Bij iedere nieuwe film heb ik weer plankenkoorts

Hij verwierf faam met zijn camerawerk in bekroonde films als 'Paris, Texas', 'Down by Law' en 'Breaking the Waves' van respectievelijk de Duitser Wim Wenders, de Amerikaan Jim Jarmusch en de Deen Lars von Trier. In het buitenland is cameraman Robby Müller (58) bekender dan in Nederland.

Buiten is het koud. Met zijn pet diep over de oren getrokken vertelt hij dat hij een hekel heeft aan de winter. “Ik kan dan niet zo goed aarden”, zegt Robby Müller. Hij is net terug uit Polen waar hij een prijsuitreiking heeft bijgewoond. Wellicht vertrekt hij binnenkort weer naar het buitenland om met Wim Wenders een nieuwe film te maken. Ook al was er de afgelopen maand in Nijmegen een retrospectief van zijn werk georganiseerd, Müller is in het buitenland bekender dan in Nederland.

Toch woon je hier.

“Ik ben teruggekomen vanwege mijn familie. Voor mijn werk kan ik overal wonen - als ik maar bereikbaar ben. Ik ben niet gebonden aan één land. Dat wil ik ook niet. Het eerste dat ik op de filmschool heb geleerd, was om niet te afhankelijk te worden van één kliek. Ik heb toen besloten om overal contacten te hebben. Als kind heb ik de hele wereld rond gereisd, mijn vader werkte voor Shell. Ik werd niet uit mijn evenwicht gebracht door een andere cultuur. Ik ben altijd bereid geweest om me in een andere taal uit te drukken.”

Hij was zeven, toen hij Nederland voor het eerst zag. “Dat was in april 1947. Toen werd er overal nog geschaatst.” Zijn jeugd bracht hij door in Indonesië, voor hem de belangrijkste periode in zijn leven. “Mijn eerste herinnering aan Nederland is artikel 461. Overal waar prikkeldraad was, hing een bordje met de tekst: Artikel 461, Verboden Toegang. Toen mijn ouders naar Afrika gingen, bleef ik bij een pleeggezin. Ik heb in Den Haag op het lyceum gezeten, in Apeldoorn op de rijks-hbs en op de gemeente-hbs in Utrecht. Allemaal zeer onplezierige scholen. Ik vond het één grote lijdensweg, maar ik heb het afgemaakt. Ik had geen keus. 'Of putjesschepper worden of je diploma halen', zei mijn vader.”

Dat hij naar de filmakademie ging, had niet zozeer te maken met zijn hang naar film als met de mensen met wie hij om ging. “Mijn vrienden waren schilder, schrijver, muzikant.” Zijn klasgenoten waren onder meer Frans Bromet, Jan de Bont en Pim de la Parra. “De opleiding in Amsterdam duurde twee jaar. Wij zaten in de Oude Hoogstraat in een voormalig douanekantoor. Er waren niet, zoals nu, complete televisiestudio's.” Toch is die tijd wel belangrijk geweest, al heeft Müller nauwelijks een rol gespeeld in de Nederlandse filmgeschiedenis. “Ik ben het vak pas echt gaan leren, toen ik open mensen tegenkwam.”

Cameraman Gerard van de Berg was volgens Müller de eerste die bereid was zijn kennis te delen. “Met hem ging ik naar Duitsland. Binnen twee jaar kon ik dingen doen waar ik in Nederland minstens zes, zeven jaar voor nodig zou hebben. Toentertijd durfden de meeste cameramensen niet naar een ander land te gaan. Dat werd ingegeven door de gedachte dat je thuis je geld moet verdienen. Voor mij was het noodzakelijk weg te gaan. Ik had geen al te sterke band met Nederland. Ik ben 16 jaar in Duitsland gebleven. In het buitenland had ik niets van doen met filmpolitiek en kliekvorming.”

Daar bleef je een buitenstaander?

“Ja. In een groter land wordt je beoordeeld naar wat je kan, er zijn meer mogelijkheden.”

Maar daar heb je toch ook filmpolitiek?

“Dat is wel zo, maar het deed het mij minder, omdat het niet mijn landsmensen waren.”

Hij vond in Gerard van de Berg een geestverwant. “Ik zeg altijd tegen studenten op seminars: 'Onderzoek wie je zielsverwanten zijn en probeer op die manier verder te komen. Vorm een mooi team.' Ik merk nu dat er onder de studenten een grote interesse bestaat voor het filosofisch denken over het vak. Het gaat niet meer alleen over techniek, het gaat ook om je onzekerheden, je motivatie en je verdriet. Dan worden ze wakker. Het doet me veel als ik merk dat ze door mijn opmerkingen weer zin krijgen in film. Dat ik hun ziel aanraak. In deze wereld verberg je je onzekerheden, want anders word je als een lul beschouwd. Ik ben zeer onzeker. Vooral toen ik begon. Ik kon niet de benen onder iemand wegzagen, want ik had die mentaliteit niet. Je kunt in ons vak enorm bluffen, je hoeft nooit je diploma te laten zien.”

Je wordt bewonderd om je techniek.

“Mijn technische kennis niet zo groot.”

Kijk je anders dan anderen?

“Dat weet ik niet. Misschien. Ik ben niet de hele dag bezig met mijn beroep. Als ik iets moois op straat zie, lijd ik niet aan beroepsdeformatie. Ik kan nog steeds genieten van een regenboog.”

Zijn onzekerheden lijken in tegenstelling met zijn succes. “Ik heb altijd een enorme bewondering voor mensen die alles goed weten”, verzucht hij. “Dat lijkt me zo ontspannend. Ik bewonder mensen die heel beslist zeggen: 'Dat doe je zo. Geen probleem'. Dat heb ik nooit gehad. Bij iedere nieuwe film heb ik weer plankenkoorts.”

Waarom?

“Je hebt geen idee waar je aan begint. Daarom passen Jim Jarmusch en Wim Wenders zo goed bij mij, want zij hebben dat ook. De film 'Dead Man' van Jim Jarmusch was een voorbeeld van een historisch juiste film. De distributeur van die film was echter trotser op films die geld opleverden dan op films die gelukt zijn. Elk detail van 'Dead Man' klopte. Driekwart van de kijkers ziet dat niet eens. Het was de eerste film waar Indianen hun eigen taal spraken.”

“Sinds ik met Lars von Trier 'Breaking the Waves' heb gedraaid, ben ik voor eeuwig bedorven. In positieve zin. Hij hanteert een no nonsense-beleid. Geen eindeloze wachttijden, niet alles 20 keer herhalen tot het goed is. Von Trier wou niet te veel opnames overdoen. Dan gaan de mensen acteren, vond hij. 'Breaking the Waves' was een voorbeeld van een film waar de regeltjes niet werden gevolgd. Het verhaal sprak me ook aan. Toch zou ik nooit regisseur kunnen zijn. Ik moet er niet aan denken om drie tot vier maanden opgescheept te zitten met acteurs die voortdurend bij je komen uithuilen. Als cameraman vertaal je de droom van de regisseur. De techniek is de prozaïsche kant die botst met de poëtische kant. Je moet een droom vertalen in tweedimensionaal beeld.”

Integriteit is voor Müller belangrijk. “Toen ik begon, had ik een boel te verliezen. Nu ben ik blij dat ik me nooit anders heb voorgedaan. De filmwereld is niet de meest eerlijke wereld. Vroeger kon ik geen nee zeggen. Moest ik vaak dingen doen die ik afschuwelijk vond. Vond ik mezelf terug in een film waar ik duidelijk niet in thuishoorde. Soms word je geleid door onzuivere motieven als geld.”

Ben je rijk geworden?

“Ik bezit het huis waar ik nu woon. Ik knap het zelf op. Als ik echt rijk had willen worden, had ik net als Jan de Bont en Paul Verhoeven in Hollywood moeten gaan zitten. Ik hoop dat er nu even een tijdje niets is. Dat is ook een grote rijkdom.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden