Bij het CDA zitten de makkers

De ideeën van de onderhandelaars Bal-kenende, Zalm en Herben voor een nieuw regeerakkoord lagen op vele punten ver van de wensen van werkgevers en werknemers. Gaandeweg het proces van onderhandelen schoven de drie (vooral Balkenende) onder druk van onder anderen Doekle Terpstra langzaam op. Met name op het dossier van de WAO liggen de uiteindelijke voornemens veel dichterbij het advies van de sociale partners (Sociaal-Economische Raad, Ser) dan aan het begin van het onderhandelingsproces voor mogelijk werd gehouden.

Terpstra zat boven op de onderhandelingen en was blij met de vooruitgang. ,,Als je zag waar we vandaan kwamen, was ik blij dat de onderhandelaars uiteindelijk zover opgeschoven waren. Ik had het gevoel dat het glas halfvol was.'' Naar buiten zei Terpstra dat de regeertekst over de WAO wat hem betrof net een voldoende kreeg.

Maar de voorzitter werd teruggefloten door zijn achterban, de voorzitters van de CNV-bonden. Terpstra, terugkijkend: ,,Ik heb het bestuur ook voorgehouden dat wat mij betreft het glas halfvol was. Ik heb de tekst ook zien groeien. Ik heb de worsteling van het CDA gezien om er nog wat van te maken. Het bestuur kijkt terecht alleen naar de eindtekst en concludeert vervolgens dat het niet kan.''

Het WAO-voorstel dat uit de Ser rolde, was weliswaar goedgekeurd door de bonden, maar wel onder de voorwaarde dat de politiek het volledig zou overnemen. Maar ondanks het opschuiven zijn er tussen het regeerakkoord en het Ser-advies grote afwijkingen overgebleven. Zo worden de uitkeringen van WAO'ers in het nieuwe stelsel pas opgetrokken tot 75 procent (nu 70) als over een aantal jaar blijkt dat er minder nieuwe WAO'ers bij komen. 'Onacceptabel', oordeelden de vakbonden tot verrassing van hun vakcentrale-voorzitter.

Terpstra: ,,Dat was een eye-opener voor me. 'Doekle pas op, houd voldoende distantie van de politiek', dacht ik. Ik heb me, doordat ik er via de lijn met het CDA zo dicht op zat, te veel geïdentificeerd met het onderhandelingsproces. Dat terwijl ik mezelf juist moet dwingen te blijven kijken vanuit vakbondsogen. Het is niet mijn tekst, het is van 'hullie'! Het bestuur heeft gelijk, het glas is halfleeg.'' De bijdrage van dr. J. de Bas aan het door het CNV uitgegeven boekje 'Belangenpolitiek' heeft treffend de kop 'Twee ruziënde broers' meegekregen. De auteur beschrijft de relatie tussen het CNV en het CDA in de jaren 1977-1994. De gedeelde 'C' betekende gedeelde ideeën, maar slechts zelden liefde van twee kanten. Het merendeel van de jaren was sprake van een haat-liefdeverhouding. Ruzie was er bijvoorbeeld over de bezuinigingen die het kabinet-Lubbers op uitkeringen en het aantal ambtenaren wilde doorvoeren, over de WAO-kwestie.

Voor Terpstra is de situatie met het geestverwante CDA in de regering nieuw: ,,Na de verkiezingen feliciteerden mensen mij. Dat begreep ik niet. De overwinning van het CDA was een Haagse zaak, dacht ik naïef. Maar tijdens de infomatie werd ik van alle kanten ineens gebeld. Of ik nog wel even aan dat en dat puntje wilde denken. Zelfs de collega's van de FNV belden met die bedoeling. Nu het regeerakkoord eenmaal af is, begint het kwartje langzaam te vallen: wij krijgen een andere machtspositie.''

Terpstra zet een andere lijn in dan zijn voorgangers. Die schreeuwde in de jaren tachtig niet van de daken dat er veelvuldige contacten waren met het CDA. De huidige CNV-voorman spreekt openlijk over de band met de christen-democraten: ,,Niet alleen gaan we van hetzelfde gedachtegoed uit, maar bovendien zitten er ook veel CNV'ers in het CDA. Daardoor is er ook een sterke verbondenheid op persoonlijk vlak. Bij het CDA zitten je makkers: oud-CNV-bestuurders Gerda Verburg, Cees van der Knaap en Henk Hofstede. Balkenende heeft ook bij ons een commissie voorgezeten en bezette bij de Vrije Universiteit een mede door het CNV gefinancierde leerstoel'', aldus de voorzitter. ,,Het zit er dik in dat op de ministerspost voor Sociale Zaken ook een makker komt.'' De favoriet voor die post, Aart-Jan de Geus, was in het begin van de jaren negentig bij het CNV-bestuur verantwoordelijk voor sociale zekerheid.

Waar zitten de gevoeligheden tussen CDA en CNV? Terpstra: ,,Vooral toch in de spanning tussen het gedachtegoed van beide partijen en de taak van het CDA om politieke compromissen te sluiten. Was sich liebt, das neckt sich.'' Hij is er van overtuigd dat die haat-liefdeverhouding zich ook in de komende vier jaar zal manifesteren. ,,Voor mij, voor het CNV, is het zoeken naar een evenwicht. We zullen elkaar nodig hebben. In de afgelopen weken bij de totstandkoming van het regeerakkoord is er veelvuldig gebruikgemaakt van de kennis van het CNV. Dat doet mij goed.''

,,Maar ik zeg er ook bij, broeders en zusters van het CDA, op het moment dat jullie keuzes ons niet bevallen, zullen we de ruzie niet ontlopen. Wij zullen de christen-democraten op de huid zitten als het gaat om keuzes. We zullen ze houden aan hun eigen beginselen: het primaat van de maatschappij, waarbij de politiek alleen de randvoorwaarden stelt.''

Terspstra grijpt naar het regeerakkoord en wijst op een citaat op pagina 2: 'Burgers kunnen niet volstaan met zich als consument van het gebodene op te stellen: zij zijn zelf in de eerste plaats verantwoordelijk. Individueel en via maatschappelijke instituties zijn zij de spil in de samenleving, de overheid is sluitsteen.' Terpstra: ,,Als ik dat lees, denk ik: Bingo! Zo hoor ik Jan Peter praten als hoogleraar en zo hoor ik mezelf ook praten. Het is echt een omslag vergeleken bij Paars. Maar we zullen toch naar de concrete uitwerking moeten kijken, en dan heb ik nog wel m'n twijfels.''

De discussie over het algemeen verbindend verklaren van een cao (waarbij een afgesloten akkoord voor iedereen in de sector geldt, ook voor degenen die niet bij de onderhandelingen waren vertegenwoordigd) dreigde alvast een verkeerde kant op te gaan. De VVD wilde aan dat machtsinstrument van de sociale partners morrelen, maar in het regeerakkoord is na lang soebatten uiteindelijk opgenomen dat het in de komende kabinetsperiode niet ter discussie komt te staan. Wel is er opgenomen dat het kabinet werkgevers en werknemers meer aan hun afspraken over onder meer loonmatiging en de aanpak van het ziekteverzuim gaat houden. ,,Dat is precies zoals het hoort'', stelt Terpstra. ,,De verantwoordelijkheid hoort in de maatschappij te liggen, bij de sociale partners in dit geval. Maar dan mag je ons daar ook op aanspreken. Het is niet vrijblijvend. Echt, ik neem de uitgangspunten van het regeerakkoord één op één over.''

De CNV-voorzitter zoekt naar een nieuwe plek voor zijn vakcentrale binnen de veranderde machtsverhoudingen. ,,Overigens geldt dat net zo goed voor FNV en de werkgeversverenigingen. Iedereen is zich aan het heroriënteren. Wat daar uit gaat komen, is nog volstrekt onduidelijk.''

Evengoed onduidelijk is het voor Terpstra hoe hij om moet gaan met de LPF. Goede contacten zijn er met GroenLinks, de PvdA en ook de andere partijen, maar met LPF weet Terp-stra zich geen raad. ,,Heel moeilijk'', overpeinst hij. ,,Ik voel een persoonlijke weerstand tegen die partij, waar ik geweldig mee moet oppassen. Ik realiseer me dat ook een deel van onze leden op de LPF heeft gestemd, maar die club bevalt me niet. Als bestuurder zal ik zeker contact met ze moeten gaan zoeken, maar als persoon ben ik nog lang niet over de antipathie heen. Ik vind het knap werk van Herben tot zover, maar nu moet wel duidelijk worden wat hij werkelijk kan. Tijdens het kamerdebat over het regeerakkoord heeft de Kamer hem gespaard. En terecht, het was zijn eerste politieke optreden. Maar wat voor iedereen merkbaar was, es dat de LPF-voorman een absoluut gebrek aan dossierkennis heeft. Je kunt in de Kamer niet volstaan met: 'Ik denk daar nu eenmaal anders over'.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden