’Bij iedereen gaat vroeger of later de knop om’

(Trouw) Beeld Maarten Hartman

Tijdens de Uruzgan-missie kwamen 24 Nederlandse militairen om het leven. Van de 150 gewonden moesten er 44 naar een revalidatiecentrum. Drie militairen vertellen over hun langdurig herstel. Deel twee van een tweeluik waarin Trouw terugblikt op vier jaar Uruzgan.

Wie oorlogsverwondingen oploopt, begint met een nadeel. De wonden, vaak veroorzaakt door geïmproviseerde explosieven, zijn fors en grof. Het duurt lang voordat die wonden geheeld zijn. Maar de veelal jonge militairen hebben ook een voordeel, zegt kolonel-arts Agali Mert van het Militair Revalidatiecentrum (MRC) Aardenburg in Doorn. „Er zit heel veel veerkracht in de mensen zelf. Ze zijn zeer gemotiveerd om te revalideren.”

Bij de Nederlandse missie in Afghanistan zijn 150 militairen gewond geraakt. 44 van hen moesten in het MRC worden behandeld. Soms is het letsel zichtbaar: een of meer geamputeerde armen of benen. Soms is het minder zichtbaar: een verbrijzelde voet of een hand die geen kracht meer heeft.

De beperkingen zijn een hard gelag voor militairen die juist op hun lichaam zijn aangewezen. De ervaring van het MRC is dat woede, verdriet en frustratie op een gegeven moment veranderen in aanvaarding. „Op een bepaald moment maken mensen de switch: dit is het, dit is mijn lijf, hier moet ik de rest van m’n leven mee verder. Je ziet dat revalidanten gaan redeneren vanuit de situatie zoals die is en dan nieuwe doelen gaan stellen. Niet zozeer het letsel bepaalt het eindniveau als wel hoe mensen erin staan.”

Het revalidatiecentrum probeert de gewonden zo ver te begeleiden dat ze zichzelf kunnen redden en weer kunnen deelnemen aan de maatschappij. Sommigen keren na hun revalidatie als militair terug bij Defensie, anderen als burger en nog een deel komt buiten Defensie terecht. Onderzoek moet uitwijzen hoe de verdeling is uitgevallen.

Voor de behandelaars en therapeuten van het MRC is het nog een extra uitdaging om gewonden met intensieve revalidatie en moderne protheses te helpen weer sportieve prestaties te leveren.

Mert: „Sommigen zijn heel erg bezig om paralympisch sporter te worden. Iemand die gewend was om marathons te lopen, houdt de behoefte om fysiek bezig te zijn.”

(Trouw)
(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden