Bij Irvine Welsh is niemand niets

AMSTERDAM - Irvine Welsh was eerst onvindbaar. Toen liep zijn Nederlandse uitgever hem toevallig tegen het lijf. Die herinnerde de Schotse schrijver van het met succes verfilmde boek 'Trainspotting' aan afspraken met de pers. Het antwoord klonk recalcitrant: géén interviews meer. Het - bijna uitverkochte - optreden tijdens het Crossing Border Festival in Den Haag gaat komende zaterdagavond wel door, met een filmvertoning en Trainspotting Party toe.

De Arbeiderspers heeft weinig reden om Irvine Welsh achter de broek te zitten. Dankzij alle (gratis) publiciteit ligt zijn debuut nu toch al op de beste plek in de boekwinkels. De eerste vijfduizend exemplaren zijn er na een week al bijna doorheen. Welsh hoeft dus niet meer zo nodig voor de tv-camera's in discussie met de GG & GD over de vraag of 'Trainspotting' aanzet tot heroïnegebruik. Popzanger Herman Brood neemt die taak met plezier van hem over.

“Irvine Welsh is een aimabele man, hoor”, zegt een medewerkster van de uitgeverij. “Niets mis mee. Alleen stroken zijn plannen niet helemaal met de onze. Wij hadden de twintig interview-aanvragen graag gehonoreerd gezien, maar hij vond dat hij alles al had gezegd wat hij wilde zeggen. Hij wilde niet in herhaling vallen.”

Ze had beter kunnen zeggen dat de 37-jarige schrijver niet nóg meer in herhaling wilde vallen. Want de repeteermachine was allang in werking gesteld. Sinds Welsh in 1993 debuteerde met het adembenemende boek over harddrugs, bizarre seks, alcoholmisbruik, lukraak geweld en criminaliteit heeft hij zijn succesverhaal al zo vaak verteld, dat hij daar geen nieuwe woorden meer voor kan vinden.

De Britse Independant tekende begin januari de volgende uitspraak op tijdens de filmopnamen, waarvoor Irvine Welsh was overgevlogen vanuit zijn woonplaats Amsterdam: “Ik kon me niet voorstellen dat mijn boek zich leende voor een verfilming, omdat het geen sterke verhaallijn heeft. Maar ik had ook niet voorspeld dat 'Trainspotting' ooit een toneelstuk kon worden en dat is toch een succes geworden op het Londense West End. Ik denk dat een heleboel mensen ziek zijn van de manier waarop onze samenleving wordt voorgesteld op het witte doek: als locatie voor 'Four weddings and a funeral'. Mensen balen ervan dat de filmwereld de onderklasse in onze maatschappij negeert.”

In mei van dit jaar hield Irvine Welsh het wat korter in HP/De Tijd. Volgens de interviewer had de auteur de avond daarvoor stevig doorgehaald in de Amsterdamse Roxy, de Trut, de Melkweg en Mazzo. Vandaar dat hij zich door het gesprek worstelde met een stevige kater. Maar hij vertelde in exact dezelfde bewoordingen hoe verrast hij was over de doorbraak van het boek - 300 000 exemplaren in Groot-Brittannië en een nominatie voor de Booker Prize -, het toneelstuk en de film. Opnieuw dook 'Four weddings and a funeral' op, maar nu kon Welsh trots melden dat 'Trainspotting' nóg meer publiek trekt in zijn geboorteland.

Zijn sterstatus lijkt hem niet te blokkeren, want na 'Trainspotting' (slang voor wachten op de dealer) volgden 'The acid house', 'Marabou stork nightmares' en 'Ecstasy'. De romans en korte verhalen kregen jubelende recensies in de Britse pers vanwege het 'hoge vakmanschap, de genadeloze humor en de authentieke bitterheid'. William Burroughs riep Irvine Welsh tot de Schotse Céline uit.

Wie is die man met die sombere ogen? Hij groeide op in een achterbuurt van Edinburgh, 'het concentratiekamp van de armen'. Op zijn zestiende ging hij van school, dook in de punkscene, raakte aan de dope en krabbelde er bovenuit nadat hij een computercursus op universiteitsniveau had gevolgd. Hij verdiende vervolgens goud geld op de huizenmarkt, totdat die instortte. Toen werd het tijd om fulltime schrijver te worden.

In zijn boeken en columns voor het Britse mannenblad 'Loaded' zijn de personages daders en slachtoffers, vaak verenigd in één persoon. Welsh neemt het voor hen op, want 'niemand is niets'.

Het stoort hem dat collega-schrijvers zich beperken tot één en hetzelfde mensensoort: gestudeerd op Oxbridge, middle-class, meestal van het mannelijk geslacht. “De personages zitten in het advertentie-vak, verdienen veel geld, staan lang in de keuken, maar voelen zich nog steeds ongelukkig. Ze fantaseren over het wurgen van zwervers. Maar in die boeken zijn geweld en agressie altijd ergens een metafoor van. Ik denk dat je geen metaforen nodig hebt om recht te doen aan de werkelijkheid.” (The Sunday Times, 16 april 1995)

De schrijver speelt in de film een kleine rol als drugdealer Moederoverste. Een slimme zet van regisseur Danny Boyle en scenarioschrijver John Hodge, want daardoor kan Welsh niet meer roepen: 'Jullie hebben mijn boek geruïneerd!'

Moederoverste is een van de minst sympathieke personages in boek en film. “Hij is meedogenloos, gemeen, geslepen, manipuleert zijn hele omgeving en haalt het smerigste bij iedereen boven. Ik hoor de toeschouwers al zeggen: dit is vast een perfecte typecasting”, zegt Irvine Welsh in The Independant. In HP/De Tijd klinkt hetzelfde riedeltje, maar de laatste zin is veranderd: “Ik moet toegeven dat ze me perfect hebben getypecast.” Zelfspot of zelfkennis, Irvine Welsh geeft geen sjoege meer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden