Bij het heengaan van een engel

WIM BOEVINK

Op de dag dat de Voyager de buitengrens van ons zonnestelsel had bereikt en de peilloze diepten van het heelal invloog, stierf, in Berlijn, een Duitse engel. Ze bestaan, Duitse engelen. Deze droeg een donkere wintermantel, het haar strak naar achteren getrokken in een staartje.

Zijn heengaan haalde gisteren de Nederlandse kranten niet, maar ik voelde een onbestemd verlies toen ik van zijn dood vernam. Otto Sander was acteur, een van de meest geliefde acteurs van Duitsland. Zijn bekendheid oversteeg de eigen landsgrenzen toen hij de engel Cassiel speelde in Wim Wenders' film 'Der Himmel über Berlin'.

Daarin droeg hij die donkere wintermantel. Hij speelde geen hoofdrol, want Otto Sander speelde eigenlijk nooit hoofdrollen. De hoofdrol was hier weggelegd voor Bruno Ganz, die de engel Damiel speelde. Beschermengelen waren ze, ze deden hun werk in het Berlijn van de jaren tachtig, in die nog verscheurde stad.

Onvergetelijk de scène in de Staatsbibliotheek, de engelen wandelden er in hun winterjassen doorheen. Een bibliotheek, wat een gewijde plaats is dat toch. De mensen zitten er en lezen. "Soms bewegen ze in de bladzijden, als mensen die slapen en zich omdraaien tussen twee dromen." Die zin was van Rilke, de dichter, en ik leende hem even want zo was het ook in die Staatsbibliotheek. De engelen hoorden de overpeinzingen van de mensen, over hun boeken gebogen. En er was, terwijl ze luisterden, zoveel liefde, deernis en weemoed in hun gezicht.

Dat gezicht van Otto Sander. 'Een ingestort gezicht' schreef de toneelschrijver Botho Strauß. Otto Sander speelde menige rol in stukken van Strauß, in regies van Peter Stein of Klaus Peymann, aan de Berlijnse Schaubühne - in die jaren, de jaren zeventig, misschien wel het beste theater van de wereld.

Over die rollen van Sander schreef Gerhard Stadelmeier, de paus van de Duitse toneelkritiek: 'hij speelde elke figuur alsof het hem paste als een pak - niet als gegoten, maar eerder slobberend.'

Otto Sander gaf zijn figuren geen gestalte, ze vielen hem toe. De zachtste, minst ijdele acteur op aarde hoefde niet veel te doen om iets uit te drukken; zoveel leven en diepte zat er in dat gezicht, in die ogen, en bovenal in die stem, dat dat uitdrukken als vanzelf leek te gaan. Die stem, donker en vol timbre, leende hij aan het inspreken van literatuur, van romans en gedichten. Op YouTube spreekt hij ons nog heel aards toe, in Rilke's gedicht 'Der Panther', of in Goethe's 'Erlkönig'.

Geen hoofdrollen. Otto Sander was een stille, bescheiden engel. Bruno Ganz, Damiel, was het engel zijn moe, hij wilde de wereld van de schijn en eeuwigheid verlaten, het gewicht van de aarde voelen, zijn blote voeten onder de tafel leggen en voelen hoe het is om zijn tenen uit te strekken. Zijn vinger langs een halslijn leggen. Hij verlangde naar de sterfelijkheid.

Otto Sander, Cassiel, niet. Die wilde blijven zweven, alleen maar 'woord' zijn. En zo gebeurde. Otto Sander, 72, werd woord.

Niet ijdel als acteur en mens, en nu voorgoed ijl als een engel.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden