Cliteur weg te honen. Ná die datum zouden ze dat wel uit hun hoofd laten, was mijn indruk. Maar dan hadden we buiten Jan Blokker gerekend. Blokker vermaakte zich kostelijk om de beslissing van Cliteur. Toen hij erover las, dacht hij naar eigen zeggen 'eerst even aan een misplaatste grap'. Vervolgens bestempelde hij Cliteur tot een 'schrijftafelhero'. De meest minachtende opmerking bewaarde hij voor de laatste alinea: 'Toen ik van de schrik was bekomen, overwoog ik dat het ook nog het toppunt van ijdelheid kan zijn.'

Exit Paul Cliteur. Was me dat lachen.

Kennelijk is het in de beleving van Blokker pas gelegitimeerd om te zeggen dat je je bedreigd voelt op het moment dat je het lemmet daadwerkelijk voor je ogen ziet blikkeren. Zolang het nog niet zover is, moet je je mond erover houden, want dan ben je een ijdele kwast.

Je zou vermoeden dat de moord op Theo van Gogh Blokker tot bezinning zou hebben gebracht. Maar nee. Het lijk van Van Gogh was nog amper van de Amsterdamse Linnaeussstraat verdwenen of Blokker meende alweer dat het prioriteit nummer éen was om andermans kennelijke ijdelheid aan de kaak te stellen. Hij opende zijn column met een sneer naar D66-Tweede Kamerlid Boris Dittrich die 'de benen uit zijn kont moet hebben gerend om als eerste politicus met een vrome boodschap voor de camera te komen'. Vanzelfsprekend was Dittrichs vermeende camera-belustheid datgene wat iedereen op dat moment het meest presseerde.

Blokkers fixatie op trivialiteiten bleek ook nu geen incident. Twee dagen na de liquidatie kwam in NOVA Van Goghs goede vriend Max Pam aan het woord. Hem werd gevraagd wat zo zijn gedachten waren over het gebeurde in de stad. Pam antwoordde dat hij in een opwelling de behoefte had gevoeld om Nederland te verlaten.

Opnieuw stond in de Volkskrant de grootinquisiteur der ijdelheden op om Pams verzuchting te kleineren; Jan Blokker noemde de verzuchting 'een nieuwe vorm van koketterie'. Wat die koketterie behelst, bleef in de rest van de column in het vage. Dat bleek ook niet zo belangrijk. Blokkers hoofdzaak was: honen, afserveren.

Laten we ons even verplaatsen in Max Pam. Iemand met wie je meer dan twintig jaar bevriend bent, komt aan zijn einde doordat hem op klaarlichte dag door een fanaticus in koelen bloede de keel is doorgesneden. Je vriend heeft liggen doodgaan op een plek niet ver van zijn huis en waar jullie samen ongetwijfeld talloze malen hebben gelopen. Dan lijkt het me wel een tikje navoelbaar als je niet lang na die moord verzucht: ik wil weg, weg uit de stad, weg uit het land. Is dat niet menselijk? En zo we het zwakjes en koket vinden: is hem die opspelende koketterie niet eventjes gegund?

Niet door Jan Blokker. We zijn nog bezig het bloed van de straat te schrobben, een natie is in de greep van angst en walging, en bij de Volkskrant wrijft de nestor van de krant zich in de handen want hij heeft ergens in de ontredderde menigte weer een kennelijke ijdeltuit ontdekt. Deze week zei in NOVA een andere vriend van Van Gogh, Hans Teeuwen, dat hij bang was om net als voorheen alles op het theaterpodium te zeggen. Ik zou zeggen: Teeuwen verwoordt een volledig legitieme onrust waarvan het begrijpelijk is dat die onder directe geestverwanten van Van Gogh leeft. Maar het wachten is natuurlijk op de grootinqusiteur der ijdelheden.

Wie denkt dat er in de Nederlandse dag- en weekbladpers geen ijziger en zelfgenoegzamer cynisme wordt geëtaleerd dan rechtsonderaan pagina drie van de Volkskrant doet er goed aan eens na te lezen wat Anil Ramdas in NRC Handelsblad schreef op de dag nadat Ayaan Hirsi Ali in Zomergasten het door haar en Van Gogh gemaakte werkstuk Submission had vertoond. Had Ramdas een mening over de aard en inzet van het filmisch pamflet? Vond hij het als product van verbeelding misschien wat pover of zelfs ondermaats? Allemaal onbelangrijk voor Anil Ramdas. In plaats daarvan wijdde hij zijn column uitsluitend aan - daar gaan we weer -de ijdelheid van Hirsi Ali. Ramdas deed dat in deze bewoordingen: 'Haar krijgshaftigheid is haar komen te staan op levensbedreigingen, daarom wordt ze nu beveiligd door de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging. Ze lijkt dat overigens niet erg vervelend te vinden, bedreigd worden door fanatieke moslims en beveiligd worden door de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging komen over als een verdienste.'

Laten we dit eens goed tot ons doordringen. Anderhalf jaar na de moord op Fortuyn wordt een politica concreet en bij voortduring met de dood bedreigd, en in NRC Handelsblad beweert een columnist dat deze politica het doodvonnis in het geniep wel statusverhogend vindt. Aldus reduceerde Ramdas andermans permanente levensgevaar tot een egokwestie - je moet het maar willen opschrijven.

God, Allah en de Dienst Koninklijke Beveiliging kunnen hopelijk verhoeden dat op Ayaan Hirsi Ali de moord wordt gepleegd die haar door haar bedreigers in het vooruitzicht wordt gesteld. Maar tegen karaktermoord kan zij zich door geen tien Koninklijke Beveiligingsdiensten laten beschermen, dat wist en weet ook Anil Ramdas. Om hem in zijn eigen woorden te typeren: hij leek dat niet erg vervelend te vinden.

De ontluistering nam nog eens toe toen Ramdas de maandag na de moord op Van Gogh zijn column publiceerde. Het staat iedereen vrij zijn onderwerp te kiezen, maar het had getuigd van geweten en karakter als Ramdas was teruggekomen op zijn karaktermoord op Hirsi Ali nu haar compagnon van de film Submission feitelijk en lijfelijk was omgebracht. Maar niets daarvan. De namen Van Gogh en Hirsi Ali kwamen niet eens voor in zijn stuk. Ze bestonden niet. In plaats daarvan vulde Ramdas zijn ruimte in de krant met een algemeen vertoog over mensheid en mensheden - iets nondescripts pastoraals, alsof hij in een bijzaal van de Verenigde Naties wat vergadertijgers diende toe te spreken. Het was erger dan beschamend; het was een deprimerend stemmende schrijftafelproeve van wegkijken.

Toen Theo van Gogh medio jaren negentig door een handvol stemmingmakers werd beschuldigd van antisemitisme, zei Hanneke Groenteman er iets opmerkelijks over. Groenteman - in de oorlog als kind ondergedoken geweest - beweerde dat Van Gogh misschien op papier mocht doorschieten in hoogtonige vulgariteiten, maar ze wist zeker dat ze bij Van Gogh zou kunnen onderduiken, mocht er ooit opnieuw een antisemitische sluier over dit land neerdalen. Van degenen die Van Gogh uitmaakten voor antisemiet wist Groenteman dat niet zo zeker. Dat was zo'n tien jaar geleden, en normaal gezien ben ik nooit zo'n liefhebber van hypothesen over andermans beschikbaarheid van zolder of kelder in tijden van oorlog om op die manier iemand op zijn integriteit te balloteren, maar ik moest aan Groentemans uitspraak terugdenken toen ik Raoul Heertje op de herdenkingsavond voor Van Gogh hoorde zeggen: 'Theo werd antisemiet genoemd. Als er een land bestaat waar alle antisemieten zo zijn als hij was, wil ik nu in dat land wonen.'

De uitspraak van Heertje geeft inzicht in het enorme onbehagen dat zich aan je opdringt bij de confrontatie met het sinistere sarcasme van Blokker en de kille geblaseerdheid van Ramdas. Beide columnisten representeren de funest gebleken combinatie van dédain en veronachtzaming, die een aantal linkse intellectuelen sinds jaren kenmerkt, verzot als ze zijn op probleempjes van kabouterformaat binnen het eigen, veilige domein. Van daaruit nemen ze anderen voortdurend de maat op grond van criteria die op dramatische en traumatische sleutelmomenten als de moord op Van Gogh en de navolgende golf van geweld behalve totaal irrelevant ook ongelofelijk lafhartig blijken te zijn. Een solide en oprechte zorg om de fysieke en geestelijke veiligheid van diegenen die ideologisch gezien niet direct hun goedkeuring wegdragen, zijn bij deze types bepaald niet in goede handen, gepreoccupeerd als ze zijn met het opleggen van morele 'omgangsregels' die zijzelf proper vinden - zie ook Groen Links-politica Femke Halsema die zich kort na de slachting van Van Gogh drukker maakte om het feit dat 'men' Mohammed B. geen 'extremist' maar een moslimfundamentalist noemde, dan om het trauma dat zijn terreurdaad dit land per direct bezorgde.

Een tip. Doe in gedachten net als Hanneke Groenteman de lakmoesproef en bedenk of je bij de schrijvende boegbeelden van de Volkskrant en NRC Handelsblad in je noden wordt herkend en erkend als je, in deze tijden van politieke moord en religieus geïnspireerde terreur, te kennen geeft bang te zijn en je bedreigd te voelen. Van Jan Blokker en Anil Ramdas hoef je, gezien hun onverschilligheid, sarcasme en wegkijkmentaliteit, niets te verwachten. Cliteur, Hirsi Ali, bel dus niet bij hen aan. De één hoont je weg om je kennelijke ijdelheid of koketterie, de ander verwijt je met opgetrokken neus een egoprobleem en kijkt verveeld de andere kant op. So much voor de morele en sociale hygiëne van deze twee representanten van de links-liberale kwaliteitspers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden